Van onze advocaat kindsdeel. De Rechtbank Limburg heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over een lening van de ouders aan een van hun dochters, waarbij de vraag was of een afspraak was gemaakt of de dochter de geldlening met haar toekomstig erfdeel kon of mocht verrekenen.

Vader en moeder hebben hun dochter op of omstreeks 1 augustus 2006 een bedrag van € 71.478,19 geleend, van welk bedrag zij op of omstreeks 26 maart 2007 met gebruikmaking van de eenmalige schenkingsvrijstelling een bedrag van € 22.048,00 aan de dochter hebben kwijtgescholden. Per saldo is de dochter nog een bedrag van € 49.430,19 aan vader en moeder verschuldigd.

Een en ander is vastgelegd in de schriftelijke overeenkomst tussen partijen

Tussen partijen staat vast dat de dochter (de gedaagde) van vader en moeder (eisers) een bedrag van € 49.430,00 heeft geleend.

Naar het oordeel van de rechter volgt uit de letterlijke tekst van de overeenkomst dat de dochter gehouden is tot terugbetaling van de lening, nu deze te allen tijde direct opeisbaar is, vader en moeder de lening in het najaar van 2015 hebben opgeëist en de dochter met ingang van 1 januari 2016 in verzuim verkeert. De hoofdvordering ligt dan ook in beginsel voor toewijzing gereed.

Terugbetalen geldlening. Verrekening met toekomstig erfdeel?

De rechter oordeelt als volgt.

De dochter betwist dat zij gehouden is de lening nu terug te betalen en stelt daartoe dat afgesproken is dat de lening na het overlijden van haar ouders zou worden verrekend met haar erfdeel.

Vader en moeder hebben deze, van de overeenkomst afwijkende, afspraak betwist.

Ter comparitie hebben zij verklaard dat de lening, alleen in het geval de lening niet tijdens hun leven wordt teruggevorderd, zal worden verrekend met de erfenis in die zin dat de zus van gedaagde eerst een bedrag van € 49.430,00 uit de erfenis betaald krijgt en dat de resterende erfenis vervolgens tussen de zus en gedaagde en gedaagde wordt verdeeld.

Gelet op die stellingen van vader en moeder had het op de weg van de dochter gelegen om haar stelling dat er een afwijkende afspraak is gemaakt (inhoudende dat de lening niet zal worden opgeëist, maar te zijner tijd zal worden verrekend met de erfenis) nader te onderbouwen.

Nu zij dat heeft nagelaten gaat de rechter aan dat verweer voorbij en ligt de hoofdvordering, vermeerderd met de wettelijke rente, voor toewijzing gereed.

Gelet op de familierelatie van partijen is de rechter van oordeel dat de kosten van deze procedure dienen te worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over de verrekening met een erfdeel, over het kindsdeel, over de legitieme, over de opeisbaarheid van het kindsdeel of over een voorschot op de erfenis, belt u dan gerust onze advocaat kindsdeel op 020-3980150.