De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 5 april 2023 uitspraak gedaan over de vraag of een levenslang vruchtgebruik van een woning wegens tekortkomingen van de vruchtgebruiker onder bewind gesteld diende te worden.
Erflater heeft bij testament het levenslang vruchtgebruik van zijn gehele nalatenschap gelegateerd aan zijn tweede echtgenote en zijn dochter (eiseres) tot enig erfgename benoemd.
Erfrecht. Vruchtgebruik. Beschermingsbewind. Onderbewindstelling van het vruchtgebruik wegens tekortkomingen van de vruchtgebruiker. Zorg van een goed vruchtgebruiker.
De rechter oordeelt als volgt.
Indien de vruchtgebruiker in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen, kan de rechtbank op vordering van de hoofdgerechtigde aan deze het beheer toekennen of het vruchtgebruik onder bewind stellen.
De rechtbank kan voor het bewind of beheer zodanige voorschriften geven als zij gedienstig acht.
Eiseres heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat onderbewindgestelde in ernstige mate tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen als vruchtgebruiker.
De tekortkomingen zijn gelegen in de leegstand van de woning gedurende een jaar nadat B zelf in een verzorgingshuis was gaan wonen, alsmede in de daarop aansluitende bewoning door de zoon zonder toestemming van de hoofdgerechtigde en/of de bewindvoerder A en met een onduidelijke titel.
Deze verwijten zijn eerder aan de orde gekomen in de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 29 juli 2020, waarin het bewind voor de duur van een jaar is uitgesproken.
Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft dit vonnis bij arrest van 9 augustus 2022 bekrachtigd.
Het hof heeft in dit arrest onder meer het volgende overwogen:
Aanvankelijk heeft onderbewindgestelde, toen zij naar het verzorgingstehuis was verhuisd, de woning gedurende een jaar leeg laten staan en niet onderhouden, wat een tekortkoming vormt in de nakoming van haar verplichtingen als vruchtgebruikster.
De onderbewindgestelde is op grond van artikel 3:207 lid 3 BW namelijk verplicht om ten aanzien van de woning en het beheer daarvan de zorg van een goed vruchtgebruiker in acht te nemen.
Het is een feit van algemene bekendheid dat het laten leegstaan en niet onderhouden van een woning niet goed is voor een woning, zodat in zoverre sprake was van een tekortkoming.
Tijdens de procedure bij de rechtbank is het eiseres verder gebleken dat de zoon van onderbewindgestelde sinds begin 2019 in de woning is gaan wonen, terwijl onderbewindgestelde zelf in het verzorgingstehuis woont.
De juridische grondslag voor de bewoning door de zoon is onduidelijk, mede omdat onderbewindgestelde vanwege haar geestelijke toestand niet meer kan toelichten of haar zoon met haar toestemming in de woning is gaan wonen.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft gedaagde toegelicht dat de zoon inmiddels een maandelijks bedrag van € 340,- aan onderbewindgestelde betaalt om de kosten voor de woning te dekken, zodat onderbewindgestelde geen dubbele woonlasten heeft en niet inteert op haar vermogen.
Mede doordat de grondslag van de bewoning niet duidelijk is, bestaat door deze gang van zaken een risico dat de bewoning tegen betaling door de zoon als huur zal worden aangemerkt in de zin van boek 7 BW en dat eiseres, als hoofdgerechtigde van de woning (en zonder daar toestemming voor te hebben gegeven, zoals art. 3:217 lid 2 BW vereist), na het overlijden van onderbewindgestelde opgescheept blijkt te zitten met de zoon als huurder die vervolgens mogelijk met succes een beroep kan doen op huurbescherming.
Eiseres zou daardoor dan alsnog niet vrij kunnen beschikken over de woning waarvan zij hoofdgerechtigde is.
Door het in het leven roepen van het risico dat sprake is van verhuur en dat de zoon een beroep kan doen op huurbescherming, terwijl eiseres daar geen weet van heeft gehad en daarvoor ook geen toestemming heeft gegeven, heeft onderbewindgestelde gehandeld in strijd met de zorg die een goed vruchtgebruiker in acht heeft te nemen.
Hoewel het hof wel wil aannemen dat onderbewindgestelde er belang bij kan hebben dat haar zoon bij haar in de buurt woont en haar zo makkelijk in het verzorgingstehuis kan bezoeken, zoals gedaagde aanvoert, maakt het voorgaande niet anders.
De onderbewindgestelde schiet hierdoor in ernstige mate tekort in haar verplichtingen jegens eiseres, zodat de rechtbank ook op die grond het vruchtgebruik onder bewind kon stellen.
De rechtbank sluit zich aan bij het oordeel van het hof.
Leegstand is over het algemeen niet goed voor een woning.
Zelfs al zou moeten worden aangenomen dat de woning (inmiddels) goed is onderhouden, zoals gedaagde heeft aangevoerd, dan nog levert het laten bewonen door de zoon een zodanige tekortkoming op dat een hernieuwd bewind gerechtvaardigd is, omdat deze bewoning niet de instemming heeft van de hoofdgerechtigde c.q. van de bewindvoerder mr. A en bovendien het risico in zich draagt dat de zoon een beroep kan doen op huurbescherming.
Dit leidt tot de conclusie dat de rechtbank het vruchtgebruik van de woning opnieuw onder bewind zal stellen, met benoeming van mr. A tot bewindvoerder.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.