De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over de verdeling van een nalatenschap en de medewerking van de erfgenamen aan de verdeling van banktegoeden.
Deze zaak betreft een erfrechtelijke kwestie.
Een broer en een zus willen dat hun (andere) broer meewerkt aan de verdeling van de banktegoeden van hun overleden moeder.
Op 21 februari 2001 en 20 september 2004 heeft moeder een testament laten opmaken.
Eiser, eiseres en gedaagde zijn op grond van deze testamenten en de wet de enige erfgenamen van erflaatster, ieder voor ⅓ deel.
De rechtbank komt in dit vonnis tot een verdeling van de nalatenschap.
Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Medewerking aan de verdeling van banktegoeden. Toerekening. Vaststelling van verdeling door de rechter. Dwangsom.
De rechter oordeelt als volgt.
Partijen hebben geen volledige overeenstemming kunnen bereiken over de verdeling van de nalatenschap.
De rechtbank zal daarom op de voet van artikel 3:185 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de verdeling vaststellen.
Daarbij heeft de rechtbank naar billijkheid rekening te houden met de belangen van partijen en het algemeen belang.
De rechter die de verdeling vaststelt, is niet gebonden aan wat partijen hebben gevorderd en hoeft niet expliciet in te gaan op wat partijen aanvoeren.
Verder is het zo dat bij een verdeling iedere erfgenaam kan verlangen dat op het aandeel van een andere erfgenaam wordt toegerekend wat deze aan de nalatenschap schuldig is.
De nalatenschap van erflaatster bestaat nog uit het creditsaldo van drie bankrekeningen en uit diverse geldvorderingen.
Ieder van partijen komt ⅓ deel toe van de nalatenschap, waarbij overeenkomstig de wens van eiser en eiseres op het aandeel van gedaagde wordt toegerekend dat wat hij teveel heeft ontvangen c.q. nog aan de nalatenschap verschuldigd is.
Concreet betekent dit dat het totaal van de hiervoor genoemde creditsaldi van € 555.812,41 (verminderd met de eventueel nog door ABN AMRO in rekening te brengen bankkosten en negatieve rente) als volgt wordt verdeeld:
– gedaagde ontvangt € 185.270,80 (⅓ van € 555.812,41) -/- € 14.484,69, dus € 170.786,11,
– eiser ontvangt € 185.270,80 (⅓ van € 555.812,41) + € 7.242,34, dus € 192.513,14,
– eiseres ontvangt € 185.270,80 (⅓ van € 555.812,41) + € 7.242,34, dus € 192.513,14.
Ter zitting hebben partijen aangegeven dat de aan partijen toekomende bedragen op de volgende tegenrekeningen moeten worden gestort:
– het aandeel van gedaagde (€ 170.786,11)
– het aandeel van eiser (€ 192.513,14)
– het aandeel van eiseres (€ 192.513,14)
De rechtbank zal gedaagde overeenkomstig de vordering van eiser en eiseres veroordelen om aan de effectuering van deze verdeling mee te werken.
De gevorderde dwangsom zal de rechtbank toewijzen.
Eiser en eiseres hebben namelijk met de door hen overgelegde Whatsappberichten van gedaagde voldoende aannemelijk gemaakt dat gedaagde zich in het verleden aan de afwikkeling van de nalatenschap grotendeels heeft onttrokken.
Bovendien hebben eiser en eiseres onweersproken gesteld dat gedaagde regelmatig en voor langere tijd niet op verzoeken met betrekking tot de nalatenschap heeft gereageerd.
Dat gedaagde ter zitting niet is verschenen past wat de rechtbank betreft in dit beeld.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.