Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de uitleg van een testament.

Appellant is geboren in 1987, voorafgaand aan het huwelijk van A (hierna: erflaatster) en geïntimeerde.

Hun huwelijk werd, zonder het opmaken van huwelijkse voorwaarden, gesloten in 1988.

Na het sluiten van het huwelijk zijn nog (in 1988) geïntimeerde 2 en (in 1990) geïntimeerde 3 geboren.

Erflaatster is in 2021 plotseling overleden.

Na haar overlijden is gebleken dat zij op 18 februari 1987, enkele weken voor de geboorte van eiser, een testament had laten opmaken dat naderhand niet meer is herroepen

Kern van de stellingen van appellant – die door de overige procespartijen worden onderschreven – vormt het betoog dat erflaatster met haar testament enkel heeft beoogd haar nalatenschap bij testament te regelen voor de situatie waarin zij nog ongehuwd was en zwanger van appellant, maar niet de bedoeling heeft gehad dat ook te doen voor de situatie die nadien is ontstaan, te weten dat zij getrouwd is met geïntimeerde en naast moeder van appellant ook moeder is geworden van geïntimeerde 2 en geïntimeerde 3.

Erfrecht. Uitleg van een testament. Uiterste wil. Bedoeling van de erflater. Toekomstige gebeurtenissen. Aangaan van een huwelijk. Toetsing. Verklaring voor recht.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof stelt het volgende voorop.

Bij de uitlegging van een uiterste wilsbeschikking dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt (art. 4:46 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek).

Bij het vaststellen van de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt, kunnen feiten en omstandigheden van na het opmaken van de uiterste wil van belang zijn, omdat daaraan bewijs kan worden ontleend van een omstandigheid waaronder de uiterste wil is gemaakt.

Ten tijde van het opmaken van de uiterste wil bij de erflater bestaande verwachtingen over toekomstige gebeurtenissen zullen in aanmerking kunnen komen als omstandigheid waaronder de uiterste wil is gemaakt.

Verwachtingen van de erflater over de toekomst kunnen ook van belang zijn bij het vaststellen van de verhoudingen die de erflater met de uiterste wil kennelijk wenst te regelen.

In het arrest van de Hoge Raad van 11 oktober 2013, HR:2013:911, ligt besloten dat voor de vaststelling van de verhoudingen die de erflater met de uiterste wil kennelijk wenst te regelen, mede acht geslagen kan worden op verklaringen van getuigen omtrent hetgeen de erflater heeft beoogd.

Doen zich na het opmaken van de uiterste wil feiten en omstandigheden voor waardoor de feitelijke verhoudingen niet langer aansluiten bij hetgeen de erflater kennelijk wenste te regelen, dan kan de uiterste wil zo worden uitgelegd dat de desbetreffende beschikking alleen gold voor de situatie die bestond voordat de bedoelde feiten en omstandigheden zich hadden voorgedaan.

Voor een zodanige uitleg is niet vereist dat de erflater bij het opmaken van de uiterste wil op de bedoelde feiten en omstandigheden is vooruitgelopen.

Uit de stukken en uit hetgeen ter zitting door appellant, geïntimeerde 1, geïntimeerde 2 en geïntimeerde 3 naar voren is gebracht, leidt het hof af dat erflaatster inderdaad met haar testament enkel de verhoudingen heeft willen regelen, die bestonden ten tijde van het opmaken daarvan, maar niet heeft beoogd de situatie ten tijde van haar daadwerkelijk overlijden te regelen, te weten de situatie dat zij getrouwd is met geïntimeerde 1 en naast moeder van appellant ook moeder is geworden van geïntimeerde 2 en geïntimeerde 3.

Gegeven die laatste situatie ziet het hof aanleiding om – onder verwijzing naar Hoge Raad 10 november 2023, HR:2023:1531 – het testament van erflaatster aldus uit te leggen dat hetgeen daarin is geregeld alleen heeft gegolden voor de situatie die bestond in de periode vanaf haar ongehuwd zwanger zijn van appellant tot haar huwelijk met geïntimeerde 1 en niet voor de situatie die zich nadien heeft voorgedaan, te weten dat zij met geïntimeerde 1 is getrouwd en nog twee kinderen heeft gekregen.

Dat betekent dat aan het ‘vergeten testament’ geen betekenis toekomt voor wat betreft de vererving van de nalatenschap van erflaatster en dat daarop het versterferfrecht van toepassing is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.