De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de toonplicht van de vruchtgebruiker.
Eiser heeft in de dagvaarding gevorderd gedaagde te veroordelen tot het jaarlijks toezenden van een opgave van het bezwaarde vermogen en daarbij het bezwaarde vermogen te tonen.
Gedaagde heeft hiertegen ingebracht dat deze verplichting geldt jegens de gezamenlijke verwachters, dat daarom sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding en dat eiser derhalve niet ontvankelijk is in deze vordering.
Gedaagde wordt daarin niet gevolgd. In het testament is vermeld dat onder “verwachter” wordt begrepen zowel verwachters tezamen als iedere verwachter afzonderlijk, tenzij anders aangegeven.
Dit brengt mee dat, nu er niets anders is aangegeven, de verplichting tot het toezenden van de jaarlijkse opgave en het voldoen aan de toonplicht, zoals opgenomen in het testament, geldt jegens iedere verwachters afzonderlijk.
Er is reeds daarom al niet sprake van een ondeelbare rechtsverhouding en eiser is ontvankelijk in zijn vordering.
Erfrecht. Testament met tweetrapsmaking. Vruchtgebruik. Toonplicht van de vruchtgebruiker. Overlegging van de onderliggende stukken. Verwachters.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank stelt voorop dat sprake is van een erfstelling die onder een voorwaarde is opgemaakt als bedoeld in artikel 4:138 BW.
In het tweede lid van dat artikel is de interne verhouding geregeld tussen de erfgenaam onder ontbindende voorwaarde en de erfgenaam onder opschortende voorwaarde.
Daarbij is bepaald dat, zolang de vervulling van de voorwaarde onzeker is, de wettelijke voorschriften betreffende het vruchtgebruik overeenkomstige toepassing vinden.
Degene aan wie het vermaakte tot de vervulling van de voorwaarde toekomt is daarom verplicht het vermaakte als een vruchtgebruiker te bewaren en in stand te houden, tenzij de erflater hem de bevoegdheid heeft toegekend om de goederen te verteren en onvoorwaardelijk te vervreemden, aldus eveneens lid 2 van artikel 4:138 BW.
Tot de wettelijke voorschriften betreffende het vruchtgebruik behoort onder meer de in artikel 3:205 lid 4 BW, dwingendrechtelijk, opgenomen verplichting tot het jaarlijks toezenden van de daar bedoelde opgave.
Ook behoort daartoe de in artikel 3:206 lid 2 BW, eveneens dwingendrechtelijke, opgenomen toonplicht in het geval van een vrijstelling van het stellen van zekerheid.
In dit geval is gedaagde op grond van het testament vrijgesteld van het stellen van zekerheid.
Dit brengt mee dat op grond van het testament en de wet er een jaarlijkse opgave- en toonplicht rust op gedaagde.
Anders dan gedaagde stelt, brengt de omstandigheid dat er een vervreemdings- en verteringsbevoegdheid volgt uit het testament niet mee dat deze opgave- en toonplicht niet meer geldt.
De opgave- en toonverplichting volgt uit de wet en het testament en het belang van eiser bij nakoming van die verplichtingen en de onderhavige vordering is daarmee in beginsel gegeven.
Dat gedaagde heeft gesteld dat hij deze opgaveverplichting jaarlijks nakomt leidt niet tot een ander oordeel, nu gedaagde immers primair stelt dat deze verplichting niet op hem rust.
Gedaagde heeft in dit kader nog opgemerkt dat de opgave- en toonplicht op grond van artikel 3:205 lid 4 BW slechts kan inhouden een nauwkeurige opgave te doen van
a) de goederen die niet meer aanwezig zijn,
b) de goederen die daarvoor in de plaats zijn gekomen en
c) de voordelen die de goederen hebben opgeleverd en geen vruchten meer zijn.
Volgens gedaagde hoeft hij geen onderliggende stukken te overleggen.
Die stelling van gedaagde in zijn algemeenheid niet juist.
Deze stelling miskent dat er niet alleen een opgaveplicht is als bedoeld in artikel 3:205 lid 4 BW maar ook een toonplicht als bedoeld in artikel 3:206 lid 2 BW, die wat betreft waardepapieren en gelden verder is uitgewerkt in de tweede volzin van die bepaling.
Uit het debat tussen partijen komt naar voren dat er een geschil lijkt te zijn over de precieze reikwijdte van deze toonplicht van gedaagde in bijzonder welke onderliggende documenten gedaagde daarbij dient te verstrekken.
De rechtbank overweegt dat de vordering van eiser echter niet is toegespitst op die discussie, zodat de rechtbank niet toekomt aan een beoordeling daarvan.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.