De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een erfgename van rechtswege onwaardig was om te erven vanwege een veroordeling voor een misdrijf waarop een maximum gevangenisstraf staat van vier jaren.

Partijen verschillen van mening over de vraag of gedaagde mag erven van erflater.

Voor de beantwoording van die vraag is het volgende van belang.

Op grond van artikel 4:3 lid 1 sub b BW mag een persoon geen voordeel uit een nalatenschap halen als hij/zij onherroepelijk is veroordeeld voor een met opzet tegen de erflater gepleegd misdrijf waarop een gevangenisstraf staat van minstens vier jaren.

Anders dan gedaagde aanvoert, is mishandeling van je echtgenoot een misdrijf waarop een straf staat van minstens vier jaren.

Omdat het gaat om gekwalificeerde mishandeling, kan de gevangenisstraf die op mishandeling staat van maximaal drie jaren met een derde worden verhoogd.

Dat is het misdrijf waarvoor gedaagde is veroordeeld.

Dit betekent dat als de veroordeling door de politierechter onherroepelijk is, gedaagde volgens artikel 4:3 BW onwaardig zou zijn om te erven van erflater.

Gedaagde voert als verweer dat het strafvonnis niet onherroepelijk is, omdat zij daartegen in hoger beroep is gegaan.

Volgens eisers is gedaagde niet-ontvankelijk in haar hoger beroep omdat gedaagde dat te laat heeft ingesteld.

Het staat daarom nu al vast dat de veroordeling onherroepelijk is, aldus eisers.

Erfrecht. Onwaardigheid. Strafrecht. Beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Is erfgename onwaardig om te erven ondanks dat zij is veroordeeld voor vier jaar? 

De rechter oordeelt als volgt.

Eisers hebben gelijk dat gedaagde het hoger beroep tegen het strafvonnis van de politierechter niet binnen de wettelijke termijn heeft ingediend.

Wat dit betekent voor het antwoord op de vraag of de veroordeling onherroepelijk is geworden na afloop van de beroepstermijn en of de veroordeling nog steeds onherroepelijk is ondanks dat gedaagde hoger beroep heeft ingesteld, laat de rechtbank in het midden.

Want ook als de veroordeling onherroepelijk is, is gedaagde niet onwaardig om te erven van erflater.

Dit zijn daarvoor de redenen.

Gedaagde doet een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en de billijkheid.

Volgens haar zou toepassing van de regel dat iemand van rechtswege onwaardig is om te erven in haar geval een onaanvaardbaar resultaat opleveren.

De regel dient daarom buiten toepassing te blijven, aldus gedaagde.

Dit verweer slaagt.

Artikel 4:3 lid 1 sub b BW is een dwingende wetsbepaling.

Dit betekent dat gedaagde van rechtswege onwaardig is om van erflater te erven als zij onherroepelijk is veroordeeld voor de mishandeling van erflater.

De wetgever heeft bewust gekozen voor het van rechtswege laten intreden van de onwaardigheid in het geval van een onherroepelijke veroordeling voor bepaalde misdrijven.

Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de ernst van de aan de orde zijnde omstandigheden hiertoe aanleiding geeft;

“De nieuwe bepaling is geformuleerd als een van rechtswege werkende onwaardigheid indien een strafrechtelijke veroordeling wegens een der bedoelde misdrijven (poging en deelneming daaronder begrepen) heeft plaatsgehad. Daartoe geeft de ernst van de hier aan de orde zijnde omstandigheden alle aanleiding.”

In sommige gevallen kan de toepassing van een wettelijke bepaling in het erfrecht een zodanig onredelijke uitkomst geven dat daarvan kan worden afgeweken om recht te doen aan de specifieke omstandigheden van het geval.

Zo heeft de Hoge Raad geoordeeld dat ook als iemand niet op grond van artikel 4:3 lid 1 sub a BW van rechtswege onwaardig is om te erven, er omstandigheden kunnen zijn waardoor het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat hij aanspraak heeft op een nalatenschap.

De correctie op grond van de eisen van redelijkheid en billijkheid kan, onder bijzondere omstandigheden, ook als gevolg hebben dat een persoon die op grond van deze bepaling onwaardig is, toch voordeel kan genieten uit de nalatenschap.

De rechtbank oordeelt dat gedaagde niet onwaardig is om te erven van erflater, ondanks dat zij is veroordeeld voor een misdrijf waarop een maximum gevangenisstraf staat van vier jaren.

Volgens de wet leidt dit er automatisch toe dat gedaagde onwaardig is.

In dit geval zijn er omstandigheden die maken dat de toepassing van deze wet tot een zeer onredelijke uitkomst leiden.

Het gaat hierbij om omstandigheden ten aanzien van de aard van de relatie tussen erflater en gedaagde, de gezondheidssituatie van gedaagde, de verzorgingsgedachte van erflater voor gedaagde en de disproportionaliteit tussen de ernst van het misdrijf en de gevolgen van onwaardigheid.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.