De Rechtbank Rotterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een overdracht van een appartement door een erfgenaam aan zichzelf in strijd was met de wil van erflaatster in haar testament.
Eisers leggen aan hun vordering ten grondslag dat het recht van gedaagde om het appartement te vervreemden is vervallen, omdat hij met C duurzaam samenwoont als ware hij gehuwd.
Indien nog geen sprake is van een duurzame samenwoning, stellen eisers dat gedaagde met de overdracht van het appartement aan zichzelf in strijd handelt met de bedoeling van erflaatster A met het testament.
Ook vinden zij dat gedaagde met de overdracht zijn zorgplicht als vruchtgebruiker jegens eisers als bloot eigenaren schendt.
Gedaagde stelt dat hij het appartement heeft gekocht en dat eisers via de gemeenschap van goederen en een ongelukkige testamentaire verdeling de erfgenamen van zijn fortuin zijn geworden.
Gedaagde wil het appartement terug en vindt het onaanvaardbaar als zijn belang moet wijken voor dat van eisers.
Volgens gedaagde is het ook de bedoeling van A geweest dat gedaagde volledig en naar eigen inzicht over het gehele vruchtvermogen kan beschikken.
Hij weerspreekt dat hij duurzaam met C samenwoont of dit na de overdracht van het appartement gaat doen.
Erfrecht. Kort geding. Erfrechtelijk geschil. Is de overdracht van appartement door erfgenaam aan zichzelf in strijd met de wil van erflaatster? Belangenafweging. Duurzaam samenwonen. Vruchtgebruik. Bloot eigendom. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Eisers hebben een spoedeisend belang bij hun vordering, omdat gedaagde te kennen heeft gegeven dat hij tot overdracht van het appartement aan zichzelf wenst over te gaan.
Op de zitting heeft gedaagde toegezegd dat hij de uitkomst van dit kort geding afwacht.
Gedaagde stelt dat eisers niet-ontvankelijk zijn in hun vordering, omdat zij niet bevoegd zijn om over het appartement te beschikken.
De voorzieningenrechter volgt gedaagde niet in deze stelling.
Eisers hebben als bloot eigenaren van het appartement voldoende belang bij hun vordering, zodat zij daarin kunnen worden ontvangen.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de overdracht door gedaagde van het appartement aan zichzelf in strijd met de wil van A.
Uit het testament volgt dat het de wil van A was dat eisers (999/1000ste deel van) de nalatenschap zouden erven en dat daarop een recht van vruchtgebruik voor gedaagde zou worden gevestigd.
Met de akte van 15 december 2021 hebben partijen hier invulling aan gegeven: eisers zijn bloot eigenaar van het appartement geworden en gedaagde heeft een recht van vruchtgebruik op het appartement gekregen.
Door de overdracht van het appartement aan zichzelf verkrijgt gedaagde de onbezwaarde eigendom van het appartement.
Daarmee doorkruist hij de wil van de erflaatster.
Gedaagde kan in dat geval immers doen en laten wat hij wil, terwijl het de bedoeling was dat hij een vruchtgebruik op de nalatenschap zou krijgen en in het testament beperkingen aan dat vruchtgebruik zijn gesteld.
Gedaagde wekt met een overdracht aan zichzelf de indruk dat hij dit doet omdat hij dan geen rekening meer hoeft te houden met de belangen van de blooteigenaren en met de beperkingen van het vruchtgebruik.
Deze onaanvaardbare doorkruising van de wil van A leidt ertoe dat vordering van eisers wordt toegewezen.
Een belangenafweging leidt niet tot een andere uitkomst.
Dat gedaagde met de overdracht een in zijn ogen ongelukkige verdeling wenst recht te zetten, rechtvaardigt niet dat de wil van de erflaatster wordt genegeerd.
Daarnaast vormt dit geen reden om terug te komen op de bij akte van 15 december 2021 vastgelegde verdeling van de nalatenschap.
Gedaagde heeft hier immers zelf mee ingestemd.
Verder is van belang dat de overdracht tot gevolg heeft dat eisers bij het eindigen van het vruchtgebruik niet meer over het appartement kunnen beschikken.
Ook kan, gelet op de door eisers overgelegde stukken, niet worden uitgesloten dat de prijs van € 595.000,00 niet marktconform is.
Het kan verder in het midden blijven of gedaagde en C op enig moment duurzaam zijn gaan samenwonen als ware zij gehuwd.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat aanleiding voor het opleggen van een dwangsom van € 1.000.000,00.
Omdat het hier een geschil betreft in de (stief)familie-relationele sfeer worden de kosten tussen partijen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.