De Rechtbank Gelderland heeft op 27 januari 2021 uitspraak gedaan over de vraag of een gebruiksvergoeding aan de erfgenamen verschuldigd was wegens het gebruik van een woning na het overlijden van de erflaatster.

Het geschil draait om de vraag of eiser een gebruiksvergoeding moet betalen aan de erfgenamen omdat alleen hij sinds het overlijden van erflaatster het woongenot heeft gehad van de woning.

Erfrecht. Gebruik van een woning na overlijden erflaatster. Is een gebruiksvergoeding verschuldigd aan de erfgenamen wegens het woongenot? Toetsingskader.

De rechter oordeelt als volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank dient eiser voor tien maanden een gebruiksvergoeding te betalen ter hoogte van de helft van de eigenaarslasten.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Het toetsingskader

In artikel 3:169 BW staat dat, tenzij een regeling ander bepaalt, iedere deelgenoot bevoegd is tot het gebruik van een gemeenschappelijk goed, mits dit gebruik met het recht van de overige deelgenoten te verenigen is.

Op grond van artikel 3:166 lid 3 BW wordt de rechtsbetrekking tussen deelgenoten mede beheerst door de eisen van de redelijkheid en billijkheid.

De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat de deelgenoot die met uitsluiten van de andere deelgenoot het genot heeft van een goed, de andere deelgenoot schadeloos moet stellen, bijvoorbeeld door het betalen van een gebruiksvergoeding.

Op grond van artikel 3:168 BW kunnen de deelgenoten het genot, het gebruik en het beheer van gemeenschappelijke goederen bij overeenkomst regelen.

Als er geen overeenkomst is kan op grond van lid 2 een partij de kantonrechter verzoeken een regeling te treffen.

Artikel 4:28 BW biedt de echtgenoot van de erflater een recht op voortgezet gebruik van de woning en de inboedel jegens de erfgenamen gedurende zes maanden.

Vereist voor het recht op voortgezet gebruik is dat de echtgenoot bij overlijden in de woning woonde.

Het is niet vereist dat de echtgenoot en erflater samenwoonden in de woning ten tijde van het overlijden van erflaatster.

Op grond van artikel 4:13 lid 6 BW is deze bepaling niet van toepassing op ‘van tafel en bed’ gescheiden echtgenoten.

 Eiser voert als meest verstrekkend verweer aan dat de rechtbank niet bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

De rechtbank passeert dit verweer.

Gedaagde heeft niet verzocht om het treffen van een gebruiksregeling, daarvan is ook geen sprake meer, maar om betaling van een gebruiksvergoeding op grond van artikel 3:169 BW.

Dit artikel bepaalt niet dat de kantonrechter exclusieve bevoegdheid toekomt.

De rechtbank acht zich daarom bevoegd.

Eiser heeft zich terecht beroepen op artikel 4:28 BW.

Ten tijde van het overlijden van erflaatster was eiser nog haar echtgenoot.

Partijen woonden weliswaar niet meer samen, maar er was ook geen sprake van een formele scheiding van tafel en bed zoals bedoeld in artikel 4:13 lid 6 BW.

Omdat verder voor de toepassing van artikel 4:28 BW niet vereist is dat eiser en erflaatster nog samenwoonden, stelt de rechtbank vast dat eiser gerechtigd was om zes maanden, onder dezelfde voorwaarden, in de woning te blijven wonen.

Voor de overige maanden (1 oktober 2019 tot 31 juli 2020) geldt dat tussen partijen ter discussie staat of de zoons nu wel of niet in de woning mochten wonen.

Volgens eiser was het de keuze van de zoons zelf om niet bij hem te komen wonen.

Volgens gedaagde heeft eiser verklaard dat hij niet voor ze kon zorgen.

Uit de verklaring van eiser ter zitting blijkt dat hij destijds inderdaad heeft gezegd dat het niet verstandig was dat de zoons bij hem kwamen wonen.

Weliswaar heeft eiser gesteld dat deze beslissing is gemaakt in overleg met professionele partijen, waaronder een psycholoog en een kindercoach, maar dit maakt het feit dat eiser heeft gezegd dat zijn zoons niet bij hem konden wonen, waardoor zij geen woongenot konden hebben, niet anders.

De rechtbank acht het daarom redelijk dat eiser een gebruiksvergoeding betaalt.

Omdat verder geen verweer is gevoerd tegen de hoogte van de vergoeding als zodanig en de rechtbank deze ook niet onredelijk voorkomt, stelt de rechtbank de gebruiksvergoeding vast op € 246,31 per maand.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over een gebruiksvergoeding in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.