Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 3 augustus 2022 uitspraak gedaan over de vraag of aan een legataris een recht van bezwaar toe kwam tegen een aan erflater opgelegde aanslag inkomstenbelasting?
In zijn testament van 7 mei 2015 heeft erflater als erfgenamen aangewezen zijn neven en nicht.
Dit zijn de broers en zus van appellant.
Appellant is als legataris aangewezen.
Erfrecht. Belastingrecht. AWR. Legaat. Komt aan legataris een recht van bezwaar toe tegen een aan erflater opgelegde aanslag? Inkomstenbelasting. Belanghebbende.
De rechter oordeelt als volgt.
Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken.
Voor het belastingrecht geldt dat, in afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het recht van beroep toekomt aan – voor zover hier van belang – de belanghebbende aan wie de belastingaanslag is opgelegd dan wel aan degene van wie inkomens- of vermogensbestanddelen zijn begrepen in het voorwerp van belasting waarop de belastingaanslag betrekking heeft.
De aanslag is opgelegd aan de erven.
Appellant is geen erfgenaam, maar legataris.
Een legaat is een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater aan een of meer personen een vorderingsrecht toekent ten laste van, in beginsel, de gezamenlijke erfgenamen.
Ook zijn geen inkomens- of vermogensbestanddelen van appellant begrepen in het voorwerp van belasting.
Appellant meent dat de bedrijfsspaarrekening tot het legaat behoort en daarmee tot zijn vermogen.
De erfgenamen menen dat de bedrijfsspaarrekening niet tot het legaat behoort.
Zij twisten derhalve over de omvang van het legaat.
Een dergelijk geschil kan niet door de belastingrechter worden beslecht.
Appellant zal zich tot de civiele rechter moeten wenden.
Al hetgeen appellant overigens heeft aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden.
Anders dan appellant kennelijk meent gaat de Awb niet boven de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
De door appellant aangedragen argumenten hebben betrekking op het algemene bestuursrecht.
In dit geval geldt echter de specifieke regeling van artikel 26a AWR.
De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is.
De rechtbank heeft het bezwaar terecht alsnog niet-ontvankelijk verklaard.
Aan een inhoudelijke behandeling van de standpunten van appellant wordt niet toegekomen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.