Van onze advocaat verdeling erfenis. De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 12 juli 2017 uitspraak gedaan over de benoeming van een vereffenaar. Het verzoek strekkende tot de benoeming van een vereffenaar werd afgewezen, omdat de schulden van de nalatenschap waren voldaan en de vereffening van de nalatenschap dus was voltooid.
In verband met het voorschrift van artikel 4:206 lid 1 BW, inhoudende dat op het verzoek tot benoeming van een vereffenaar niet zal worden beslist dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de verzoeker, de bekende erfgenamen, de boedelnotaris en de executeur, zijn A, B en belanghebbende opgeroepen voor een mondelinge behandeling van onderhavig verzoek. Van de benoeming van een executeur en boedelnotaris is niet gebleken.
Het verzoek strekt tot benoeming van een notaris als vereffenaar van de nalatenschap van erflater op grond van artikel 4:203 BW. A heeft daartoe aangegeven dat het partijen niet lukt om samen de nalatenschap van erflater af te wikkelen. De afwikkeling van de nalatenschap is in een impasse geraakt. Er is reeds jarenlang sprake van een verstoorde verhouding tussen partijen. A vermoedt financieel misbruik van haar ouders door B.
Bij zowel haar vader als haar moeder is de ziekte van Alzheimer vastgesteld. B beheerde hun financiën van 2005 tot en met 2011, althans had toegang tot hun bankrekeningen. B heeft volgens A stelselmatig geld van hun ouders gebruikt voor eigen doeleinden. Daarnaast zouden haar ouders € 250.000,-, afkomstig uit een hypothecaire geldlening, hebben geïnvesteerd in de toenmalige ondernemingen van B. Het verzoek van A tot onderbewindstelling van haar vader om B daarmee te laten stoppen, is in 2009 afgewezen. De goederen van haar vader zijn alsnog onder bewind gesteld op 30 maart 2012.
Het is A ruim drie jaren na het overlijden van erflater niet bekend wat haar vader heeft nagelaten. Kernprobleem is dat de nalatenschap mogelijk nog vorderingen heeft op B vanwege de hypothecaire geldlening en de vele opnames. Daar komt bij dat volgens A sprake is van een ingewikkelde boedel, gelet op de hypothecaire geldlening, de transacties aan de gefailleerde onderneming van B en aan B privé. Verder zijn de sloep van erflater en de overwaarde van de woning van haar ouders ad € 300.000,- grotendeels verdwenen zonder verklaring.
Om de impasse te doorbreken en de erfenis correct af te wikkelen is een derde volgens A noodzakelijk. Een vereffenaar kan onder meer zelfstandig onderzoek doen naar de schulden van B aan erflater. Daarom verzoekt A de rechtbank om een vereffenaar te benoemen.
De benoeming van een vereffenaar
Op grond van artikel 4:203 lid 1 sub a BW kan de rechtbank na een beneficiaire aanvaarding een vereffenaar benoemen op verzoek van een erfgenaam. A en belanghebbende hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard. A is erfgenaam, dus zij kan dit verzoek indienen. De wet stelt verder geen inhoudelijke eisen aan dit verzoek.
Gelet op de beneficiaire aanvaarding door twee van de drie erfgenamen, moet de nalatenschap van erflater op grond van artikel 4:202 lid 1 sub a BW vereffend worden volgens de voorschriften van afdeling 4.6.3 BW. Alle erfgenamen zijn op grond van artikel 4:195 lid 1 BW gezamenlijk vereffenaar van de nalatenschap.
Een vereffenaar heeft tot taak de schulden van de nalatenschap te voldoen. De verplichting tot vereffening van de nalatenschap in geval van beneficiaire aanvaarding door één of meer erfgenamen, strekt tot bescherming van de schuldeisers van de nalatenschap.
Door B is gesteld dat de vereffening is voltooid. Alle schulden van de nalatenschap, waaronder de belastingschulden, zijn volgens B voldaan.
Ter zitting heeft ook A desgevraagd aangegeven dat alle schulden van de nalatenschap zijn voldaan. Volgens A is door de notaris in zijn hoedanigheid van gevolmachtigde van partijen mede namens A aangifte gedaan voor de erfbelasting. De aangifte erfbelasting is door de notaris ingediend op basis van de saldi op de bankrekeningen bij overlijden. De door de Belastingdienst opgelegde aanslag erfbelasting is voldaan.
Overigens is niet gesteld of gebleken dat nog sprake is van schulden van erflater aan de drie kinderen uit hoofde van de wettelijke verdeling als gevolg van het overlijden van hun moeder. Ook op de overgelegde rekening en verantwoording over de periode dat sprake was van beschermingsbewind worden deze schulden van erflater aan de kinderen niet vermeld.
Omdat de schulden van de nalatenschap volgens zowel A als B zijn voldaan, komt de rechtbank tot het oordeel dat de vereffening van de nalatenschap is voltooid. A heeft aldus geen rechtens te honoreren belang meer bij haar verzoek. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u vragen over de verdeling en afwikkeling van een erfenis, over de benoeming van een vereffenaar of over de onttrekking van gelden uit een erfenis, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis? Bezoek dan onze pagina over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.