De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over een gebruiksvergoeding voor het uitsluitend gebruik van een woning.

Eiseres vordert dat gedaagde wordt veroordeeld om een gebruiksvergoeding voor de woning te betalen vanaf het moment van overlijden van erflater.

Eiseres legt aan haar vordering ten grondslag dat zij en gedaagde gezamenlijk eigenaar zijn van de woning, gedaagde de woning met uitsluiting van haar gebruikt en zij daarom over die periode recht heeft op een gebruiksvergoeding.

Eiseres vordert een vergoeding van 4% van de waarde van haar aandeel in de onroerende zaak.

Uitgaande van een totale waarde van € 700.000,00 is het aandeel van eiseres € 350.000,00, zodat op jaarbasis sprake zou zijn van een vergoeding van € 14.000,-.

Per maand komt dit neer op een bedrag van € 1.166,00.

Gedaagde voert verweer.

Volgens gedaagde is de waarde van de woning slechts € 588.000,00 (zijnde de WOZ-waarde in het belastingjaar 2023) en is een vergoeding van 2% passender.

Gedaagde voert verder aan dat rekening moet worden gehouden met de eigenaarslasten, welke volledig door gedaagde zijn betaald.

Tot slot voert gedaagde verweer tegen de ingangsdatum, omdat vanaf het moment van overlijden van erflater niet meteen sprake kan zijn van verkoop van de woning.

Er moet rekening worden gehouden met een gemiddelde verkoopperiode.

Volgens gedaagde is zij hooguit een vergoeding verschuldigd vanaf 9 maanden na het overlijden van erflater, derhalve vanaf 2023.

Erfrecht. Gebruiksvergoeding voor uitsluitend gebruik woning . Hoogte van de gebruiksvergoeding. Redelijke gebruiksvergoeding. WOZ-waarde. Eigenaarslasten.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank overweegt dat een gebruiksvergoeding vanaf datum overlijden op zijn plaats is nu partijen gezamenlijk eigenaar zijn van de woning en gedaagde de woning met uitsluiting van eiseres gebruikt.

Daar dient naar het oordeel van de rechtbank een vergoeding tegenover te staan.

De rechtbank volgt gedaagde niet in de stelling dat de vergoeding pas op in 2023 in kan gaan.

Immers, ook voor die datum maakte gedaagde met uitsluiting van eiseres gebruik van de woning en had eiseres niet het genot van haar eigendom.

Nu eiseres de door haar genoemde waarde van € 700.000,00 op geen enkele manier heeft onderbouwd gaat de rechtbank voor het bepalen van de hoogte van de gebruiksvergoeding uit van de door gedaagde genoemde WOZ-waarde, zijnde € 588.000,00.

De rechtbank acht in beginsel een vergoeding van 2% over de WOZ-waarde redelijk, waarbij eiseres recht heeft op de helft van dit bedrag.

Dat zou neerkomen op een vergoeding van € 490,00 per maand.

Naar het oordeel van de rechtbank dient ook rekening te worden gehouden met de door gedaagde betaalde eigenaarslasten die voor de helft voor rekening van eiseres hadden moeten komen en het gebruik door eiseres van één van de parkeerplaatsen waarvan het uitsluitend gebruik onderdeel uitmaakt van de woning.

Samengevat acht de rechtbank een vergoeding van € 250,- per maand redelijk.

De rechtbank zal gedaagde dan ook veroordelen tot het betalen van een gebruiksvergoeding van € 250,- per maand aan eiseres.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.