Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de toestemming van de echtgenoot nodig was voor bovenmatige, niet gebruikelijke giften.
De echtgenote is getrouwd geweest met de erflater, die in 2021 is overleden.
Zij leefden/woonden al vanaf 2013 niet meer samen, maar waren nog wel (in gemeenschap van goederen) getrouwd.
Erflater heeft aan een stichting in de periode vanaf augustus 2017 tot vlak voor zijn overlijden diverse betalingen met de aanduiding “donaties” (totaal € 30.733) per bank gedaan.
De echtgenote vindt dat deze betalingen ‘ongebruikelijke en bovenmatige giften’ zijn en dat zij daarvoor zij als wettige echtgenote toestemming had moeten verlenen.
Zij heeft die betalingen buitengerechtelijk vernietigd en zij vordert onder meer terugbetaling daarvan aan haar.
De rechtbank heeft de vordering van de echtgenote voor een bedrag van € 5.000 toegewezen.
Beide partijen zijn het niet eens met het oordeel van de rechtbank en zij hebben beide hoger beroep ingesteld.
Erfrecht. Schenking. Toestemming echtgenoot voor bovenmatige, niet gebruikelijke giften. Misbruik van omstandigheden? Is de vordering tot vernietiging van de schenking verjaard?
De rechter oordeelt als volgt.
Erflater was, al enige jaren voor zijn ziekte in 2017, zeer betrokken geraakt bij de stichting en het hindoeïstisch geloof.
Hij is in 2017 voorzitter geworden van de stichting en verrichtte vele vrijwilligers-werkzaamheden.
Uit de bankafschriften vanaf december 2017 tot aan 25 april 2021 blijkt dat erflater in 2017 is begonnen met betalingen, benoemd als “donatie” van € 10.000 (augustus) en € 1.000 (december).
In de jaren daarna heeft erflater zeer regelmatig maandelijks € 200 overgemaakt (onder vermelding van “maandelijkse donatie”), met uitschieters naar boven (vaak onder vermelding van “donatie”).
De echtgenoot (hier : de erflater) behoeft toestemming van de andere echtgenoot (hier: de echtgenote) voor giften, met uitzondering van de gebruikelijke, niet bovenmatige aldus artikel 1:88 lid 1 sub a BW.
Duidelijk is geworden dat erflater zeer betrokken was bij de stichting (hij is ook langere tijd voorzitter van het bestuur van de stichting geweest) en veel vrijwilligerswerk verrichtte.
Gelet hierop is het niet ongebruikelijk dat een vrijwilliger bij een (ANBI-)stichting dan maandelijkse donaties verricht, zoals erflater dat ook heeft gedaan.
Het bedrag van € 200 per maand is in zijn geval ook niet te kwalificeren als bovenmatig.
Voor deze donaties/giften behoefde erflater niet de toestemming van de echtgenote.
Voor de overige donaties behoefde erflater wel de toestemming van de echtgenote nu deze donaties naar het oordeel van het hof niet als ‘gebruikelijk’ kunnen worden gekwalificeerd en deze donaties ‘bovenmatig’ zijn geweest naast de maandelijkse donaties van € 200.
Misbruik van omstandigheden?
De echtgenote heeft als subsidiaire grondslag voor haar vordering een beroep gedaan op misbruik van omstandigheden (als bedoeld in artikel 3:44 lid 1 en lid 4 BW), voor zover de donaties niet zijn vernietigd vanwege het ontbreken van haar toestemming.
Dan gaat het nog enkel om de maandelijkse donaties van € 200 die erflater vanaf augustus 2018 deed tot aan zijn overlijden.
Volgens de echtgenote was erflater ziek, althans was hij bang weer ziek te worden (hij had eerder darmkanker gehad en kreeg weer bloedingen) en was hij daarom kwetsbaar.
Zij wijst erop dat er berichten zijn over misstanden in de Hindoestaanse geloofsgemeenschap waarvan de stichting ook deel uitmaakt.
De stichting heeft dit betwist.
Naar het oordeel van het hof heeft de echtgenote haar stelling onvoldoende onderbouwd.
Zij schetst een algemeen toestandsbeeld van erflater, maar zij woonde al sinds 2013 niet meer met hem samen.
Ze hadden weliswaar goed contact wat betreft de kinderen, maar enige feitelijke onderbouwing van misbruik van omstandigheden geeft zij niet.
Die grondslag van de vordering wijst het hof dan ook af.
Is de vordering van de echtgenote verjaard?
De echtgenote heeft per brief van 14 juni 2021 de vernietiging ingeroepen van de (bovenmatige) donaties/giften die erflater in de periode 2017-2021 heeft gedaan, met een beroep op (artikel 1:88 lid 1 sub b BW en) artikel 1:89 lid 1 BW.
Volgens de stichting is het beroep op vernietiging verjaard gezien artikel 3:52 lid 1 sub d BW: de verjaringstermijn van drie jaren is verstreken voor de betalingen die zijn verricht meer dan drie jaren voordat de vernietiging daarvan is ingeroepen.
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis bij dit verweer uitvoerig stilgestaan en geoordeeld dat de verjaringstermijn voor alle giften/betalingen nog niet was verstreken toen de echtgenote zich beriep op vernietiging van de daarvan.
Het hof sluit zich hierbij aan en voegt hier nog het volgende aan toe gezien het betoog van de stichting onder grief III van het incidenteel hoger beroep.
Volgens de stichting moet de echtgenote al in 2017 of anders in 2018 op de hoogte zijn geweest van de donaties door erflater, omdat zij fiscale partners waren en “zodoende aangifte inkomstenbelasting deden waarbij zij bepaalde posten (zoals het te belasten vermogen in Box 3 maar ook de aftrek van giften) onderling moesten verdelen en zo de aangiften inkomstenbelasting dienden te synchroniseren”.
Niet is betwist dat de echtgenote en erflater al vanaf 2013 niet meer samenwoonden.
Niet is komen vast te staan dat erflater in de aangiften inkomstenbelasting de betalingen aan de stichting als aftrekbare giften heeft opgevoerd.
De echtgenote heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep in antwoord op vragen van het hof verklaard dat zij ieder apart aangifte inkomstenbelasting deden en dat zij geen zicht had op de administratie van erflater.
Zij betaalde de hypotheeklasten en trok de rentelasten af, verder deed zij niets bijzonders.
Zij wist niet dat erflater doneerde aan de stichting en kwam daar pas na zijn overlijden achter.
Mede gezien het voorschrift in artikel 21 Rv heeft het hof geen redenen om eraan te twijfelen dat de echtgenote op de mondelinge behandeling naar waarheid heeft verklaard.
Het hof concludeert, net als de rechtbank, dat de rechtsvordering tot vernietiging van de betrokken donaties over de jaren 2017-2021 niet is verjaard.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.