De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of sprake was van een onduidelijke dagvaarding.

Gedaagde heeft allereerst aangevoerd dat de dagvaarding een zogenoemd ‘obscuur libel’ is, stellende dat het petitum niet te volgen is.

Volgens gedaagde is onduidelijk wat eiseres vordert op basis waarvan.

Erfrecht. Procesrecht. Dagvaarding. Onduidelijke dagvaarding? Obscuur libel? Waarheidsplicht. Misbruik van procesrecht? Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank is het met gedaagde eens dat (het petitum van) de dagvaarding niet uitblinkt in helderheid.

Echter is, deels aan de hand van de toelichting tijdens de mondelinge behandeling, wel voldoende duidelijk wat eiseres nastreeft.

Daarmee moet voor gedaagde ook voldoende duidelijk zijn waarop hij heeft moeten reageren.

De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om te besluiten dat, om de hier besproken reden, niet aan inhoudelijke behandeling van de vorderingen wordt toegekomen.

Gedaagde stelt verder dat eiseres in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: ‘Rv’), oftewel niet heeft gehandeld in overeenstemming met de waarheidsplicht.

Gedaagde benoemt daarbij dat eiseres niet in voldoende mate is ingegaan op de eerdere procedures, dat eiseres heeft verzwegen dat alle informatie reeds is verstrekt en dat eiseres de bekende verweren niet heeft vermeld.

De rechtbank stelt voorop dat partijen op grond van artikel 21 Rv verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.

Als die verplichting niet wordt nageleefd, kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.

Het doel van dit artikel is om de bewuste leugen uit te bannen.

Eiseres hoeft geen feiten te stellen die in haar visie niet relevant zijn voor de beoordeling van zijn vordering.

Bezien in dit licht en gegeven het feit dat eiseres de eerder gevoerde procedures heeft benoemd, kan in zoverre geen schending van de waarheidsplicht worden aangenomen.

Ook de stelling dat alle gevraagde informatie al is verstrekt kan niet leiden tot die aanname.

Eiseres heeft kennelijk een andere mening en – los van de vraag of dat klopt – betekent dit dat zij niet in strijd handelt met 21 Rv door die andere mening te ventileren.

Het niet vermelden van bekende verweren zou in strijd komen met artikel 111 lid 3 Rv en betreft (daarmee) niet een situatie waarop artikel 21 Rv ziet.

De wet verbindt aan een eventuele schending van artikel 111 lid 3 Rv ook geen standaard sanctie en laat dat aan de rechter over.

Het in het geheel niet meer inhoudelijk behandelen van de zaak acht de rechtbank in dezen niet passend.

Gedaagde heeft zich verder beroepen op het vonnis van de voorzieningenrechter van 16 maart 2021, stellende dat nu (deels) hetzelfde wordt gevorderd als in het kort geding en dat die vorderingen alstoen zijn afgewezen.

Gedaagde wijst erop dat eiseres geen hoger beroep heeft ingesteld.

Volgens hem is het recht van eiseres om een nieuwe rechtsvordering in te stellen teniet gegaan.

Ook beroept hij zich op het gezag van gewijsde van het vonnis van de voorzieningenrechter.

Het standpunt van gedaagde moet worden verworpen gelet op het bepaalde in artikel 257 Rv.

Onder verwijzing naar de feiten die zijn gesteld ter onderbouwing van de hiervoor vermelde formele verweren, voert gedaagde aan dat eiseres misbruik van procesrecht maakt door de onderhavige procedure te starten.

Wat er ook zij van het standpunt van gedaagde: dat kan nimmer leiden tot het niet inhoudelijk behandelen van de vorderingen.

In zoverre gaat dit verweer dus niet op.

Gedaagde heeft erover geklaagd dat hij rauwelijks is gedagvaard door eiseres.

Ook dat kan echter niet tot gevolg hebben dat er niet meer inhoudelijk naar de zaak wordt gekeken.

Wat gedaagde heeft opgemerkt over de bewaarplicht van stukken gaat – voor zover al relevant – over de inhoud van enkele vorderingen van eiseres en is daarom geen formeel verweer in die zin dat het ertoe kan leiden dat er geen inhoudelijk oordeel meer wordt gegeven.

De slotsom is dat de formele verweren niet opgaan.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.