De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek voor machtiging tot de verwerping van een nalatenschap ten behoeve van minderjarige kinderen.

Verzoekster vraagt de kantonrechter machtiging te verlenen om namens de kinderen de nalatenschap van de erflater te verwerpen.

Erfrecht. Verzoek om machtiging tot verwerping nalatenschap ten behoeve van minderjarige kinderen. Rechtsbescherming. Parlementaire geschiedenis. Verklaring van verwerping. Termijn.

De rechter oordeelt als volgt.

De kantonrechter overweegt allereerst dat zij geen aanleiding heeft gezien de echtgenote van de overledene en (bekende) schuldeisers van de nalatenschap op te roepen voor de mondelinge behandeling, aangezien zij geen belanghebbenden zijn.

Deze zaak heeft immers geen rechtstreeks effect op de rechten en verplichtingen van de echtgenote van de overledene en ook niet op schuldeisers van de nalatenschap.

Op grond van artikel 4:190 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een volwassen erfgenaam een nalatenschap aanvaarden of verwerpen.

Een aanvaarding kan zuiver geschieden of onder voorrecht van boedelbeschrijving.

De wetgever stelt geen termijn voor het maken van die keuze.

De wetgever heeft met artikel 4:193 BW beoogd bescherming te bieden aan minderjarige kinderen.

Zuivere aanvaarding van een (aandeel in een) nalatenschap door minderjarige kinderen is niet mogelijk.

Hiermee wordt voorkomen dat minderjarige kinderen in hun hoedanigheid van erfgenaam met hun overige vermogen aansprakelijk zijn jegens schuldeisers van de nalatenschap.

De wetgever biedt wettelijke vertegenwoordigers bovendien de mogelijkheid om na machtiging van de kantonrechter een aan zijn of minderjarig kind toekomend(e) (aandeel in een) nalatenschap te verwerpen.

Een verklaring van verwerping moet worden afgelegd binnen drie maanden vanaf het tijdstip waarop de nalatenschap, of een aandeel daarin, de erfgenaam toekomt.

Als deze termijn is verlopen, dan geldt de nalatenschap als door de erfgenaam beneficiair aanvaard.

In het geval een wettelijke vertegenwoordiger niet op de hoogte is van deze termijn, leidt dat ertoe dat het minderjarige kind de nalatenschap, dan wel het aandeel daarin, van rechtswege beneficiair heeft aanvaard.

Het verzoek is gebaseerd op dit artikel.

In dit geval heeft de overledene niet bij testament over zijn nalatenschap beschikt.

Dit heeft tot gevolg dat op grond van het bepaalde in artikel 4:10 BW de kinderen samen met de echtgenote van de overledene als eerste als erfgenamen tot de nalatenschap van de overledene worden geroepen.

Anders dan verzoekster lijkt te veronderstellen, zijn de kinderen dus samen met de echtgenote van de overledene erfgenaam zodra de nalatenschap is opengevallen, met andere woorden: vanaf het tijdstip van overlijden en dus niet vanaf het moment van verwerping daarvan door de echtgenote van de overledene.

Dit betekent dat een verklaring van verwerping had moeten worden afgelegd binnen drie maanden na het overlijden.

Dat is niet gebeurd.

Toch wordt de door verzoekster verzochte machtiging verleend.

Voor dit oordeel is het volgende redengevend.

Uit de parlementaire geschiedenis bij artikel 4:193 BW leidt de kantonrechter af dat de wetgever heeft gedacht dat de belangen van minderjarige kinderen afdoende zijn beschermd door de beneficiaire aanvaarding die van rechtswege volgt in het geval niet tijdig een verklaring van beneficiaire aanvaarding of van verwerping is afgelegd.

Een beneficiair aanvaarde nalatenschap dient op de voet van artikel 4:202 BW te worden vereffend.

Dat betekent in het geval van minderjarige kinderen dat hun wettelijke vertegenwoordiger, verzoekster in dit geval, als vereffenaar dient op te treden.

De wetgever heeft dit niet bezwaarlijk geacht.

De gedachte was dat een en ander zonder het maken van (al te veel) kosten zou kunnen plaatsvinden.

In dit geval leidt dat ertoe dat verzoekster als wettelijke vertegenwoordiger van de kinderen een nalatenschap dient te vereffenen waarvan voldoende is onderbouwd dat deze negatief is.

Bovendien heeft verzoekster voldoende onderbouwd dat zij geen zicht heeft op de omvang en samenstelling van de nalatenschap, dat het niet in de rede ligt dat zij de relevante informatie die zij als vereffenaar nodig heeft én de tot de nalatenschap behorende vermogensbestanddelen tot haar beschikking krijgt zonder daarvoor kosten te moeten maken en dat zij mogelijk wordt geconfronteerd met een aansprakelijkstelling door schuldeisers van de nalatenschap op de voet van artikel 4:184 lid 2 sub d BW.

De kantonrechter overweegt hiertoe als volgt.

Verzoekster heeft gesteld en aan de hand van de door haar in het geding gebrachte stukken voldoende onderbouwd dat de echtgenote van de overledene geen contact met haar en de kinderen wil.

De kinderen hebben, toen bleek dat hun vader ongeneeslijk ziek was, enkele malen contact gehad met hem.

Na zijn overlijden heeft verzoekster contact opgenomen met de echtgenote van de overledene en/of met familieleden van de vader met het verzoek om de kinderen de uitvaart te laten bijwonen.

Dat verzoek is niet gehonoreerd.

Uiteindelijk is, na tussenkomst van de rechtsbijstandsverzekeraar van verzoekster, toestemming gegeven aan de kinderen om afscheid te nemen van hun vader in die zin dat zij de gesloten kist waarin erflater was opgebaard mochten bezoeken.

Verzoekster mocht daarbij niet aanwezig zijn.

De uitvaartplechtigheid hebben de kinderen niet mogen bijwonen.

Vervolgens heeft geen contact meer plaatsgevonden tussen verzoekster en de echtgenote van de overledene, ook niet met het oog op de afwikkeling van de nalatenschap.

Verzoekster heeft op dit punt verklaard dat zij, mede als gevolg van deze gang van zaken, niet erop bedacht was dat de kinderen erfgenaam waren, dat zij betrokken dienden te worden bij de afwikkeling van de nalatenschap en dat zij als wettelijke vertegenwoordiger namens hen een keuze zou kunnen maken om de nalatenschap beneficiair te aanvaarden dan wel te verwerpen.

Verzoekster was, zo heeft zij verklaard, in de veronderstelling dat de kinderen pas door plaatsvervulling, na een eventuele verwerping door de echtgenote van de overledene, in beeld zouden komen als erfgenaam.

Blijkens het door verzoekster in het geding gebrachte uittreksel uit het boedelregister heeft de echtgenote van de overledene de nalatenschap op 23 februari 2023 verworpen.

Ook in dat kader heeft de echtgenote van de overledene geen contact opgenomen met verzoekster.

Dit had wel voor de hand gelegen.

Als gevolg van de verwerping van de nalatenschap is de echtgenote van de overledene geen erfgenaam meer.

Dit betekent dat zij àlle tot de nalatenschap behorende vermogensbestanddelen, zoals persoonlijke spullen van erflater maar ook alle overige zaken die tot zijn nalatenschap behoren, in beginsel aan verzoekster als wettelijke vertegenwoordiger van de kinderen ter beschikking had moeten stellen.

Dit zou alleen anders zijn in het geval de nalatenschap op dat moment al namens hen was verworpen.

Dit is, zo heeft verzoekster verklaard, echter niet gebeurd.

De echtgenote van de overledene heeft haar, zo stelt zij, zelfs niet geïnformeerd over de verwerping van de nalatenschap.

Verzoekster is pas op de hoogte geraakt hiervan door ontvangst van een brief van (een advocaat van) de Volksbank N.V. van 28 november 2023.

In die brief stelt de Volksbank dat zij schuldeiser is van de nalatenschap en verzoekt zij, zo begrijpt de kantonrechter, onder andere om informatie over de omvang en samenstelling van de nalatenschap.

Verzoekster heeft bij e-mailbericht van 22 december 2023 de enige bij haar bekende informatie – dat voor zover zij weet een auto en een chalet tot de nalatenschap behoort – verstrekt en heeft de Volksbank voor het overige verwezen naar de echtgenote van de overledene.

De Volksbank reageert bij brief van 23 januari 2024, die door verzoekster in het geding is gebracht, hierop.

In die brief verzoekt de Volksbank, kort samengevat, om binnen vier weken een boedelbeschrijving, voorzien van onderliggende stukken, en de lijst van schuldeisers aan haar te doen toekomen.

De Volksbank wenst, zo meldt zij in haar brief, op basis daarvan te beoordelen of de nalatenschap verhaal biedt voor een deel van haar vordering. In reactie op de mededeling van verzoekster in haar e-mailbericht van 22 december 2023 dat erflater voor zover haar bekend in het bezit was van een chalet en een auto, deelt de Volksbank mede dat “dit actief” in kaart dient te worden gebracht, dient te worden vermeld op de boedelbeschrijving en eventueel te gelde dient te worden gemaakt ten behoeve van de schuldeisers van de nalatenschap.

Tot slot deelt de Volksbank mede dat verzoekster mogelijk tekortschiet in de naleving van de wettelijke verplichtingen die op haar als vereffenaar rusten en dat dit tot persoonlijke aansprakelijkheid zou kunnen leiden.

Als de kantonrechter de hand houdt aan de termijn van drie maanden dan betekent dit dat verzoekster, als wettelijke vertegenwoordiger van de kinderen, de nalatenschap moet vereffenen.

Verzoekster heeft voldoende onderbouwd dat het saldo van deze nalatenschap negatief is.

Enerzijds gelet op hetgeen zij heeft gesteld over de financiële positie van de vader tijdens de relatie en na beëindiging daarvan, waarbij de kantonrechter in aanmerking neemt dat verzoekster genoegzaam heeft onderbouwd dat de familierechter heeft geoordeeld dat erflater vanwege de grote omvang van zijn schulden geen draagkracht had om kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen te voldoen.

Anderzijds valt niet in te zien waarom de echtgenote van de overledene de nalatenschap van haar echtgenoot zou verwerpen in het geval het saldo daarvan positief zou zijn.

Dit betekent dat verzoekster in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger een nalatenschap dient te vereffenen met een negatief saldo.

Daar komt bij dat verzoekster voldoende heeft onderbouwd dat zij zelf geen dan wel nauwelijks zicht heeft op de omvang en samenstelling van de nalatenschap, terwijl dit wel noodzakelijk is om haar rol van vereffenaar deugdelijk te kunnen vervullen.

Verder heeft verzoekster onderbouwd dat de echtgenote van de overledene, die als echtgenote en ex-erfgenaam wél weet (dan wel over de daarvoor relevante informatie kan beschikken dan wel deze heeft kunnen achterhalen) wat de omvang en samenstelling van de nalatenschap is, haar niet vrijwillig informatie zal verstrekken.

Dit blijkt genoegzaam uit de door verzoekster aan de hand van correspondentie onderbouwde gang van zaken rondom de uitvaart van erflater én uit het feit dat de echtgenote van de overledene na verwerping van de nalatenschap geen contact heeft opgenomen met verzoekster om de tot de nalatenschap behorende vermogensbestanddelen ten behoeve van de kinderen ter beschikking te stellen.

Tevens geldt dat verzoekster stelt dat zij rekening ermee houdt dat de echtgenote van de overledene tot de nalatenschap behorende vermogensbestanddelen nog steeds in haar bezit heeft dan wel dat zij deze te gelde heeft gemaakt, nu deze niet aan de kinderen ter beschikking zijn gesteld.

Of dit het geval is kan de kantonrechter niet beoordelen.

Wel geldt dat de omstandigheid dat de tot de nalatenschap behorende vermogensbestanddelen tot dusver niet in kaart zijn gebracht en niet aan verzoekster ter beschikking zijn gesteld, meebrengt dat zij op dit moment niet aan haar verplichtingen als vereffenaar kan voldoen.

In die hoedanigheid dient zij de tot de nalatenschap behorende vermogensbestanddelen immers te beheren en, zo nodig, ten behoeve van de schuldeisers te gelde te maken.

Dat lukt nu niet.

In het geval de echtgenote van de overledene die vermogensbestanddelen onder zich blijft houden dan wel al te gelde heeft gemaakt, zal dat ook niet meer lukken.

Gelet hierop ligt het in de rede dat verzoekster kosten zal moeten maken, bijvoorbeeld voor het inschakelen van rechtsbijstand teneinde de echtgenote van de overledene ertoe te bewegen de noodzakelijke informatie te verstrekken en de tot de nalatenschap behorende vermogensbestanddelen af te geven.

De wetgever biedt weliswaar de mogelijkheid aan verzoekster om een verzoek tot benoeming van een (professionele) vereffenaar in te dienen, maar daarmee is verzoekster niet geholpen.

Een te benoemen vereffenaar dient immers te worden betaald voor zijn werkzaamheden.

Aangezien het niet voor de hand ligt dat de nalatenschap deze kosten kan voldoen, wordt verzoekster hiermee geconfronteerd.

Linksom of rechtsom zal verzoekster dus hoogstwaarschijnlijk kosten moeten maken voor de vereffening van een negatieve nalatenschap.

Die kosten drukken op het gezinsinkomen, zodat de kinderen indirect hierdoor worden benadeeld.

De kantonrechter acht dit niet in hun belang.

Ten slotte acht de kantonrechter de kans reëel dat verzoekster in haar hoedanigheid van vereffenaar wordt geconfronteerd met een mogelijke aansprakelijkstelling door schuldeisers van de nalatenschap in het geval zij haar taak als vereffenaar niet naar behoren vervult.

De Volksbank heeft verzoekster in haar brief van 23 januari 2024 al erop gewezen dat zij hiermee rekening moet houden.

Het is de vraag of zo’n aansprakelijkstelling succes zal hebben.

Dat zou alleen het geval zijn als verzoekster in de vervulling van haar verplichtingen als vereffenaar in ernstige mate tekort zou schieten én haar daarvan een verwijt kan worden gemaakt.

Niettemin acht de kantonrechter de belangen van de kinderen niet ermee gediend dat hun moeder als vereffenaar een aansprakelijkstelling en mogelijk een civiele procedure boven het hoofd hangt.

Sterker nog, hun belangen worden hiermee onevenredig benadeeld.

Verzoekster is in de gegeven omstandigheden immers volledig afhankelijk van de medewerking van de echtgenote van de overledene en van de juistheid en volledigheid van de door haar te verstrekken informatie over én van de terbeschikkingstelling van de tot de nalatenschap behorende vermogensbestanddelen.

De onzekerheid en spanningen die een eventuele aansprakelijkstelling met zich brengt hebben een negatieve invloed op de gezinssituatie.

Bovendien zou een aansprakelijkstelling verzoekster nopen tot het maken van kosten voor rechtsbijstand, die drukken op het gezinsinkomen, als gevolg waarvan de kinderen indirect worden benadeeld.

De kantonrechter heeft in de parlementaire geschiedenis bij artikel 4:193 BW geen aanknopingspunt gevonden om te veronderstellen dat de wetgever rekening ermee heeft gehouden dat een situatie zoals deze zich zou kunnen voordoen.

Integendeel, het lijkt erop dat de wetgever geen rekening ermee heeft gehouden dat beneficiaire aanvaarding van rechtswege deze gevolgen kan hebben.

De kantonrechter is daarom van oordeel dat onverkorte toepassing van de hiervoor genoemde “drie maanden termijn” in dit specifieke geval tot een resultaat leidt dat in strijd is met bedoeling van de wetgever en de rechtsbescherming die de wetgever minderjarigen met artikel 4:193 BW heeft willen bieden.

De kantonrechter acht die gevolgen maatschappelijk onaanvaardbaar.

Uit het oogpunt van rechtsbescherming wordt de verzochte machtiging dan ook verleend.

De kantonrechter wijst erop dat met het verlenen van de machtiging de nalatenschap nog niet is verworpen.

Daartoe dient nog een verklaring te worden afgelegd ter griffie van de rechtbank die recht doet in het arrondissement waartoe de laatste woonplaats van de overledene behoort.

Dat is de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Deze verklaring dient zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen een maand na vandaag, te worden afgelegd en op de voet van artikel 4:191 lid 1 BW te worden ingeschreven in het boedelregister.

Volledigheidshalve merkt de kantonrechter op dat deze beschikking bij de af te leggen verklaring dient te worden overgelegd.

De kantonrechter ziet aanleiding deze beschikking ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.