De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek tot het opdragen van een tijdelijk beheer over de nalatenschap.

Op 22 maart 2024 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift met bijlagen, ingediend door verzoeker.

Het betreft een verzoek inzake de nalatenschap van mevrouw A (hierna te noemen erflaatster).

Het verzoek strekt ertoe aan verzoeker het (al dan niet tijdelijk) beheer van voormelde nalatenschap op te dragen ex artikel 4:191 lid 2 BW.

Erflaatster heeft niet bij testament over haar nalatenschap beschikt.

Op grond van de bepalingen van de wet heeft zij tot haar erfgenamen achtergelaten haar twee dochters.

Van beide erfgenamen is niet bekend of zij thans nog in leven zijn en waar zij momenteel verblijven.

Verzoeker stelt dat hij bovengenoemde erfgenamen niet kan bereiken, zodat er geen verklaring van erfrecht kan worden opgemaakt, de kosten niet kunnen worden gedeclareerd en de nalatenschap niet kan worden afgewikkeld.

De nalatenschap bestaat, voor zover bekend, uit een beperkt banktegoed.

Erfrecht. Nalatenschap. Verzoek tot het opdragen van tijdelijk beheer over nalatenschap. Maatregelen voor het behoud van goederen uit de nalatenschap. Kosten nalatenschap.

De rechter oordeelt als volgt.

In artikel 4:191 lid 2 BW is bepaald dat de kantonrechter, zolang de nalatenschap niet door alle erfgenamen is aanvaard, maatregelen kan voorschrijven die hij tot behoud van de goederen nodig acht.

In de gegeven situatie is de kantonrechter van oordeel dat de verzochte maatregel proportioneel is in verhouding tot de omvang van de nalatenschap.

De maatregel dient ter behoud van de goederen van de nalatenschap en ter voorkoming van het verder oplopen van kosten.

Het biedt een praktische en passende oplossing om in het beheer van de nalatenschap te kunnen voorzien.

De kantonrechter zal het verzoek derhalve toewijzen.

Nu verzoeker zich bereid heeft verklaard om als tijdelijk beheerder over de nalatenschap te worden benoemd, zal de kantonrechter hem bij wijze van maatregel als bedoeld in artikel 4:191 lid 2 BW de opdracht verlenen om de nalatenschap voor de duur van maximaal 6 maanden te beheren.

De kantonrechter zal de verplichting opleggen om na afloop van die termijn van zes maanden aan de kantonrechter schriftelijk verslag uit te brengen over de stand van zaken en de afwikkeling van de nalatenschap.

Hij kan dan, indien gewenst, tevens om een verlenging van die termijn verzoeken.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.