Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek van de erfgenamen om, na zuivere aanvaarding van de nalatenschap, alsnog beneficiair te mogen aanvaarden wegens een onbekende schuld.

Verweerster heeft de kantonrechter verzocht om haar te machtigen de onderhavige nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden op grond van artikel 4:194a BW.

De kantonrechter heeft dat verzoek toegewezen bij beschikking van 26 juli 2023.

De kantonrechter heeft geconcludeerd dat waar het de in artikel 4:194a lid 1 BW vermelde termijn van drie maanden betreft, verweerster haar verzoek tijdig heeft ingediend.

De datum waarop verweerster namelijk met de beslagen bekend is geworden, is recenter dan 2 juni 2022 en de informatie die de erven aan de executeur en de betrokken notaris voor 2 juni 2022 hebben verstrekt, kan niet worden geacht ook bij verweerster bekend te zijn nu niet is gesteld of gebleken dat zij verweerster ervan in kennis hebben gesteld dat de erven een vordering op de nalatenschap pretenderen.

De kantonrechter heeft daarnaast geconcludeerd dat op het moment dat verweerster de nalatenschap van erflaatster zuiver aanvaardde (21 januari 2022), de (potentiële) vordering van de erven een schuld was die verweerster niet kende en ook niet behoorde te kennen.

In de correspondentie – de e-mail van 22 december 2021 – is de executeur weliswaar geattendeerd op het (op dat moment geëindigde) vruchtgebruik maar is geen gewag gemaakt van enige geldvordering.

Daarnaast heeft de kantonrechter overwogen dat de enkele bekendheid van verweerster met het bestaan van vruchtgebruik op verschillende goederen geen reden is om een extra onderzoekplicht aan te nemen.

Naar het oordeel van de kantonrechter mocht verweerster, gezien de in de beschikking gegeven omstandigheden, bij haar keuze afgaan op de mededelingen van de notaris, zonder dat zij zelf nog onderzoek had moeten doen.

Erfrecht. Zuivere aanvaarding. Verzoek om alsnog beneficiair te mogen aanvaarden wegens een onbekende schuld. Wetenschap van de schuld. Moment van kennisname. Bewijs.

De rechter in hoger beroep oordeelt als volgt.

Het hof komt tot de volgende beoordeling.

Artikel 4:194a lid 1 BW luidt voor zover thans van belang als volgt:

“Een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een schuld van de nalatenschap, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, wordt, indien hij binnen drie maanden na die ontdekking het verzoek daartoe doet, door de kantonrechter gemachtigd om alsnog beneficiair te aanvaarden.”

Van belang is dus op welk moment verweerster de vermeende schuld of aanspraken van de erven van of op de nalatenschap kende dan wel behoorde te kennen voor de volgende twee vragen:

Heeft verweerster binnen drie maanden na de ontdekking van de schuld(en) van de nalatenschap het verzoek om alsnog beneficiair te aanvaarden gedaan?

Zo nee, dan heeft verweerster het verzoek niet tijdig ingediend en leidt dit tot niet-ontvankelijkheid.

Zo ja, kende of behoorde verweerster als erfgenaam de schuld(en) van de nalatenschap ten tijde van de zuivere aanvaarding op 21 januari 2022 te kennen?

Voor de beantwoording van de eerste vraag is van belang op welk moment het verzoekschrift bij de kantonrechter is ingediend.

Volgens de erven is dat op 5 september 2022 gedaan.

Daar gaat het hof niet in mee en de grief slaagt dus niet.

Uit productie 9 bij het verweerschrift in hoger beroep – als onweersproken – blijkt namelijk dat het verzoekschrift op 2 september 2022 is ingekomen bij de Centrale Balie van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Gelet op de in artikel 4:194a lid 1 BW vermelde termijn van drie maanden moet daarom voor de ontvankelijkheid van verweerster worden vastgesteld of zij niet al vóór 2 juni 2022 bekend was of behoorde te zijn met de aanspraken van de erven op de nalatenschap.

Volgens de erven was verweerster al vóór 2 juni 2022 op de hoogte van hun aanspraken.

Volgens de erven was verweerster zelfs al in december 2021, en dus voordat zij de nalatenschap zuiver aanvaardde, bekend met de aanspraken van de erven, althans moest verweerster daarmee bekend zijn geweest.

De erven stellen dat de executeur niet alleen als executeur optrad maar ook als gevolmachtigde van verweerster en dat de aan de executeur gedane verklaringen moeten worden toegerekend aan verweerster gezien artikel 3:60 lid 2 BW jo artikel 3:66 lid 1 BW.

Volgens de erven heeft de executeur de betreffende verklaringen in de e-mails van 22 december 2021 en 30 maart 2022 van appellant als gevolmachtigde van verweerster in ontvangst genomen.

Het hof volgt de erven daarin niet.

Verweerster heeft de executeur gemachtigd op grond van artikel 4:145 BW, zoals in het verweerschrift in hoger beroep ook aangevoerd.

Uit de verklaring van erfrecht blijkt dat verweerster de executeur heeft aangewezen en gemachtigd om bepaalde zaken te regelen rondom de nalatenschap van haar moeder.

De machtiging is een standaardtekst en de inhoud van deze machtiging om als executeur op te treden leidt er niet toe dat de kennis van de executeur ook de kennis van verweerster is (zie ook de Parlementaire Geschiedenis behorend bij artikel 4:194a BW).

Het hof rekent de kennis van de executeur niet toe aan verweerster.

Het gaat om het moment van de kennis bij verweerster zelf als hieronder nader te duiden.

Het gaat in deze zaak derhalve om de vraag op welk moment verweerster zelf de vermeende aanspraken van de erven op de nalatenschap kende dan wel behoorde te kennen.

De erven hebben daartoe in hoger beroep een concreet bewijsaanbod gedaan.

Het hof zal in het kader van de waarheidsvinding de erven toelaten tot het leveren van bewijs.

De erven mogen middels getuigenverhoren bewijzen dat de executeur de correspondentie tussen hem en appellant vóór 2 juni 2022 heeft doorgestuurd naar verweerster dan wel dat de executeur of anderen verweerster over de inhoud ervan heeft/hebben geïnformeerd.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.