De Rechtbank Rotterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of familieleden verplicht waren elkaar te informeren over het overlijden van moeder en elkaar te betrekken bij het afscheid en de uitvaart.
Eiseressen leggen aan de vorderingen ten grondslag dat zij persoonlijk afscheid van A, hun moeder, willen nemen.
Zij hebben gegronde vrees dat gedaagden hen niet zullen informeren over het overlijden en dat zij niet zullen worden geïnformeerd over de uitvaart althans repatriëring naar Suriname.
Zij achten het zeer waarschijnlijk dat de uitvaart zal worden geregeld door gedaagden.
Gedaagden houden eiseressen tot nu toe overal buiten.
Het is onrechtmatig om hen buiten het afscheid nemen en de uitvaart te houden.
Op grond van artikel 8 van het EVRM hebben eiseressen er recht op persoonlijk afscheid te nemen, zonder de aanwezigheid van derden.
Erfrecht. Kort geding. Onrechtmatige daad? Zijn familieleden verplicht elkaar te informeren over het overlijden van ouder en elkaar te betrekken bij het afscheid en de uitvaart?
De rechter oordeelt als volgt.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
Eiseressen en gedaagden hebben tijdens de mondelinge behandeling het uitgangspunt onderschreven dat nabestaanden gezamenlijk een afscheid en de uitvaart regelen.
In een situatie als deze, waarin er een groot conflict is binnen de familie, kan dat meebrengen dat er verschillende afscheidsmomenten worden georganiseerd.
Anderzijds kan door het heengaan van een gewaardeerd en geliefd persoon ook een moment van vrede of zelfs verzoening ontstaan.
In dat moment kan blijken dat er ondanks alle verschillen, vanuit de gedeelde liefde voor de overledene, in gezamenlijkheid afscheid genomen kan worden.
Verder is van belang dat een uitvaart dient te geschieden overeenkomstig de wens of de vermoedelijke wens van de overledene, tenzij dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden.
Deze wensen kunnen vastgelegd zijn in een testament, een notariële akte of een eigenhandig geschreven, gedagtekende en ondertekende verklaring.
Op dit moment zijn er geen vastgelegde wensen bekend bij de familie.
Een eventueel testament komt pas na het overlijden beschikbaar.
Als de voorzieningenrechter de vorderingen toewijsbaar zou vinden, zou gelet op het beginsel van hoor en wederhoor A in de gelegenheid moeten worden gesteld om haar mening daarover naar voren te brengen.
Dat zij dementerend is, maakt dat niet anders, mede gelet op art. 3 onder a en 13 van het VN-verdrag Handicap.
Echter, de rechtbank acht het ongewenst en ongepast om deze kwestie in het kader van dit kort geding aan A voor te leggen.
Als zij in haar laatste levensfase zelf de behoefte heeft om haar wensen rond haar afscheid en uitvaart vast te leggen, zijn daar voldoende mogelijkheden voor.
Na het overlijden zal blijken of dat is gebeurd.
Dat is ook het moment dat de familie in overleg zal moeten treden om het afscheid en de uitvaart in overeenstemming met de (vermoedelijke) wensen van A te organiseren.
Pas als dat niet blijkt te lukken, zou er voldoende spoedeisend belang kunnen ontstaan om een vordering in kort geding in te dienen.
Zover is het nog niet.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.