Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of er sprake was van misbruik van omstandigheden bij onroerendgoedtransacties met de erflaatster.

Partijen zijn broers en zus van elkaar en hebben een geschil gekregen over de nalatenschap van vader en moeder, die in gemeenschap van goederen waren gehuwd.

Vader is overleden in 1989 en moeder in 2014.

Het testament van vader betrof een ouderlijke boedelverdeling.

In het testament van moeder was geïntimeerde onterfd.

Geïntimeerde wil dat appellanten zijn erfdeel uit de nalatenschap van vader uitbetalen.

Appellanten beroepen zich op een tegenvordering van de nalatenschap van moeder op geïntimeerde.

Zij vinden dat geïntimeerde een bedrag van € 237.561,- aan de nalatenschap (en daarmee aan hen) moet betalen, omdat hij – door misbruik van omstandigheden – zichzelf heeft bevoordeeld door middel van twee onroerendgoedtransacties met moeder.

Daarmee heeft geïntimeerde een schenking van moeder aan hem bewerkstelligd.

De grief richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat appellanten in verband met de onroerend goed transacties tussen geïntimeerde en moeder geen beroep op vernietigbaarheid toekomt.

Volgens appellanten zijn die transacties tot stand gekomen op grond van misbruik van omstandigheden.

Erfrecht. Schenking. Wilsgebrek. Onroerendgoedtransacties met erflaatster voor te lage prijs? Misbruik van omstandigheden? Objectieve waardebepaling. Stelplicht en bewijslast.

De rechter oordeelt als volgt.

Van dit wilsgebrek is volgens artikel 3:44 lid 4 BW sprake wanneer iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden.

Er moet, kortom, sprake zijn van bijzondere, tot een (psychische dan wel economische) dwangtoestand leidende omstandigheden die een partij bewegen tot het verrichten van een rechtshandeling, terwijl diens wederpartij op de hoogte is van het bestaan van bedoelde omstandigheden en bevordert dat de beknelde partij de rechtshandeling verricht, hoewel hij weet dat de beknelde partij bij handelen in alle vrijheid de rechtshandeling niet zou hebben verricht.

Art. 7:176 BW bepaalt verder dat indien door de schenker (hier: diens erfgenamen) feiten worden gesteld waaruit volgt dat de schenking door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen, bij een beroep op vernietigbaarheid de bewijslast van het tegendeel op de begiftigde rust, tenzij van de schenking een notariële akte is opgemaakt of deze verdeling van de bewijslast in de gegeven omstandigheden in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou zijn.

Appellanten hebben evenwel geen feiten gesteld waaruit, indien bewezen, volgt dat sprake is geweest van misbruik van omstandigheden.

Zij hebben enkel gesteld dat moeder door geïntimeerde op ‘het verkeerde been’ is gezet (zonder uit te leggen hoe of waardoor dat is gebeurd) en de zeer vage stelling betrokken dat “meespeelde dat moeder afhankelijk van geïntimeerde was omdat zij in het bedrijf van geïntimeerde werkte en daardoor enige inkomsten genoot”.

Daarmee is door appellanten geen voldoende feitelijke grondslag aangereikt voor een beroep op misbruik van omstandigheden respectievelijk om toepassing te kunnen geven aan de bewijslastomkering van art. 7:176 BW.

Het beroep op misbruik van omstandigheden gaat daarom niet op.

Voor zover appellanten zouden hebben beoogd te stellen dat moeder bij het aangaan van die transacties is bedrogen of heeft gedwaald, geldt dat zij van die stelling de stelplicht en, bij betwisting, de bewijslast dragen.

Aan die stelplicht hebben appellanten echter niet voldaan, mede in het licht van de gemotiveerde betwistingen door geïntimeerde.

Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep heeft hij namelijk uiteengezet dat de betreffende transacties op zakelijke voorwaarden zijn uitgevoerd en dat van een ‘op het verkeerde been zetten’ van moeder geen sprake is geweest.

Het hof volgt geïntimeerde hierin.

Voor wat betreft de transactie uit 2000 heeft geïntimeerde onder meer aangevoerd dat deze is gebaseerd op een op verzoek van moeder uitgevoerde taxatie, aan de uitkomst waarvan hij zich heeft gecommitteerd en dat de waardebepaling uitging van de toenmalige eigenschappen van het verkochte (cultuurgrond met opslagruimtes en dus geen bouwgrond).

Dat geïntimeerde de taxateur tot een te lage taxatie zou hebben aangezet door mededelingen te doen over bodemverontreiniging is weliswaar in eerste aanleg gesteld, maar het taxatierapport, waaruit zou kunnen blijken dat bij de waardebepaling van deze bodemverontreiniging is uitgegaan is ook in hoger beroep niet overgelegd, zodat het hof aan die stelling voorbij gaat.

Gelet op dit alles is er geen reden om aan te nemen dat moeder bij het aangaan van deze transactie is bedrogen of heeft gedwaald.

Dat geldt ook voor de tweede transactie uit 2008.

Het hof maakt ook op dit punt het oordeel van de rechtbank tot het zijne.

In dit kader weegt zwaar dat, zoals de rechtbank heeft vastgesteld, de koopprijs voor deze transactie tot stand is gekomen door het middelen van twee op verzoek van partijen uitgevoerde taxaties en dat ook hier niet is gebleken dat (of hoe) geïntimeerde destijds moeder om de tuin heeft geleid ten aanzien van de werkelijke waarde van het verkochte.

Het enkele feit dat geïntimeerde in verband met het uitvoeren van deze transactie een financieel voordeel heeft genoten maakt dit niet anders.

Daaruit blijkt immers nog niet dat of hoe geïntimeerde zijn moeder heeft bedrogen of in dwaling heeft gebracht.

Gelet op dit alles faalt ook de grief.

Vanwege het niet voldoen aan de stelplicht wordt aan bewijslevering door appellanten niet toegekomen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.