De Rechtbank Den Haag heeft op 20 januari 2022 uitspraak gedaan over de uitleg van een notariële samenlevingsovereenkomst.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad en hebben twee kinderen.
Partijen hebben vanaf 28 april 2009 als gezin samengewoond in de woning.
De man woonde al voor deze datum in de woning.
De woning is door de man gekocht.
De man is eerder gehuwd geweest en hij is gescheiden op 3 september 2009.
Op 28 oktober 2009 hebben partijen een notarieel samenlevingscontract opgesteld.
Algemene vermogensrecht. Uitleg van een notariële samenlevingsovereenkomst. Eigendom van de woning. Redelijkheid en billijkheid. Gerechtvaardigd vertrouwen. Concept-testament.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank stelt bij de beoordeling van de vorderingen van partijen het volgende voorop.
Partijen zijn niet met elkaar getrouwd geweest.
Daarom is titel 6 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) niet van toepassing en moet op basis van het algemene vermogensrecht worden vastgesteld welke mogelijke rechten en verplichtingen er tussen partijen bestaan.
Partijen hebben wel samenlevingsovereenkomst gesloten.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat een samenlevingsovereenkomst moet worden uitgelegd conform de zogenoemde Haviltex-maatstaf (HR 10 oktober 2014, HR:2014:2931).
Een samenlevingsovereenkomst is in het algemeen een duurovereenkomst.
Voor de uitleg hiervan is niet alleen het moment van het sluiten van de samenlevingsovereenkomst van belang, maar ook de wijze waarop partijen in de loop van de tijd invulling aan de samenlevingsovereenkomst hebben gegeven (HR 18 september 2015, HR:2015:2741).
Een overeenkomst kan stilzwijgend tot stand komen, maar kan ook stilzwijgend van inhoud veranderen op grond van de feitelijk tussen partijen bestaande situatie, die zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld (HR 8 juni 2012, HR:2012:BV9539 en HR 2 september 2011, HR:2011:BQ3876).
De rechtbank houdt bij de uitleg van de notariële samenlevingsovereenkomst daarom rekening met de wijze waarop partijen zich hebben gedragen en invulling hebben gegeven aan de tussen hen bestaande rechtsverhouding.
De rechtsbetrekking tussen informeel samenwonenden (zonder contract) en formeel samenwonenden (met een contract) wordt mede beheerst door de redelijkheid en billijkheid (HR 10 mei 2019, HR:2019:707).
Wat redelijk en billijk is, hangt af van alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.
De rechtsbetrekking tussen samenwonenden kan op basis van de redelijkheid en billijkheid worden aangevuld of beperkt.
De vrouw vordert onder meer de verklaring voor recht dat zij aanspraak kan maken op de helft van de overwaarde van de woning en de veroordeling van partijen om tot verdeling van de woning over te gaan.
De rechtbank zal hierna de vordering die de vrouw heeft ingediend beoordelen in het licht van de hiervoor genoemde uitgangspunten.
In de samenlevingsovereenkomst is onder meer op pagina één opgenomen dat de gemeenschappelijke woning – hiermee wordt de woning bedoeld – eigendom is van de man en dat de aanschaf en de inrichting zijn gefinancierd met een hypothecaire lening ten laste van de man.
Daarmee staat in de samenlevingsovereenkomst in niet mis te verstane bewoordingen dat alleen de man de eigendom heeft van de woning.
Niet de vrouw.
Artikel 4 gaat niet over de eigendom van de woning maar over wie welke kosten moet betalen.
In het artikel is opgenomen dat de kosten van onderhoud en verbetering van de woning en de aflossing van de hypothecaire lening voor rekening van de man zijn.
Dit is logisch als de woning van de man is.
De vrouw betaalt alleen mee aan de rente, omdat ze met de man in de woning woont en het logisch is dat ze daarvoor kosten verschuldigd is.
Dit zijn immers kosten van de gemeenschappelijke huishouding, zoals ook bedoeld in artikel 3.
De notaris heeft in het kadaster ook geen aantekening laten maken van het gemeenschappelijke eigendom, hetgeen bevestigt dat dat niet de bedoeling van de samenlevingsovereenkomst was.
Volgens de vrouw zijn partijen in 2007 volgen hun traditie in E gehuwd, maar is dit huwelijk niet in Nederland geregistreerd.
Zoals de vrouw zelf ook erkent, kon dit niet omdat de man in Nederland nog was getrouwd.
Tussen partijen kan dan ook niet in geschil zijn dat zij voor de Nederlandse wet nooit getrouwd zijn geweest, want daarvoor moet je naar de burgerlijke stand.
Nadat de man was gescheiden van zijn eerste echtgenote hebben partijen een samenlevingsovereenkomst getekend.
Het kan zijn dat zowel de man als de notaris tegen de vrouw heeft gezegd dat het samenlevingscontract dezelfde consequenties heeft als een huwelijk, zoals de vrouw stelt dat zij hun uitleg heeft begrepen.
Dat betekent echter niet dat ze er ook op mocht vertrouwen dat de woning voor de helft haar eigendom zou worden.
Mede gelet op de duidelijke woorden in de samenlevingsovereenkomst, is het voor de rechtbank niet duidelijk waarop de vrouw deze aanname baseert.
Haar stelling dat de notaris dit heeft gezegd op het moment dat het samenlevingscontract werd getekend, wordt door de man weersproken.
Gelet op de duidelijke tekst van de samenlevingsovereenkomst, had de vrouw haar stelling op dit punt nader moeten toelichten.
Het is namelijk niet waarschijnlijk dat de notaris iets anders heeft gezegd dan in de samenlevingsovereenkomst is opgenomen.
Deze nadere toelichting heeft de vrouw niet gegeven, zodat de rechtbank haar stelling op dit punt niet meeneemt in haar oordeel.
Ook een redelijke uitleg van de samenlevingsovereenkomst brengt niet mee dat moet worden geconcludeerd dat de vrouw recht heeft op de helft van de eigendom.
Waarom zou een deel van het vermogen van de man zonder aanwijsbare reden of grond overgaan naar het vermogen van de vrouw, alleen omdat partijen een samenlevingsovereenkomst hebben getekend?
De omstandigheid dat op pagina drie een bepaling is opgenomen voor het geval dat één van partijen tot verdeling van de gemeenschappelijke woning of tot verkoop van zijn aandeel wenst over te gaan, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders.
Voor toepassing van deze bepaling is nodig dat eerst wordt bepaald dat een woning gemeenschappelijk is.
Een dergelijke bepaling is in de samenlevingsovereenkomst niet opgenomen.
Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat de vrouw na het verbreken van de relatie nog een periode in de woning is blijven wonen.
In de samenlevingsovereenkomst was een verblijvensbeding opgenomen, waarop de vrouw zich kon beroepen. Maar ook die bepaling zegt niets over de eigendom van de woning.
De vrouw heeft nog verklaringen overgelegd waaruit volgt dat partijen tegen vrienden hebben gezegd dat de woning gemeenschappelijk was.
De rechtbank heeft gevraagd aan de vrouw om dit nader toe te lichten.
Daarop heeft zij geantwoord dat zij aan vrienden hebben verteld dat ze getrouwd waren.
Op basis hiervan kan de rechtbank niet oordelen dat de vrouw erop mocht vertrouwen dat in de samenlevingsovereenkomst was bepaald dat de woning gemeenschappelijk was.
Tot slot heeft de vrouw nog gezegd dat de man na de scheiding van partijen, zoals zij het noemt, bij de notaris is geweest om vast te laten leggen dat ook zij, samen met de kinderen van partijen, eigenaar is van de woning.
Het ging hier echter om een concept-testament waarin de man, om de kinderen te kunnen zien, had bepaald dat de kinderen van partijen de woning bij zijn overlijden zouden erven.
Ook op basis hiervan kan de rechtbank niet oordelen dat de vrouw erop mocht vertrouwen dat in de samenlevingsovereenkomst was bepaald dat de woning gemeenschappelijk was.
Een en ander betekent dat de rechtbank concludeert dat de tekst van de samenlevingsovereenkomst duidelijk is en bepaalt dat alleen de man eigenaar is van de woning en dat ook overigens niet op basis van de redelijkheid en billijkheid moet worden geconcludeerd dat de vrouw mede-eigenaar is geworden van de woning of dat zij hierop gerechtvaardigd mocht vertrouwen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.