De Rechtbank Den Haag heeft op 12 juli 2021 uitspraak gedaan over de vraag of een aanslag erfbelasting terecht en voor een juist bedrag opgelegd.

In geschil is of de aanslag erfbelasting terecht en naar een juist bedrag aan eiseres is opgelegd.

Meer specifiek spitst het geschil zich toe op de vraag of rekening dient te worden gehouden met het feit dat eiseres feitelijk niets uit de nalatenschap heeft ontvangen.

Eiseres stelt dat de aanslag ten onrechte is opgelegd.

Eiseres voert aan dat niets uit de nalatenschap is ontvangen en er dus geen sprake is van erfrechtelijke verkrijging.

Het opleggen van een aanslag is dan ook in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, rechtzekerheidsbeginsel, motiveringsbeginsel, gaat in tegen het verbod op willekeur en is in strijd met artikel 1 Eerste protocol van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM).

Voor zover de aanslag terecht is opgelegd, stelt eiseres dat de belaste verkrijging te hoog is vastgesteld en baseert zich daar onder meer op de brief van 6 maart 2017 van A Notarissen.

Verweerder stelt dat de aanslag terecht is opgelegd en juist is vastgesteld.

Verweerder voert aan dat de Successiewet een tijdstipbelasting is en dat eiseres als erfgenaam de belastingplichtige is die de aanslag krijgt.

Erfrecht. Belastingrecht. AWR. Aangifte van erfbelasting. Successiewet. Is de aanslag erfbelasting terecht en voor een juist bedrag opgelegd? Bewijslast. Toetsing. EVRM. Vermindering van de aanslag.

De rechter oordeelt als volgt.

Wettelijk kader Successiewet

Artikel 1 Successiewet 1956 luidt, voor zover relevant:

“Krachtens deze wet worden de volgende belastingen geheven:

1° erfbelasting over de waarde van al wat krachtens erfrecht wordt verkregen door het overlijden van iemand die ten tijde van het overlijden in Nederland woonde.

(..)”

Op grond van artikel 36 Successiewet 1956 wordt belasting geheven van de verkrijger.

Belaste verkrijging?

Niet in geschil is dat eiseres enig erfgenaam van erflater is en dat zij de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard.

Gelet op de hiervoor aangehaalde wetsartikelen is over de nalatenschap erfbelasting verschuldigd.

Daar doet, hoe vervelend dat ook is voor eiseres, niet aan af dat de executeur het bedrag van de nalatenschap niet heeft betaald aan eiseres waardoor zij feitelijk niets heeft ontvangen.

Evenmin leidt het feit dat de executeur hoofdelijk aansprakelijk is voor de erfbelasting tot de conclusie dat de aanslag ten onrechte is opgelegd.

Omkering bewijslast

Verweerder heeft zich ter zitting op de omkering van de bewijslast beroepen, omdat eiseres geen aangifte erfbelasting heeft gedaan, ook niet nadat zij daaraan is herinnerd en daartoe is aangemaand.

Eiseres betwist dit ook niet en geeft aan niet over de gegevens te beschikken om aangifte te kunnen doen.

Derhalve is de vereiste door eiseres niet gedaan.

Op grond van artikel 27e, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) moet het beroep van eiseres ongegrond worden verklaard, tenzij is gebleken dat en in hoeverre de uitspraak op het bezwaar onjuist is.

Het ligt dan op de weg van eiseres om overtuigend aan te tonen dat de uitspraak op bezwaar niet in stand kan blijven.

Redelijke schatting

De rechtbank dient nog wel te beoordelen of de aanslag berust op een redelijke schatting.

Verweerder heeft de nalatenschap bij uitspraak op bezwaar en bijbehorende kennisgeving van 3 maart 2020 geschat op € 325.000.

In de uitspraak op bezwaar heeft verweerder deze schatting als volgt onderbouwd:

Bankrekeningen € 293.546 (gegevens per 1-1-2017)

Effectenrekeningen € 147.818 (gegevens per 1-1-2017)

Chalet € 11.000 (schatting executeur)

Contanten € 7.500 (schatting executeur)

Roerende zaken (onbekend)

Overige (inkomen, rente, etc.) (onbekend)

Af: schuld vooroverleden partner € 177.795

Totaal: € 282.069

Het verschil tussen de schatting van € 325.000 en het bovenstaande totaal van
€ 282.069 is niet onderbouwd door verweerder.

Het moment van overlijden van erflater in 2017 ligt in tijd niet ver van het moment van de gebruikte gegevens die materieel zijn voor de schatting van verweerder, te weten 1 januari 2017.

Omdat een onderbouwing achterwege blijft en het moment van overlijden dichtbij het moment van de gebruikte gegevens ligt, acht de rechtbank een schatting van € 325.000 niet redelijk.

Op basis van de door verweerder verstrekte gegevens is naar het oordeel van de rechtbank een schatting van de waarde van de nalatenschap van € 282.069 redelijk.

Een lagere waarde van de nalatenschap is door eiseres niet aangetoond.

De door haar overgelegde brief van 6 maart 2017 van A Notarissen is daartoe onvoldoende.

Zorgvuldigheids-, motiverings- en rechtzekerheidsbeginsel, verbod op willekeur en EVRM

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de gedingstukken niet dat sprake is van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het verbod op willekeur of dat sprake is van strijd met artikel 1 Eerste protocol van het EVRM.

Uit de gedingstukken en uit hetgeen ter zitting is besproken leidt de rechtbank af dat er een zorgvuldige afweging heeft plaatsgevonden en dat verweerder de uitkomst van die afweging gemotiveerd aan eiseres heeft meegedeeld.

Verder is gebleken dat verweerder ook het gesprek met eiseres is aangegaan om een en ander nader toe te lichten.

Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat als eiseres op enig moment meer duidelijkheid heeft over de omvang van de nalatenschap, zij een verzoek tot ambtshalve vermindering van de aanslag bij verweerder kan indienen.

Wellicht kan ook in het invorderingstraject nader worden gekeken naar de onderliggende feiten en omstandigheden. Daarvoor dient eiseres zich echter tot de ontvanger te wenden.

Gelet op hetgeen hiervóór is overwogen, zal het beroep gegrond worden verklaard en zal de aanslag worden verminderd tot een naar een belaste verkrijging van
€ 261.860 (€ 282.069 -/- € 20.209 vrijstelling).

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over successierechten of over de erfbelasting, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.