Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 5 oktober 2021 uitspraak gedaan over de vraag of de zoon van erflaatster gerechtigd was tot het saldo van een bankrekening na wijziging van de tenaamstelling van de bankrekening in een en/of-rekening.
Erflaatster is de moeder van partijen.
Zij had een bankrekening bij de ING.
Vóór 2019 hebben haar dochter en zoon (geïntimeerden) geld van die rekening opgenomen met de bankpas van hun moeder.
Begin 2019 is de tenaamstelling van deze bankrekening gewijzigd in een ‘en/of rekening’ op naam van moeder en/of haar zoon (appellant).
Appellant heeft op 18 september 2019 zonder toestemming van zijn moeder € 15.000,- van deze rekening overgeboekt naar zijn eigen rekening.
Appellant heeft in hoger beroep één grief gericht, inhoudende dan ten onrechte is geoordeeld dat appalant niet gerechtigd was geld van de ‘en/of rekening’ naar zijn eigen rekening over te maken;
De grief van appellant is ongegrond en het hof zal het eindvonnis van de kantonrechter bekrachtigen.
Deze beslissing legt het hof hierna uit.
Erfrecht. Nalatenschap. Wijziging van de tenaamstelling van een bankrekening. En/of-rekening. Overboeking. Was de zoon gerechtigd tot het saldo van de bankrekening?
De rechter oordeelt als volgt.
De bedoelde ING-rekening stond voor 2019 uitsluitend op naam van erflaatster.
Dat appellant mede-rekeninghouder werd, betekende dat beide rekeninghouders met betrekking tot die rekening tegenover de bank rechten en plichten hebben, en dat de bank omgekeerd rechten en plichten tegenover beide rekeninghouders heeft.
De tenaamstelling van de rekening geeft op zichzelf geen uitsluitsel over het recht op het saldo tussen de rekeninghouders onderling.
De enkele toevoeging van de naam van appellant maakt hem daarom nog niet medegerechtigde tot het saldo op die rekening.
Appellant heeft in de procedure bij de kantonrechter als verweer aangevoerd dat hij met uitdrukkelijke toestemming van zijn moeder geld van deze rekening voor zichzelf mocht gebruiken.
Dat standpunt is strijdig met de inhoud van de brief, waarmee zijn moeder het geld terugeiste, en haar stellingen in de dagvaarding voor de kantonprocedure en het verzoek aan de kantonrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
Appellant heeft geen concreet bewijs aangeboden van de beweerde toestemming.
Zijn algemene, ongespecificeerde bewijsaanbod is in hoger beroep onvoldoende.
Dit onderdeel van zijn grief in hoger beroep faalt.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.