De Rechtbank Oost-Brabant heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of de rechtsvordering tot uitbetaling van de legitieme, nadat een beroep was gedaan op de legitieme, was verjaard.
De ouders hebben op 30 mei 1996 hun boerenbedrijf met terugwerkende kracht per 1 januari 1995 verkocht aan de gedaagden.
Daarbij zijn onder meer de boerderij en enkele percelen grond aan de gedaagden in eigendom overgedragen.
Onder verwijzing naar een in opdracht van hen verrichte taxatie, stellen eisers dat daarbij een te lage verkoopprijs is gehanteerd.
Primair menen zij dat de gedaagden het verschil tussen de gehanteerde verkoopprijs en de werkelijke verkoopwaarde, dat door hen is becijferd op € 217.044,= in de nalatenschap dienen in te brengen.
Subsidiair stellen zij dat zij zijn aangetast in hun legitieme en vorderen zij dat de gedaagden het tekort op hun legitieme portie moeten aanvullen.
Erfrecht. Legitieme. Verjaring van de rechtsvordering tot uitbetaling van de legitieme nadat een beroep is gedaan op de legitieme. Verjaringstermijn.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank begrijpt dat eisers primair vorderen dat de rechtbank de omvang en verdeling van de nalatenschap vaststelt.
Daarnaast vorderen zij dat de gedaagden hen een bedrag zullen uitbetalen ter grootte van de legitieme portie.
Met betrekking tot het beroep van de gedaagden op de verjaring van de legitieme, hebben eisers ter gelegenheid van het pleidooi opgemerkt dat dat te laat is gedaan.
Zij hebben dat ten onrechte niet gedaan in hun conclusie na antwoord, zo betogen eisers.
De rechtbank verwerpt dat betoog.
Eisers hebben in hun akte na comparitie hun vordering nader geconcretiseerd.
In dat geval acht de rechtbank het niet in strijd met de eisen van een goede procesorde dat de gedaagden hun verweer eveneens nader preciseren.
Eisers hebben bovendien ter gelegenheid van het pleidooi verweer gevoerd tegen het verjaringsberoep.
Anders is dat ten aanzien van het beroep van de gedaagden op artikel 4:69 BW.
Dat verweer is eerst ter gelegenheid van het pleidooi gedaan en daarmee tardief.
Het beroep van de zussen op verjaring faalt overigens.
Ingevolge artikel 3:306 BW verjaart een rechtsvordering waarbij de legitimaris aanspraak maakt op zijn legitieme portie door verloop van twintig jaren na het openvallen van de nalatenschap.
Postscript.
De rechtsvordering tot uitkering van de legitieme portie verjaart door verloop van 20 jaar, nu de wet niet anders bepaalt (artikel 3:306 BW) (GHARL:2015:4560).
De wet bevat geen regeling over verjaring van de rechtsvordering van de legitimaris die is ontstaan doordat hij aanspraak heeft gemaakt op zijn legitieme portie.
Dan geldt volgens art. 3:306 BW dat de rechtsvordering verjaart door verloop van twintig jaren.
De verjaringstermijn begint eerst te lopen nadat voor de legitimaris ten gevolge van het uitoefenen van een wilsrecht een rechtsvordering is ontstaan.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, over het berekenen van de legitieme of over de inkorting van legaten, makingen of giften bij een tekort van de legitieme, of over verval en verjaring in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.