Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 3 augustus 2021uitspraak gedaan over de wijze van bepaling van de waarde van een woning in een nalatenschap.

Vader is overleden in 2012. Moeder is overleden op in 2014.

Appellant en geïntimeerden zijn de kinderen van vader en moeder.

Bij testament heeft vader over zijn uiterste wil beschikt, waarbij de kinderen o.a. een rentedragende vordering van 6% kregen op hun moeder ten bedrage van 1/5 van de nalatenschap van vader.

Bij testament heeft moeder over haar nalatenschap beschikt.

Daarbij heeft moeder onder meer geïntimeerden benoemd tot haar enige erfgenamen en zijn appellant en de overige geïntimeerde uitgesloten als erfgenamen.

Tevens is daarbij geïntimeerde tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder benoemd, die deze benoeming heeft aanvaard.

Erfrecht. Uitgangspunt en maatstaf voor de bepaling van de waarde van een woning in een nalatenschap. Vrije onderhandse verkoopwaarde, leeg en vrij van huur en gebruiksrechten? WOZ-waarde? Redelijkheid en billijkheid.

De rechter oordeelt als volgt.

Voor de bepaling van de waarde van de woning onmiddellijk na het overlijden van moeder is deze verkoopprijs het enige concrete gegeven.

Voor het overige zijn er in de correspondentie en in de processtukken wel globale schattingen en verwachte opbrengsten uitgewisseld, maar een deugdelijk rapport waaruit kan worden afgeleid dat de woning toen een hogere waarde vertegenwoordigde dan de verkoopprijs die ongeveer 15 maanden later is gerealiseerd ontbreekt.

Daarbij neemt het hof in aanmerking dat bedoelde bedragen niet eenduidig zijn, maar een wisselend beeld te zien geven.

Bij deze stand van zaken is er geen reden om voor de waardebepaling niet aan te haken bij de verkoopopbrengst.

De derde grief van appellant betreft de overweging van de kantonrechter dat de omstandigheid dat moeder na het overlijden van vader in 2012 in de woning is blijven wonen een waardedrukkend effect had op de waarde ten tijde van het overlijden van vader.

Volgens appellant is dat niet het geval.

Geïntimeerde stelt zich op het standpunt dat alleen de onverdeelde helft van de woning tot de nalatenschap behoorde en dat de waarde van een onverdeelde helft in een woning niet hetzelfde is als de helft van de waarde van een woning in vrij opleverbare staat.

Ook de andere geïntimeerde stelt zich op het standpunt dat alleen de onverdeelde helft in de nalatenschap van vader viel en dat er een verschil in waarde bestaat tussen een vrij opleverbare woning en een bewoonde woning.

Het hof overweegt hierover het volgende.

Gesteld noch gebleken is dat het testament van vader een maatstaf bevat voor de waardering van de activa of dat de erfgenamen daarover overeenstemming hebben bereikt terwijl voor die waardering ook geen wettelijke maatstaven bestaan.

In die situatie dient de door moeder op de peildatum (onmiddellijk na het overlijden van vader) bewoonde woning gewaardeerd te worden naar de maatstaf van vrije onderhandse verkoopwaarde, leeg en vrij van huur en gebruiksrechten.

Een waardering op basis van deze maatstaf wordt, in het algemeen, in dergelijke gevallen redelijk geacht.

Door geïntimeerden zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die meebrengen dat in dit geval een andere dan de gebruikelijke maatstaf gehanteerd zou moeten worden.

Dat betekent dat de grief in zoverre slaagt.

Uit de behandeling van de volgende grieven blijkt echter dat dit appellant niet baat.

Het hof tekent hierbij aan dat geïntimeerden wel gelijk hebben met hun opmerkingen dat alleen de onverdeelde helft van de woning in de nalatenschap van vader viel.

Appellant heeft dit miskend, gezien de toelichting op zijn (primaire) vordering, hiervoor in weergegeven.

Grief 4 betreft de waarde van het erfdeel van appellant in de nalatenschap van vader.

Volgens appellant dient voor de waarde van de woning op de peildatum, onmiddellijk na het overlijden van vader, aangesloten te worden bij de WOZ-waarde op dat moment die hij stelt op € 165.000,- althans € 169.000,-.

De ontwikkeling van de woningmarkt heeft in de periode tussen beide overlijdens volgens appellant geen relevante consequenties voor de waarde op de peildatum.

Geïntimeerde betwist de juistheid van de gestelde waarde en stelt zich op het standpunt dat ook voor de waardebepaling op deze peildatum uitgegaan dient te worden van de verkoopopbrengst van € 132.500,-.

Dit is ook het standpunt van de overige geïntimeerde.

Het hof overweegt hierover het volgende.

In het voorgaande is de waarde van de woning onmiddellijk na het overlijden van moeder vastgesteld op de verkoopopbrengst van € 132.500,-.

Dat is ook voor de waardebepaling op de peildatum die hier aan de orde is het enige voldoende concrete gegeven.

Zoals appellant zelf ook vermeldt, kan een WOZ-waarde niet zonder meer gebruikt worden voor de bepaling van de werkelijke waarde van een woning.

Er kan een aanwijzing in gelegen zijn, maar in dit geval vindt die aanwijzing geen bevestiging in enig feitelijk gegeven.

Door appellant zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die de conclusie rechtvaardigen dat de woning in de ongeveer twee jaar tussen het overlijden van vader en het overlijden van moeder aanzienlijk in waarde zou zijn gedaald en dat om die reden de waarde op de peildatum (aanzienlijk) hoger gesteld dient te worden dan ten tijde van het overlijden van moeder.

Appellant gaat in deze procedure uit van verschillende bedragen: in eerste aanleg van € 212.000,-, in hoger beroep van € 165.000,- of € 169.000,- en in zijn primaire vordering nog steeds van € 212.000,-.

Deze verschillende bedragen bieden geen voldoende grondslag voor zijn stellingen over de waarde van zijn erfdeel en bieden evenmin een toereikend aanknopingspunt voor het hof om enige andere hoofdsom dan het door hem gevorderde bedrag te bepalen.

Grief 4 wordt verworpen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de waardebepaling van onroerend goed in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.