De Rechtbank Limburg heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over het recht op informatie van de legitimaris en het overleggen van stukken ter berekening van de legitieme.

De rechtbank heeft bij vonnis van 24 juni 2020 gedaagde op de voet van artikel 22 Rv bevolen bij akte de bankafschriften van de laatste vijf jaar voor het overlijden van erflaatster en de overige ontbrekende stukken die nodig zijn om de legitimaire massa te berekenen, over te leggen.

De rechtbank heeft de zaak daartoe naar de rol van 22 juli 2020 verwezen voor het nemen van een akte door gedaagde.

Ook is gedaagde in dit tussenvonnis opgedragen om bij diezelfde akte onderbouwd een berekening te maken van de legitimaire massa en de legitieme portie van eiser en in die akte toe te lichten hoe deze berekend zijn.

Gedaagde heeft geen gevolg gegeven aan het vonnis van 24 juni 2020. Daarbij komt dat hij al op 28 februari 2019 gesommeerd is om de benodigde informatie te verstrekken.

Het is duidelijk volgens eiser dat gedaagde niet bereid is de benodigde stukken te verstrekken.

Erfrecht. Legitieme. Recht op informatie. Nakoming informatieplicht. Bevel tot het overleggen van stukken. Opleggen van een dwangsom.

De rechter oordeelt als volgt.

Nu gedaagde niet voldaan heeft aan het bevel van de rechtbank op de voet van artikel 22 Rv is een prikkel tot nakoming noodzakelijk.

In randnummer 19 van de conclusie van antwoord schrijft gedaagde: “Ten behoeve van de bepaling van de omvang van de legitieme massa, brengt gedaagde de navolgende producties in het geding met daarbij de vermelding dat gedaagde zo spoedig als mogelijk alle stukken zal inbrengen die nodig zijn voor de bepaling van de legitimaire massa.”

De rechtbank leidt daaruit af dat gedaagde weet welke stukken hij nog moet verstrekken naast de bankafschriften van de laatste vijf jaar om de legitimaire massa te kunnen berekenen en dat hij over die stukken de beschikking heeft of kan krijgen.

De rechtbank zal gedaagde dan ook veroordelen tot afgifte van de bankafschriften van de laatste vijf jaar voor het overlijden van erflaatster en de overige ontbrekende stukken die nodig zijn om de legitimaire massa te berekenen op straffe van de gevorderde dwangsom.

Het verzoek van overige gedaagde om te bepalen dat de dwangsom zowel ten goede komt aan eiser als aan haar, ieder voor een gelijk deel, zal worden gepasseerd gelet op hetgeen is bepaald in artikel 611a lid 1 Rv.

De dwangsom is immers alleen door eiser gevorderd.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.