Van onze advocaat executeur. De Rechtbank Noord-Holland heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of de nalatenschap, gezien de waarde van de nalatenschap ruimschoots voldoende was om al de schulden te voldoen, nog vereffend diende te worden.
Verzoeker verzoekt dat de kantonrechter de verdeling vaststelt op grond van 3:185 Burgerlijk Wetboek (BW), zo mogelijk overeenkomstig het als bijlage bij het verzoek opgenomen voorstel; en indien het hiervoor gedane verzoek niet wordt gehonoreerd, dan verzoekt verzoeker dat de wijze van verdeling wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:185 lid 1 BW.
Executeur. Goederen nalatenschap zijn ruimschoots voldoende om de schulden te voldoen. Vereffening?
De rechter oordeelt als volgt.
Omdat er een tot voldoening van de opeisbare schulden van de nalatenschap bevoegde executeur is, die heeft aangetoond dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om de nalatenschapsschulden te voldoen, behoeft de nalatenschap niet volgens de regels van Afdeling 3 van Boek 4 van het BW te worden vereffend (artikel 4:202 lid 1 onder a BW).
Dit betekent dat de kantonrechter geen bevoegdheid heeft om aanwijzingen te geven als bedoeld in artikel 4:210 lid 1 BW.
Het is de taak van de executeur om de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen.
In artikel 4:150 lid 1 BW is bepaald dat de executeur die zijn taak heeft volbracht, bevoegd is zijn beheer te beëindigen door de goederen van de nalatenschap ter beschikking van de erfgenamen te stellen.
In het vierde lid van dat artikel is vervolgens bepaald dat indien niet alle erfgenamen bekend zijn of niet alle erfgenamen bereid zijn de goederen in ontvangt te nemen, dan dient de executeur op grond van artikel 4:225 BW de erfgenamen door oproepringen in dagbladen of andere doelmatige middelen op te sporen.
Daarna dient de executeur, indien een erfgenaam zich niet bereid toont het hem toekomende goed in ontvangst te nemen, dit af te geven aan de Staat.
De bevoegdheid van de executeur om de goederen van de nalatenschap te verdelen en af te geven aan de erfgenamen dan wel de Staat ligt in het voorgaande besloten zonder dat hiervoor een machtiging van de kantonrechter vereist is.
Bij het verzoek tot vaststelling van de verdeling overeenkomstig artikel 3:185 BW bestaat geen belang meer, temeer daar niet is gebleken dat de erfgenamen het niet eens zijn over de verdeling, maar onvrede hebben over het feit dat één van de erfgenamen niet heeft gereageerd. Het is echter aan de executeur om de verdeling te effectueren.
Om een zelfde reden komt het verzoek om het verzoekschrift met bijlagen aan te merken als een rekening en verantwoording door de executeur, niet voor toewijzing in aanmerking.
Het voorgaande betekent dat de verzoeken zullen worden afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een nalatenschap, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het afleggen van rekening en verantwoording door de executeur of over de verdeling van een nalatenschap door de rechter, belt u dan gerust onze advocaat executeur op 020-3980150.