Van onze advocaat erfrecht. De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over het vestigen van een vruchtgebruik op de gehele nalatenschap, over het verzoek tot vervallenverklaring van een last uit het testament en de benoeming van een bewindvoerder voor een minderjarige.

De kantonrechter stelt bij de beoordeling van de verzoeken voorop dat verzoekster als moeder van de minderjarige de ruimte moet hebben om diens belangen te behartigen.

Vruchtgebruik op de gehele nalatenschap?

Verzoekster verzoekt in dat licht om een algeheel vruchtgebruik over de gehele nalatenschap van erflater te vestigen. De kantonrechter overweegt hierover als volgt.

In de beschikking van de ambtgenoot-kantonrechter van 10 oktober 2014 is geoordeeld dat verzoekster geen aanspraak kan maken op de vestiging van een vruchtgebruik op de gehele nalatenschap aangezien niet is voldaan aan de voorwaarde dat zij ‘behoefte’ heeft aan een dergelijk vruchtgebruik. Aan het onderhavige verzoek legt verzoekster ten grondslag dat zij, gelet op de nadien gewijzigde omstandigheden – door ziekte en een door die ziekte ernstig beperkte levensverwachting, niet meer in staat is, ook niet meer in de toekomst – enige inkomsten te genereren.

De kantonrechter is van oordeel dat verzoekster de gewijzigde omstandigheden voldoende aannemelijk heeft gemaakt, hetgeen met zich meebrengt dat er nu zeker sprake is van behoeftigheid in de zin van artikel 4:30 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit betekent dat de aanspraak op de vestiging van een vruchtgebruik op de gehele nalatenschap toewijsbaar is.

Vervallen verklaren van last uit testament?

Verzoekster heeft voorts verzocht om de op grond van het testament (onder D ‘Legaten’ sub 3 ‘Geldbedragen’) op haar rustende last om geldlegaten uit te keren, vervallen te verklaren.

De kantonrechter stelt voorop dat ingevolge artikel 4:134, eerste lid, aanhef en onder a van het BW de rechter, op verzoek van degene op wie de last rust, voor zover hier van belang, de last kan wijzigen of geheel of gedeeltelijk opheffen op grond van na het overlijden van de erflater ingetreden omstandigheden welke van dien aard zijn dat de ongewijzigde instandhouding van de last uit een oogpunt van de daarbij betrokken persoonlijke en maatschappelijke belangen ongerechtvaardigd zou zijn.

Daarbij dient de rechter zoveel mogelijk de bedoeling van de erflater in acht te nemen. De kantonrechter overweegt als volgt. Zoals reeds is overwogen is er sprake van gewijzigde omstandigheden in die zin dat verzoekster niet meer geacht kan worden inkomsten te verwerven. De uitkering van de geldlegaten kan er daarom naar het oordeel van de kantonrechter alleen maar toe leiden dat de financiële positie van verzoekster slechter wordt. De kantonrechter betrekt daarbij dat dit ook gevolgen heeft voor de nabije toekomst van de minderjarige op het gebied van onder meer scholing en studie. Het belang van de minderjarige op dit punt dient meegewogen te worden.

Blijkens het testament was het de uitdrukkelijke wens van erflater om de minderjarige goed verzorgd achter te laten en het hem mogelijk te maken een studie te volgen. Daartegenover staat dat het geldlegaten betreft van relatief geringe omvang, waar de bevoordeelden geen wezenlijk belang aan kunnen ontlenen. Het betreft met name oud-collega’s van erflater die € 150,- ieder zouden moeten krijgen. De persoonlijke en maatschappelijke belangen in aanmerking nemend, komt de kantonrechter tot de conclusie dat instandhouding van de last ongerechtvaardigd is. De last tot uitkering van de geldlegaten zal daarom vervallen verklaard worden.

Het verzoek tot vervallenverklaring van de last om de hypotheek op de tot de nalatenschap behorende woning zoveel mogelijk af te lossen, is toewijsbaar. Zoals hierboven overwogen zijn de financiële vooruitzichten van verzoekster slecht. Aflossing van de hypotheekschuld brengt hierin geen verbetering, te meer daar er slechts nog een relatief geringe schuld op de woning rust. Dit vormt een omstandigheid die maakt dat instandhouding van de last, gelet op de belangen van verzoekster en de bij haar inwonende zoon niet langer gerechtvaardigd is.

Benoeming bewindvoerder?

Verzoekster stelt voorts dat gelet op de geringe omvang van de boedel de aanwijzing van een professioneel bewindvoerder niet meer voor de hand ligt. Indien de benoeming van een bewindvoerder toch wenselijk geacht wordt, verzoekt verzoekster om haar broer, X tot bewindvoerder over het krachtens erfrecht verkregen vermogen van de minderjarige te benoemen. Uit de beschikking van deze rechtbank van 10 oktober 2014 blijkt dat verzoekster het bewindvoerderschap niet verwerpt, doch zich niet neer kan leggen bij de daaraan verbonden verplichtingen. De beide zussen van erflater, die in het geval van weigering van het bewindvoerderschap, door hem als beoogd bewindvoerder aangemerkt zijn, hebben reeds gemeld het bewindvoerderschap niet te accepteren.

De kantonrechter vat het thans voorliggende verzoek zo op dat verzocht wordt de in het testament aan het bewindvoerdeschap van verzoekster gekoppelde beperkingen te schrappen. De kantonrechter zal tot het schrappen van deze bepalingen uit het testament overgaan aangezien de daarin neergelegde beperkingen in strijd geacht worden te zijn met de goede zeden. De kantonrechter overweegt dat aansluiting zal worden gezocht bij de ‘Aanbevelingen meerderjarigenbewind’ inhoudende dat de testamentair bewindvoerder voor elke uitgave boven de € 1.500,- toestemming nodig heeft van de kantonrechter. Dit betekent dat de belangen van de minderjarige bij een zorgvuldige omgang met en beheer van zijn vermogen, voldoende zijn gewaarborgd. Het in handen leggen van de controle op deze belangen van de minderjarige op de ex-schoonzussen van verzoekster is niet alleen onzinnig, maar kennelijk enkel ingegeven door de wens van erflater om het leven van zijn echtgenote zo onaangenaam mogelijk te maken. De kantonrechter zal de door verzoekster voorgestelde heer X ex artikel 4:157 lid 1 BW benoemen tot testamentair bewindvoerder en wel voor de duur als in het testament bepaald, te weten tot de minderjarige de leeftijd van 23 jaar heeft bereikt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de verdeling en afwikkeling van een erfenis, over het vestigen van vruchtgebruik, de vervallenverklaring van een last uit een testament of de benoeming van een bewindvoerder in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat erfrecht op 020-3980150.