Het Gerechtshof Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of deelgenoten gedurende de vereffening bevoegd zijn tot het instellen van rechtsvorderingen tot de verkrijging van een gerechtelijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap.
Deze zaak gaat over de vraag of eisers in eerste aanleg ontvankelijk zijn in hun vordering.
Appellante en geïntimeerden zijn kinderen van de hierna te noemen erflater.
Het hof verklaart eisers in eerste aanleg alsnog niet-ontvankelijk in hun inleidende vorderingen omdat niet alle erfgenamen als eisers zijn opgetreden in de procedure en dit zonder instemming van de kantonrechter is gebeurd.
Erfrecht. Vereffening. Zijn deelgenoten gedurende de vereffening bevoegd tot het instellen van rechtsvorderingen tot het verkrijgen van een gerechtelijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap?
De rechter oordeelt als volgt.
Wanneer de nalatenschap – zoals in dit geval – door één of meer erfgenamen beneficiair (onder voorrecht van boedelbeschrijving) is aanvaard, vindt (van rechtswege) vereffening op grond van afdeling 4.6.3 plaats (artikel 4:202 lid 1 onder a BW), tenzij:
- er een tot voldoening van de opeisbare schulden en legaten bevoegde executeur is en deze kan aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen (artikel 4:202 lid 1 aanhef en onder a BW), of
- de kantonrechter des verzocht ontheffing heeft verleend aan de wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam, die voor deze beneficiair heeft aanvaard, van de verplichting om te vereffenen volgens de wet, indien het saldo van de nalatenschap positief is (artikel 4:202 lid 2 BW) of,
- indien de nalatenschap is verdeeld overeenkomstig de wettelijke verdeling in de zin van artikel 4:13 BW en de echtgenoot van de erflater de nalatenschap niet beneficiair heeft aanvaard (artikel 4:202 lid 3 BW).
Niet gesteld of gebleken is dat een van deze uitzonderingen in deze zaak van toepassing is, althans ten tijde van het aanhangig maken van deze procedure.
Er dient derhalve van rechtswege vereffening op grond van afdeling 3, titel 6, van boek 4 BW plaats te vinden.
Dit betekent dat alle erfgenamen (van rechtswege) vereffenaar zijn (artikel 4:195 BW).
Tenzij de kantonrechter anders bepaalt, oefenen de erfgenamen hun bevoegdheden als vereffenaars tezamen uit, met dien verstande dat de navolgende daden door ieder van hen zo nodig zelfstandig kunnen worden verricht:
- de daden van gewoon onderhoud,
- die tot behoud van de goederen; en
- die geen uitstel kunnen lijden (artikel 4:198 BW).
De door geïntimeerden ingestelde vordering is een vordering die in de nalatenschap valt.
Partijen kunnen deze vordering ook niet slechts voor hun eigen breukdeel instellen: de nalatenschap dient immers eerst te zijn vereffend voordat individuele erfgenamen op (eventueel resterende) eigen breukdelen aanspraak kunnen maken.
Partijen zijn in beginsel dus slechts gezamenlijk bevoegd, tenzij de kantonrechter anders heeft bepaald.
Gesteld noch gebleken is dat geïntimeerden de kantonrechter hebben verzocht om anders te bepalen, door te verzoeken om een machtiging te verlenen om zelfstandig (dus zonder de medewerking van hun mede-vereffenaars) ten behoeve van de nalatenschap te kunnen procederen.
Geïntimeerden hebben zich met een beroep op artikel 3:170 lid 1 BW en artikel 3:171 BW op het standpunt gesteld dat zij als deelgenoot bevoegd zijn tot het instellen van rechtsvorderingen en tot het verkrijgen van een gerechtelijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap.
Het hof gaat aan dit betoog voorbij.
Immers, uit artikel 4:222 BW volgt dat een groot deel van de bepalingen in Titel 7 van Boek 3 BW tijdens de vereffening niet van toepassing is.
De vereffening is nog niet voltooid.
Bij de kantonrechter ligt inmiddels bovendien het verzoek van de kinderen van appellante voor om een vereffenaar te benoemen.
Artikel 3:171 BW – waarin de regeling is opgenomen voor de bevoegdheden van een deelgenoot tot het procederen ten behoeve van de gemeenschap – is dan ook niet van toepassing.
Artikel 3:170 lid 1 BW dat ingevolge artikel 4:222 BW gedurende de vereffening wel van toepassing is, betreft het beheer van de nalatenschap.
Het gaat dan, zoals hiervoor is overwogen, om handelingen die dienen tot gewoon onderhoud of behoud van een nalatenschapsgoed, dan wel handelingen die geen uitstel kunnen lijden.
De door geïntimeerden ingestelde vordering is dus niet een vordering tot beheer van de nalatenschap.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.