De Rechtbank Noord-Holland heeft op 19 mei 2021 uitspraak gedaan over de vraag of de marktwaarde of WOZ-waarde diende te worden gebruikt bij de vaststelling van de waarde van een erfdeel in een nalatenschap.
Erflater heeft geen testament gemaakt.
Eiseres en gedaagde zijn erfgenamen in zijn nalatenschap.
Deze zaak gaat over de afwikkeling van de nalatenschappen van de ouders van eiseres en verweerster.
Erfrecht. Vaststelling van een erfdeel in een nalatenschap. Waardebepaling onroerend goed. Marktwaarde of WOZ-waarde? Waardering van een auto.
De rechter oordeelt als volgt.
Voor de vaststelling van het erfdeel van eiseres in de nalatenschap van erflater gaat de rechtbank op basis van de stukken in het dossier uit van de volgende omvang van de nalatenschap.
Gedaagde heeft bij haar berekening van het saldo van de nalatenschap de waarde van de woning gelijk gesteld op de WOZ-waarde per 1 januari 2019.
Deze waarde bedroeg € 195.000,00.
Eiseres heeft zich hiertegen verzet en aangevoerd dat partijen waren overeengekomen dat de woning voor een waarde van € 200.000,00 in de berekening van het erfdeel zou worden meegenomen.
Of partijen dit hebben afgesproken – gedaagde betwist dat ‑ kan in het midden blijven.
Bij de berekening van het erfdeel moet in beginsel de werkelijke waarde van de woning worden gebruikt.
De WOZ-waarde vertegenwoordigt niet zonder meer de werkelijke waarde van de woning, maar een waarde die de gemeente aan de hand van een aantal referentieobjecten voor de woning heeft vastgesteld.
Aangezien voor de referentieobjecten wordt gekeken naar gerealiseerde verkooptransacties van vergelijkbare panden in de voorbije periode, is de WOZ-waarde in een stijgende woningmarkt doorgaans lager dan de marktwaarde.
De rechtbank houdt het er daarom voor dat de marktwaarde van de woning op de overlijdensdatum nog iets hoger ligt dan de waarde waarvoor eiseres de woning in de berekening wil betrekking.
Daarom gaat de rechtbank uit van de door eiseres gehanteerde waarde van € 200.000,00.
Ook over de waarde van de auto verschillen partijen van mening.
Gedaagde heeft gesteld dat waarde van de auto op € 6.249,00 gesteld moet worden.
Zij heeft daarvoor verwezen naar de aankoop factuur van de auto.
Uit de overgelegde factuur volgt dat gedaagde de auto heeft gekocht in augustus 2018 voor een koopprijs (excl. BPM) van € 8.188,07.
Deze koopprijs is voor € 2.500,00 voldaan door inruil van een andere auto.
Voor zover gedaagde meent dat de waarde van de inruilauto nu van de waarde van de aangeschafte auto moet worden afgetrokken, wordt dat idee niet gevolgd.
Maar, ook niet valt in te zien dat de auto voor de aanschafprijs in de berekening van het erfdeel moet worden meegenomen, wat eiseres wil.
De rechtbank zal de auto voor een waarde van € 7.750,00 in de berekening van het erfdeel van eiseres meenemen, waarbij de rechtbank rekening heeft gehouden met het feit dat een auto als deze in de regel door gebruik en verloop van tijd in waarde daalt.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de waardebepaling van roerend en onroerend goed in een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.