De Rechtbank Midden-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de niet-uitgekeerde rente van een niet-opeisbare geldvordering onderdeel bleef van het fideï-commissaire vermogen.
Bij testament van 10 maart 1999 heeft vader over zijn nalatenschap beschikt.
Dit testament bevat een ouderlijke boedelverdeling en een tweetrapsmaking: al hetgeen de overledene onverteerd zou nalaten uit deze nalatenschap zou bij haar overlijden toekomen aan haar zus of haar kinderen.
Voorts is bepaald dat de vorderingen van de kinderen wegens overbedeling eerst opeisbaar zijn bij overlijden van de langstlevende echtgenote (moeder).
In de kern draait het geschil om de vraag aan wie de opgebouwde rente over de vordering van [overledene] uit de nalatenschap van haar vader toekomt.
Komt de rente toe aan eiser, als erfgenaam, of aan zus, als verwachter.
Voor de beantwoording van deze vraag is ook de uitleg van het testament van vader van belang.
Daarbij komt het aan op de bedoeling van vader, af te leiden uit de bewoordingen van het testament, gelezen in het licht van de omstandigheden van het geval.
Erfrecht. Tweetrapsmaking. Uitleg van een testament. Blijft de niet-uitgekeerde rente van een niet-opeisbare geldvordering onderdeel van het fideï-commissaire vermogen?
De rechter oordeelt als volgt.
Uit de tekst van het testament blijkt ondubbelzinnig dat de vader heeft beoogd te voorkomen dat zijn vermogen – direct of indirect – buiten zijn familie zou geraken.
De fideï-commissaire making strekt ertoe hetgeen overledene uit zijn nalatenschap onverteerd nalaat, te doen toekomen aan de verwachter.
Door de ouderlijke boedelverdeling heeft overledene geen goederen uit de nalatenschap van haar vader verkregen, maar slechts een niet-opeisbare geldvordering op haar moeder.
Zij kon daarover gedurende het leven van haar moeder niet beschikken.
Pas bij het overlijden van moeder werd deze vordering opeisbaar.
Eiser stelt zich op het standpunt dat de rente over de vordering van overledene niet tot de nalatenschap van vader behoort, maar tot de nalatenschap van moeder.
Dit betekent dat de rente aan eiser toekomt en niet onder het fideï-commissaire vermogen valt.
Dat de vordering in de periode tussen het overlijden van moeder en overledene niet is uitbetaald, doet hier niets aan af.
Gedaagde heeft ter onderbouwing van zijn standpunt een legal opinion van prof. mr. A in het geding gebracht. In deze opinie wordt gemotiveerd uiteengezet dat de rente over de vordering van overledene toekomt aan zus, als verwachter.
Aangezien de vordering nooit is uitbetaald, blijft de niet uitgekeerde rente onderdeel uitmaken van het fideï-commissaire vermogen.
De door eiser verdedigde uitleg zou ertoe leiden dat een substantieel deel van het vermogen alsnog via zijn verkrijging als echtgenoot – en daarmee via de zogenoemde koude kant – aan hem zou toekomen.
Een dergelijk resultaat staat op gespannen voet met de duidelijke strekking van het testament, waarin vader juist heeft beoogd zijn vermogen niet buiten zijn familie te laten komen.
De rechtbank acht het niet aannemelijk dat vader een dergelijke uitkomst heeft willen aanvaarden.
De rechtbank acht de opinie van prof. mr. A zorgvuldig gemotiveerd.
De daarin gegeven analyse is juridisch consistent en sluit aan bij de beperkte beschikbare jurisprudentie.
De rechtbank kent daaraan meer gewicht toe dan aan de – voornamelijk op eigen uitleg gebaseerde – standpunten vaan partijen.
Uit de tekst en systematiek van het testament blijkt bovendien dat erflater uitdrukkelijk heeft beoogd zijn vermogen binnen de familie te houden.
De fideï-commissaire making strekt ertoe te voorkomen dat vermogen via de nalatenschap van de overledene aan derden buiten de familie ten goede zou komen.
De rechtbank volgt dan ook de in de rechtsgeleerde opinie verdedigde benadering en zal de vorderingen in de hoofdzaak afwijzen.
Aangezien in de hoofdzaak eindvonnis wordt gewezen en de vorderingen worden afgewezen, hebben partijen geen belang meer bij een beoordeling van de vorderingen in incident.
De rechtbank zal deze vorderingen daarom afwijzen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.