Het Gerechtshof Amsterdam heeft op enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of binnen de voor het tuchtrecht geldende termijn tijdig een klacht was ingediend op straffe van verval.

Op 28 november 2013 is moeder overleden.

Op grond van haar testament liet moeder haar vier dochters achter als erfgenaam, ieder voor een gelijk gedeelte.

Voorts heeft moeder D tot executeur benoemd.

De nalatenschap van vader is afgewikkeld na het overlijden van moeder.

Vanuit de afwikkeling van de nalatenschap van vader hadden de vier zussen een vordering op de nalatenschap van moeder.

Naar aanleiding van een bespreking met de notaris heeft de notaris een brief gestuurd aan alle erfgenamen.

In die brief gaf de notaris een toelichting op het testament van moeder en de keuzes die de erfgenamen hadden wat betreft de beneficiaire aanvaarding c.q. verwerping van de nalatenschap.

Klaagsters stellen dat de notaris klaagsters foutief dan wel onvolledig heeft geadviseerd over de aanvaarding van de nalatenschap van moeder.

De notaris had klaagsters moeten wijzen op de mogelijkheid dat in de nalatenschap van moeder nog vorderingen aanwezig zouden zijn vanwege de schuldig gebleven erfdelen uit de nalatenschap van vader en dat hierdoor de nalatenschap van moeder mogelijk negatief was.

De notaris had klaagsters uitdrukkelijk mondeling en schriftelijk moeten wijzen op de risico’s van zuivere aanvaarding.

Ook had de notaris klaagsters moeten adviseren om beneficiair te aanvaarden om geen ongelijkheid tussen de zussen te laten ontstaan.

Als klaagsters juist waren geadviseerd, zouden zij de nalatenschap van moeder nimmer zuiver hebben aanvaard.

Erfrecht. Tuchtrecht. Klacht tegen een notaris over advisering inzake aanvaarding nalatenschap. Termijn waarbinnen geklaagd moet worden. Wna. Vervaltermijn.

De rechter oordeelt als volgt.

Ingevolge artikel 99 lid 21 Wet op het notarisambt (Wna) kan een klacht slechts worden ingediend binnen drie jaar na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven kennis heeft genomen.

Indien de klacht wordt ingediend na verloop van drie jaar na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de notaris waarop de klacht betrekking heeft, wordt de klacht niet‑ontvankelijk verklaard.

De beslissing tot niet‑ontvankelijkverklaring blijft achterwege indien de gevolgen van het handelen of nalaten redelijkerwijs pas nadien bekend zijn geworden.

In dat geval verloopt de termijn voor het indienen van een klacht een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken.

Klaagsters stellen zich op het standpunt dat de aard van de normschending, een nalaten, meebrengt dat zij na afloop van de bespreking op 18 februari 2014 nu juist geen kennis droegen van het nalaten van de notaris.

Wetenschap van het nalaten van de notaris kan klaagsters op zijn vroegst pas worden toegerekend vanaf het moment dat zij door de overige erfgenamen werden aangesproken tot betaling van de vorderingen uit het eerste overlijden, bij brief van 13 oktober 2017.

Volgens klaagsters moet bij de beoordeling van de aanvang van de vervaltermijn ex artikel 99 lid 21 Wna een onderscheid worden gemaakt tussen het aan een klager bekend worden van het handelen van een notaris enerzijds en het bekend worden van diens nalaten anderzijds.

In het laatste geval begint de vervaltermijn te lopen zodra van dat nalaten op enige wijze aan klager blijkt.

Dit betekent volgens klaagsters dat de vervaltermijn in dit geval pas is gaan lopen op 13 oktober 2017 en dat de klacht op 1 augustus 2019 tijdig is ingediend.

Ter ondersteuning van dit standpunt heeft de gemachtigde van klaagsters ter zitting in hoger beroep een beroep gedaan op twee beslissingen van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer (GHAMS:2020:243 en GHAMS:2019:2329) waaruit ook zou volgen dat bepaalde wetenschap niet al op een eerder moment aan klager kon worden toegerekend en de vervaltermijn op een later moment zou zijn aangevangen.

Met de kamer is het hof van oordeel dat de driejaarstermijn van artikel 99 lid 21 Wna is gaan lopen op 18 februari 2014.

Op deze datum heeft de bespreking met de notaris plaatsgevonden, waarbij de notaris volgens klaagsters heeft nagelaten hen juist en volledig te adviseren over de aanvaarding van de nalatenschap van moeder.

Voor de aanvang van de vervaltermijn is bepalend de objectieve kennis van het handelen of nalaten van de notaris en niet de subjectieve kennis dat dit handelen of nalaten mogelijk tuchtrechtelijk onjuist zou kunnen zijn, aldus vaste jurisprudentie van dit hof (ook de door de gemachtigde van klaagsters ter zitting aangehaalde jurisprudentie).

Het is derhalve voor het gaan lopen van de driejaarstermijn niet relevant dat klaagsters op 18 februari 2014 nog geen kennis droegen van het veronderstelde nalaten van de notaris.

Nu de driejaarstermijn op 18 februari 2017 is geëindigd en de klacht op 1 augustus 2019 is ingediend, is het hof – net als de kamer – van oordeel dat de klacht te laat is ingediend.

Maar ook indien de nadere vervaltermijn van één jaar van artikel 99 lid 21 Wna in dit geval van toepassing zou zijn geweest, zou de klacht niet tijdig zijn ingediend.

Voormelde nadere vervaltermijn gaat lopen, indien geoordeeld wordt dat de gevolgen van het aan de notaris verweten handelen of nalaten redelijkerwijs pas na het verstrijken van de driejaarstermijn bekend zijn geworden aan klaagsters.

Volgens klaagsters is pas op 13 oktober 2017 aan hen duidelijk geworden wat de gevolgen waren van het veronderstelde nalaten van de notaris.

De nadere vervaltermijn zou in dat geval geëindigd zijn op 13 oktober 2018, terwijl de klacht eerst op 1 augustus 2019 is ingediend, hetgeen derhalve hoe dan ook te laat is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.