Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of sprake is geweest van financieel beheer door de zoon van de erflaatster en of hierover dan rekening en verantwoording diende te worden afgelegd.
Partijen zijn familie van elkaar.
In deze procedure gaat het om de afwikkeling van de nalatenschap van mevrouw B (hierna: erflaatster), zijnde de moeder van partijen en van hun overleden broer A] (hierna: A).
Het vermogen van erflaatster is in de periode vanaf 2001 tot aan haar overlijden behoorlijk afgenomen.
Appellanten vermoeden dat geïntimeerde 2, en misschien ook geïntimeerde 1, daar verantwoordelijk voor is of zijn.
Zij menen dat geïntimeerde 2 in die periode het financiële beheer over het vermogen van erflaatster voerde en gelden aan de nalatenschap heeft onttrokken, mogelijk in samenspraak met geïntimeerde 1.
Zij vorderen daarom namens de nalatenschap terugbetaling van de gelden door geïntimeerden of in ieder geval dat door hen rekening en verantwoording wordt afgelegd over het gevoerde beheer over de financiële zaken van erflaatster.
Erfrecht. Is sprake geweest van financieel beheer door zoon van erflaatster? Is geld onttrokken? Afleggen van rekening en verantwoording. Nauwe familierelatie.
De rechter oordeelt als volgt.
Het hof oordeelt als volgt.
Volgens vaste rechtspraak kan een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording worden aangenomen indien tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan krachtens welke de een jegens de ander (de rechthebbende) verplicht is om zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden.
Een zodanige verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of ongeschreven recht (vgl. onder meer HR 2 december 1994, HR:1994:ZC1561).
Aan het oordeel dat op grond van ongeschreven recht een verplichting bestaat zich te verantwoorden over de behoorlijkheid van het over het vermogen van een ander gevoerd beheer, kan bijdragen dat sprake is van een rechtsverhouding die verwantschap vertoont met een of meer in de wet geregelde gevallen waarin een dergelijke verplichting is neergelegd, zoals gemeenschap, opdracht of zaakwaarneming.
Voor het overige is het antwoord op de vraag of een zodanige verantwoording geboden is, sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
Omstandigheden die in dit verband een rol kunnen spelen zijn onder meer: (1) de redenen waarom het beheer is gevoerd, (2) de verhouding die bestond tussen degene die het beheer voerde en de rechthebbende, (3) hetgeen in de relatie tussen partijen of in soortgelijke gevallen gebruikelijk is of was, (4) de mate waarin degene die het beheer voerde, zelfstandig kon en mocht handelen, en (5) de mate waarin de rechthebbende in staat is geweest de handelingen van degene die het beheer voerde te overzien en voor zijn belangen op te komen (HR 9 mei 2014, HR:2014:1089).
Er is tijdens het leven van erflaatster geen sprake geweest van een algehele financiële volmacht aan geïntimeerden.
In het dossier bevinden zich naar het oordeel van het hof wel voldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat geïntimeerde 2 erflaatster in ieder geval sedert ongeveer eind 2006 is gaan ondersteunen bij het doen van betalingen.
Het hof wijst ten eerste op de brief van 26 december 2006 die geïntimeerde 2 namens erflaatster aan de ABN AMRO Bank heeft gestuurd met het verzoek een aantal betalingen te doen, waaruit ook blijkt dat geïntimeerde 2 al eerder overboekingen heeft laten uitvoeren, en op het feit dat hij sedert 29 maart 2007 als (internet)gemachtigde voor de ING-rekening van erflaatster staat geregistreerd.
Op 28 april 2010 en op 2 mei 2010 heeft geïntimeerde 2 – volgens hem op verzoek van erflaatster – voorts een tweetal grote bedragen (ad respectievelijk € 2.000,- en € 98.000,-) overgemaakt van de ABN AMRO bankrekening van erflaatster naar zijn bankrekening.
Uit het rapport van persoon D blijkt dat geïntimeerde 2 in het medische dossier bij de zorginstelling staat vermeld als eerste contactpersoon en financieel gemachtigde.
Dit betreft geen kwalificatie van geïntimeerde 2 als “financieel gemachtigde” door persoon D, zoals geïntimeerden menen, maar een weergave van een aantekening uit het medische dossier die op zichzelf door geïntimeerden niet is weersproken.
Hieruit blijkt genoegzaam dat geïntimeerde 2 – en als enige – bemoeienissen heeft gehad met de vermogensrechtelijke zaken van erflaatster.
Het gaat om een klaarblijkelijk langdurige ondersteuning in een familiaire relatie, terwijl gesteld noch gebleken is dat daarvoor een tegenprestatie is ontvangen.
Mede gelet daarop en op het ontbreken van wederkerigheid, vertoont de rechtsverhouding onvoldoende verwantschap met de in de wet geregelde gevallen van zaakwaarneming (artikel 6:198 BW) en opdracht (artikel 7:400 BW).
Onvoldoende staat vast dat erflaatster in de periode waarin geïntimeerde 2 haar hielp met haar financiën, tot aan de gesloten opname eind 2008, de betalingen die geïntimeerde 2 voor haar deed niet kon overzien of anderszins niet voor haar belangen kon opkomen.
Ook is niet gebleken dat zij op enig moment heeft geprotesteerd tegen een of meer betalingen door geïntimeerde 2.
Erflaatster was een vermogende vrouw en had een daarbij passend bestedingspatroon.
Het stond haar vrij om haar vermogen naar eigen inzicht te besteden.
De familierechtelijke relatie tussen erflaatster en geïntimeerde 2 bracht kennelijk mee dat er tussen hen in vertrouwen werd gehandeld.
Het feit dat persoon D het op basis van een beoordeling van de schriftelijke medische informatie achteraf moeilijk voorstelbaar acht dat erflaatster vanaf 2001 of 2004 (en dus ook vanaf 2006) nog in staat was haar financiële belangen te behartigen, is in het licht van de overige feiten en hetgeen geïntimeerden daartegen als verweer hebben aangevoerd niet toereikend voor een ander oordeel.
Het hof betrekt bij dat oordeel dat er in die periode door niemand, ook niet door appellanten een beschermingsmaatregel is ingesteld, zoals een bewind of desnoods een levenstestament.
Aangenomen wordt daarom dat erflaatster tot haar opname in De Vlinder zelf het beheer over haar vermogen voerde, waarbij geïntimeerde 2 haar behulpzaam was.
Onder deze omstandigheden bestaat er voor geïntimeerde 2 geen verplichting tot het doen van rekening en verantwoording.
Dat in die periode sprake is geweest van onrechtmatige onttrekkingen aan het vermogen door geïntimeerden is onvoldoende geconcretiseerd en toegelicht.
Dat alles ligt naar het oordeel van het hof echter anders voor de periode na de gesloten opname.
Ook als sprake zou zijn geweest van een vrijwillige opname, zoals geïntimeerden betogen, dan nog staat vast dat erflaatster vanwege haar ziektebeeld (Alzheimer/dementie) verbleef op een gesloten psychogeriatrische afdeling die zij niet zonder begeleiding mocht verlaten.
Geïntimeerden stellen wel dat zij is verhuisd naar een verzorgingstehuis en niet naar een verpleegtehuis, waar ze gewoon over contant geld mocht beschikken, maar zij weerspreken niet dat en om welke reden erflaatster op een gesloten afdeling is opgenomen. In ieder geval vanaf dat moment is zij (meer) van anderen afhankelijk geworden.
Dat zij het daarvoor gehanteerde bestedingspatroon na die opname ongewijzigd zou voortzetten, ligt vanwege haar medische situatie en haar 24-uursverblijf in een instelling niet meteen voor de hand.
Het bestedingspatroon van erflaatster in deze periode roept daarom vraagtekens op.
Zelfs als zij nog de beschikking zou hebben gehad over haar bankpas, dan nog kon zij bijvoorbeeld de (wekelijkse) contante geldopnames en boodschappen niet zelfstandig doen.
Gegeven het – niet weersproken – verslechterende ziektebeeld en de cognitieve beperkingen, kan het hof de conclusie van persoon D volgen dat erflaatster in ieder geval in die periode niet meer in staat moet worden geacht haar financiële zaken goed te overzien en om verantwoording te vragen aan degene die haar belangen behartigde.
Voor de aanvang van de termijn wordt aangesloten bij het moment van opname van erflaatster op de gesloten afdeling, omdat dit nu eenmaal het meest objectieve aanknopingspunt is.
Nu geïntimeerde 2 de enige is geweest die bemoeienis heeft gehad met de financiële bankzaken van erflaatster, heeft hij naar het oordeel van het hof iets uit leggen.
Het hof betrekt bij dat oordeel dat hij niet (meteen) open is geweest over de overboeking van € 98.000,- naar zijn bankrekening.
Het voorgaande geldt niet voor geïntimeerde 1.
De enige gebleken financiële bemoeienis die hij heeft gehad, is zijn betrokkenheid bij de IB-aangiftes van erflaatster.
Dat is onvoldoende.
De vorderingen jegens hem kunnen niet worden gegrond op de stelling dat geïntimeerde 2 de financiële zaken van erflaatster “mogelijk” in samenspraak met geïntimeerde 1 regelde.
Dat hij zich in de periode na de opname gelden heeft toegeëigend is ook niet gesteld.
De wijze waarop door geïntimeerde 2 rekening en verantwoording dient te worden afgelegd is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en van de aard van de relatie tussen beide partijen.
In dit geval is sprake van een nauwe familierelatie, waarin geïntimeerde 2 geldzaken regelde voor erflaatster.
Het ligt voor de hand dat in een dergelijke relatie geen kwitanties worden verstrekt, geen bonnetjes worden afgetekend en niet steeds tot op de cent nauwkeurig wordt afgerekend.
In zo’n geval kunnen aan de door geïntimeerde 2 af te leggen rekening en verantwoording dan ook geen al te hoge eisen worden gesteld (vgl. hof Arnhem-Leeuwarden 14 juli 2020, GHARL:2020:5562).
Geïntimeerde 2 zal in de gelegenheid worden gesteld om bij memorie na tussenarrest een toelichting te geven op de bestedingen en contante geldopnames vanaf de bankrekeningen van erflaatster in de periode vanaf december 2008 tot aan het overlijden van erflaatster op 10 januari 2011.
Appellanten zullen daarop bij antwoordmemorie mogen reageren.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.