Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 17 mei 2022 uitspraak gedaan over de vraag of er een gebruiksvergoeding verschuldigd was voor het gebruik van de woning na het overlijden van de erflater.

Moeder heeft bij testament van 10 juni 1977 over haar nalatenschap beschikt.

In haar nalatenschap zijn alle zes de kinderen tot erfgenaam benoemd, ieder voor 1/6e deel.

ader heeft bij testament van 5 maart 2015 beschikt over zijn nalatenschap.

Daarin is A benoemd tot executeur, welke executele zij heeft aanvaard, en is B onterfd.

De overige vijf kinderen zijn tot erfgenaam benoemd.

Appellant stelt dat de rechtbank ten onrechte de gebruiksvergoeding van de dochter van geïntimeerde heeft gesteld op € 593,- per maand, ingaande juli 2017.

Hij voert hiertoe aan dat geïntimeerde voor het gebruik en beheer van de woning aan de mede-erfgenamen geen toestemming heeft gevraagd, wat zij op grond van de artikelen 3:168 t/m 3:170 BW wel had moeten doen.

Door de woning in gebruik te geven aan haar dochter zijn alle andere erfgenamen verstoken gebleven van het genot van een gemeenschapsgoed.

Dit rechtvaardigt – zoals door de rechtbank is overwogen – dat een gebruiksvergoeding betaald moet worden, maar appellant stelt dat deze vergoeding te laag is vastgesteld.

Volgens appellant moet de gebruiksvergoeding € 764,50 per maand zijn op grond van een huurprijscheck en dient als ingangsdatum december 2016 gehanteerd te worden omdat geïntimeerde al in januari 2017 verbeteringen aan de woning heeft aangebracht.

Geïntimeerde betwist dat zij toestemming moest vragen aan de deelgenoten om de woning in gebruik te geven aan haar dochter.

Zij verwijst naar artikel 3:169 BW en stelt dat geen van de erfgenamen, behalve zij zelf, te kennen heeft gegeven de woning te willen gebruiken of anderszins het genot van de gemeenschappelijke woning te willen hebben.

De door de dochter betaalde gebruiksvergoeding is ook ten goede gekomen aan de nalatenschappen.

Geïntimeerde betwist dan ook dat er enige rechten van appellant zijn geschonden.

De verbeteringen die zij heeft aangebracht waren nodig om verpaupering van de woning tegen te gaan.

Dit is een beheerhandeling waarvoor zij op grond van artikel 3:170 BW geen toestemming voor nodig heeft.

Verder betwist geïntimeerde dat de gebruiksvergoeding te laag is en dat als de ingangsdatum december 2016 gehanteerd zou moeten worden.

Erfrecht. Gebruiksvergoeding. Woning. Onderhoud. Beheer door executeur tevens erfgenaam. Gebruik van woning. Is er een gebruiksvergoeding verschuldigd? Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof is van oordeel dat geïntimeerde als executeur-testamentair de belangen van de deelgenoten heeft behartigd.

Tot het moment dat de dochter in de woning trok (op 22 juli 2017) had appellant immers nog niet beneficiair aanvaard.

Geïntimeerde was als executeur belast met het beheer van de goederen van de nalatenschap van vader en daardoor bevoegd met uitsluiting van anderen het beheer over de goederen van de nalatenschap te voeren.

Op grond van deze bevoegdheid mag zij het beheer naar eigen inzicht voeren en de keuzes maken die haar ten behoeve van dat beheer geraden voorkomen, zij het dat zij daarbij de zorg van een goed executeur moet betrachten.

Voor aan het beheer te ontlenen bevoegdheden kan aansluiting worden gezocht bij artikel 3:170 lid 2 BW (Hoge Raad, 21 november 2008, HR:2008:BD5985).

Voor zover geïntimeerde heeft gehandeld als deelgenoot in de nalatenschap van moeder bepaalt artikel 3:170 lid 1 BW dat handelingen dienende tot gewoon onderhoud of tot behoud van een gemeenschappelijk goed, en in het algemeen handelingen die geen uitstel kunnen lijden, door ieder van de deelgenoten zo nodig zelfstandig kunnen worden verricht.

Lid 2 bepaalt dat het beheer voor het overige geschiedt door de deelgenoten tezamen, tenzij een regeling anders bepaalt.

Onder beheer zijn begrepen alle handelingen die voor de normale exploitatie van het goed dienstig kunnen zijn, alsook het aannemen van aan de gemeenschap verschuldigde prestaties.

Lid 3 bepaalt dat tot andere handelingen betreffende een gemeenschappelijk goed dan in de vorige leden vermeld, uitsluitend de deelgenoten tezamen bevoegd zijn.

Als executeur in de nalatenschap van vader en als deelgenoot in de nalatenschap van moeder heeft geïntimeerde dus de bevoegdheid om alle handelingen te verrichten die voor behoud en onderhoud van de tot de nalatenschappen behorende woning noodzakelijk waren.

Of de woning tot aan de verdeling in gebruik geven kan worden aan de dochter is een beslissing die door de geïntimeerde als executeur in het kader van haar bevoegdheid tot het uitoefenen van het beheer over de nalatenschap genomen wordt.

Door de woning bewoonbaar te maken, zoals door het plaatsen van een nieuwe cv-ketel omdat de oude kapot was en een keukenblok omdat het oude keukenblok meer dan 25 jaar oud, kapot en zwaar vervuild was, kon de woning in gebruik worden gegeven en een gebruiksvergoeding worden gevraagd die ten goede kwam aan de nalatenschappen.

Het hof komt tot hetzelfde oordeel voor het geval geïntimeerde zelfstandig heeft gehandeld als deelgenoot in de nalatenschap van moeder.

Voor wat betreft de hoogte van de gebruiksvergoeding is het hof van oordeel dat € 593,- per maand een redelijke gebruiksvergoeding betreft, gezien de staat van de woning en het tijdelijk gebruik door de dochter waardoor er geen risico was op huurdersbescherming.

Ter zitting heeft geïntimeerde verklaard dat haar dochter van 22 juli 2017 tot 1 augustus 2020 in de woning heeft gewoond en genoemd bedrag heeft betaald, wat door appellant niet is bestreden.

Aldus wordt er vanuit gegaan dat de dochter van geïntimeerde voor 36 maanden een bedrag van € 593,- per maand (ofwel een totaalbedrag van € 21.348,-) heeft voldaan, welk bedrag ten goede dient te komen aan de nalatenschappen.

Gezien het voorgaande is het hof van oordeel dat door de woning in gebruik te geven aan de dochter van geïntimeerde tegen een redelijke gebruiksvergoeding geen rechten van appellant zijn geschonden.

De grief faalt dan ook.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.