Erflater is overleden op 15 april 2015 is overleden aan de gevolgen van asbest gerelateerde longkanker.
De nalatenschap lijkt vooral te hebben bestaan uit een schadevergoeding in verband met de abest gerelateerde kanker.
Op 26 maart 2015 heeft erflater samen met Y een bezoek gebracht aan de notaris. In een brief van 6 juli 2015 heeft de notaris aan Y het volgende geschreven over dit bezoek:
“Op 26 maart jongstleden heb ik, in uw bijzijn, een bespreking gevoerd met erflater inzake het verlenen van een volmacht aan u en het opstellen van een testament door erflater . Desgevraagd gaf erflater aan dat u aanwezig kon zijn bij dit gesprek.
Erflater gaf aan dat het zijn wens was dat u als zijn enige erfgenaam werd benoemd en dat u tevens als executeur van zijn nalatenschap diende op te treden“.
In vervolg op de bespreking heeft de notaris concepten van de volmachten en het testament verstuurd aan erflater . Hierna belde erflater op 2 april 2015 met de notaris, waarna de notaris op 7 april 2015 een bezoek heeft gebracht bij erflater thuis. In dezelfde brief van 6 juli 2015 aan Y heeft de notaris over dit bezoek het volgende geschreven:
“Op 7 april was u wederom aanwezig bij het gesprek dat ik had met erflater . Hij gaf toen aan dat er een nieuw levenstestament opgesteld moest worden, maar dat het testament waarbij u als enig erfgenaam en executeur werd aangewezen, in stand kon blijven“.
Op 10 april 2015 heeft de notaris een concept verstuurd aan erflater met het verzoek een afspraak te maken voor het tekenen van het testament en het levenstestament. Door zijn overlijden op 15 april 2015 is erflater hiertoe niet meer in staat geweest.
Na het overlijden van erflater heeft Y de begrafenis van erflater op een Islamitische begraafplaats geregeld. Ook heeft hij na twee maanden de huur opgezegd van de woning van erflater en heeft hij het huis opgeleverd aan de woningbouwvereniging. Y heeft in deze periode ook beschikt over de gelden op de ING bankrekening van erflater.
Op 10 juni 2016 heeft de notaris een verklaring van erfrecht opgesteld: erflater heeft één kind, er is geen testament. Het kind, een dochter, is enig erfgenaam.
Het geschil
Y is van mening dat het concept-testament gezien moet worden als een officieel door de notaris verleden testament en dat hij gezien moet worden als de enige testamentair erfgenaam. Hij is van mening dat de vormvoorschriften opzij gezet moeten worden omdat voldoende duidelijk is dat het concept-testament in overeenstemming was met de laatste wil van erflater. Dat zou volgens Y ook redelijk en billijk zijn.
De dochter vordert dat Y moet betalen een bedrag van ruim € 14.000,00 dat hij ten onrechte van de bankrekening van erflater heeft opgenomen, dat Y de gehele inboedel moet teruggeven en een veroordeling van Y in de kosten van de procedure.
Het oordeel van de rechtbank Den Haag op 19 juli 2017
De rechtbank oordeelt dat voor een testament een notariële akte is vereist met daar onder een handtekening van erflater. Een testament is nietig als de handtekening ontbreekt. Ook de handtekening van de notaris moet er op staan.
Erflater heeft weliswaar aangegeven dat hij tot enig erfgenaam wilde benoemen en hij heeft dat later ook nog eens herhaald maar hij heeft geen akte ondertekend. Niet is gesteld of anderszins gebleken dat erflater niet in staat was te ondertekenen. Dit betekent dat aan de voor het opmaken van een uiterste wil geldende wettelijke vereisten niet is voldaan. Niet alleen ontbreekt een handtekening, er is evenmin sprake van een gepasseerde notariële akte. Hierdoor heeft het concept geen definitief karakter gekregen en kan dit niet als een rechtsgeldige uiterste wil worden aangemerkt. Het beroep van Y op de redelijkheid en billijkheid wijst de rechtbank af. Gelet op de duidelijke wettelijke bepalingen en de toelichting daarop in de wetsgeschiedenis, waarin onder meer naar de rechtszekerheid wordt verwezen, rechtvaardigen de door Y gestelde omstandigheden niet een afwijking van de vormvereisten voor het opstellen van een rechtsgeldige uiterste wil. De vordering tot het verkrijgen van een verklaring voor recht dient dan ook te worden afgewezen.
Als de in het ongelijk gestelde partij wordt Y veroordeeld in de kosten van deze procedure.
Lees hier de hele uitspraak.