De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of er een recht bestond op een gebruiksvergoeding voor het uitsluitend gebruik van een gemeenschappelijke goed.
Volgens eisers is gedaagde op grond van artikel 3:169 BW aan de nalatenschap een gebruiksvergoeding verschuldigd van € 2.847,31.
Daartoe stellen eisers dat gedaagde tussen 30 mei 2020 en 15 januari 2021, verspreid over vier periodes, in de woning heeft gewoond.
Dat gedaagde hen daarbij ook het gebruik van de woning heeft ontzegd, blijkt volgens eiser en eiseres uit het overgelegde appbericht van gedaagde van 2 augustus 2020.
In dit bericht schrijft gedaagde dat hij in de woning verblijft, dat de andere erfgenamen niet meer op visite mogen komen en dat ongeoorloofd binnentreden geldt als huisvredebreuk.
Gedaagde betwist de verschuldigdheid van een gebruiksvergoeding.
Met de hoogte van de gebruiksvergoeding is gedaagde het ook niet eens.
Gedaagde voert aan dat hij de woning niet heeft “geclaimd”.
Ter zitting van 28 oktober 2025 heeft gedaagde (onweersproken) verklaard dat hij de andere erfgenamen heeft voorgehouden dat het niet goed is om de woning onbewoond te laten en dat hij hen heeft gevraagd op welke data zij de woning zouden willen gebruiken.
Alleen eiseres heeft gezegd de woning te willen gebruiken.
Hijzelf heeft de woning korte periodes bewoond.
Volgens gedaagde heeft hij zich met zijn appbericht van 2 augustus 2020 de woning niet exclusief willen toe-eigenen.
Hij had in die tijd een nieuwe vriendin en zag het als een inbreuk op zijn privacy als de andere erfgenamen zonder vooraankondiging langskomen. In die emotionele context moet zijn appbericht worden gelezen, aldus gedaagde.
Erfrecht. Gebruiksvergoeding. Recht op gebruiksvergoeding voor het gebruik van een gemeenschappelijke goed. Toetsing. Is er sprake van een uitsluitend gebruik van de woning?
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank stelt voorop dat op grond van artikel 3:169 BW iedere erfgenaam in principe bevoegd is een gemeenschappelijk goed te gebruiken.
Als een erfgenaam een goed echter met uitsluiting van de andere erfgenaam gebruikt, dan kan die erfgenaam worden verplicht om de erfgenaam die verstoken blijft van het gebruik en het genot waarop hij recht heeft schadeloos te stellen (in de vorm van bijvoorbeeld een gebruiksvergoeding).
Daarbij geldt dat de rechtsbetrekking tussen de erfgenamen wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid.
Gedaagde is geen gebruiksvergoeding aan de nalatenschap verschuldigd.
De rechtbank komt tot dit oordeel omdat ook de andere erfgenamen de woning konden gebruiken.
Gedaagde heeft het gebruik met de andere erfgenamen afgestemd.
Feitelijk heeft ook niet alleen gedaagde het uitsluitend gebruik van de woning gehad.
Nadat gedaagde het appbericht van 2 augustus 2020 had gestuurd, heeft eiseres nog in de woning gewoond.
Eiseres heeft op de zitting van 28 oktober 2025 namelijk verklaard dat zij in november 2020 tien dagen in de woning heeft gewoond.
Voor een gebruiksvergoeding is daarom geen plaats.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.