De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of er gewichtige redenen aanwezig waren voor het ontslag van een executeur.

Verzoeker heeft de rechter om het ontslag van verweerder als executeur verzocht.

Hij heeft daarbij aangevoerd dat verweerder nog steeds niet heeft voldaan aan de op de laatste mondelinge behandeling toegezegde verstrekking van de verzochte stukken.

Die stukken zijn opgesomd in het inleidende verzoekschrift en hoewel bij brief van 8 oktober 2024 het een en ander is ontvangen, stelt hij nog niet te beschikken over alles wat hij wenst.

Feitelijk komt het er op neer dat verzoeker ontslag verzoekt vanwege gewichtige redenen omdat verweerder niet aan zijn informatieplichten heeft voldaan.

Erfrecht. Verzoek tot ontslag van de executeur. Gewichtige reden. Informatieverplichting van de executeur.  Afgifte van bankafschriften. Inzage van administratie. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Met verzoeker is de kantonrechter het eens dat de afwikkeling van nalatenschap lang duurt.

Cruciaal voor de vertraging is de onduidelijkheid over vaders erfdelen, welke onduidelijkheid partijen niet zelf in overleg hebben kunnen oplossen.

Toch is er gelet op de stand waarin de afwikkeling van de nalatenschap zich inmiddels bevindt, tegen de achtergrond van de kennelijk moeizame relatie tussen partijen en de bescheiden die al verstrekt zijn, thans geen reden om nu tot ontslag over te gaan, mede gelet op hetgeen hierna wordt overwogen en geoordeeld.

Verzoeker stelt in zijn laatste processtuk concreet nog te missen de bankafschriften van erflaatsters vanaf 7 jaar vóór haar overlijden tot heden.

De kantonrechter stelt vast dat verweerder als productie zijn brief van 8 oktober 2024 aan verzoeker heeft overgelegd.

Daarbij zijn al gevoegd de bankafschriften van deze spaarrekening over de periode 5 januari 2015 tot en met 3 oktober 2024.

Deze afschriften waren ook grotendeels eerder bij verweerschrift gevoegd en dus hem verstrekt.

Deze stelling van verzoeker houdt dus geen stand.

Het verzoek tot verstrekking van de bankafschriften van de andere betaalrekeningen (betaalrekening 1 en betaalrekening 2) is niet meer bij het genoemde wijzigingsverzoek gehandhaafd c.q. als zodanig benoemd.

Wel heeft de kantonrechter geconstateerd dat de afschriften van de bankrekening (betaalrekening 1) over de periode 1 januari 2015 tot en met 30 november 2022 al op 28 juli 2023 als bijlagen bij de boedelbeschrijving zijn verstrekt, alsook bij brief van 10 november 20239 en bij het verweerschrift van 12 maart 2024 gevoegd.

De bankafschriften van betaalrekening 2 over de jaren 2016 tot en met 2023 zijn eveneens gevoegd bij de brief van 10 november 202311.

De kantonrechter kan niet verklaren waarom verzoeker, hoewel hij al over die bankafschriften beschikte, er toch nog om verzocht heeft in een procedure die ruim een half jaar later wordt gestart.

Daarnaast stelt verzoeker dat hij nog niet beschikt over de hele administratie, alle overige relevante informatie betreffende de afhandeling van de nalatenschap, een gespecificeerde beschrijving van de juwelen/sieraden van erflaatster en een beschrijving van de aanwezige inboedel en overige nalatenschapsgoederen die verweerder in beheer heeft.

Ten aanzien van de administratie van zijn moeder, geldt dat op haar de plicht rustte, om toen haar echtgenoot overleed, de erfdelen van haar kinderen vast te (laten) stellen.

Dat is echter niet gebeurd.

Door haar overlijden is verzoeker haar in die plicht opgevolgd, zodat het ontbreken van die vaststelling van die erfdelen en de daarvoor administratieve bescheiden verweerder niet kan worden aangerekend.

Verweerder heeft immers aangegeven dat hij geen administratie over die periode heeft aangetroffen.

Ook over de periode daarna beschikt verweerder niet over andere privé administratie.

Welke (andere) administratie hij thans nog wenst, heeft verzoeker niet concreet gemaakt.

Ook niet na de eerdere ontvangst van de bankafschriften.

Mogelijke vragen die die zouden kunnen opwerpen, heeft verzoeker niet geformuleerd.

Wat hij bedoelt met “alle overige relevante informatie” is ook vaag en niet concreter aangeduid.

Daarnaast verzoekt verzoeker een gespecificeerde beschrijving van de juwelen/sieraden en de inboedel en andere nalatenschapsgoederen.

De kantonrechter constateert dat verweerder aan verzoeker bij zijn brief van 28 juli 201312 foto’s heeft verstrekt van de sieraden en van de inboedel.

De juwelen/sieraden vallen niet onder het vruchtgebruik zodat zij aan verzoeker zullen toekomen.

Waarom naast de reeds verstrekte foto’s nog een beschrijving noodzakelijk is, heeft verzoeker niet duidelijk gemaakt.

Indien bedoeld is om de waarde daarvan te kunnen bepalen, is niet concreet om een taxatierapport dan wel een andere waardebepaling verzocht, daargelaten de vraag of verzoeker daar belang bij zou hebben.

Wel ontbreken foto’s dan wel andere gegevens van de op de boedelbeschrijving en aangifte erfrechtbelasting vermelde auto, scooter en fiets.

Ten aanzien hiervan dient verweerder nadere gegevens te verstrekken.

Hetgeen over het doen van erfrechtbelasting is gesteld, heeft verzoeker in zijn laatste wijzigingsverzoek niet meer gehandhaafd, zodat de kantonrechter dat niet meer hoeft te beoordelen.

Uit al het vorenstaande samen blijkt dat verzoeker lang op de bankafschriften heeft moeten wachten, hetgeen onnodig was.

Toch acht de kantonrechter dat geen reden om op basis daarvan nu nog over te gaan tot ontslag.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.