De Rechtbank Rotterdam heeft op 14 september 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een woning was toegedeeld aan een erfgenaam in een overeenkomst van verdeling van de nalatenschap.

Eiseres stelt primair dat A en gedaagde B in 1999 een verdeling van de woning zijn overeengekomen aldus dat de woning aan B is toegedeeld, evenals de levensverzekering, en dat de hypothecaire schuld aan A is toegerekend, zonder nadere verrekening omdat geen sprake was van een relevante over- of onderwaarde.

Eiseres is er na het overlijden van erflater achter gekomen dat de vereiste levering van het eigendomsdeel van A aan B middels een notariële akte niet heeft plaatsgevonden.

B zei altijd dat de woning van hem was.

Eiseres vermoedt daarom dat A en gedaagde B, beiden niet juridisch onderlegd, ervan uitgingen dat de verdeling van de woning geregeld was met het tekenen van de akte van ontslag en met de tenaamstelling van de levensverzekering op naam van B.

A betwist dat de woning in 1999 met gesloten beurzen is toegedeeld aan B.

Volgens B hebben zij en A alleen afspraken gemaakt over de verdeling van de inboedel en de hypotheek.

A zou in de woning blijven wonen en de lasten van de woning voor zijn rekening nemen.

Over de verdeling van de woning is niet gesproken en zijn geen afspraken gemaakt.

Gedaagde B weet niet of A de verdeling van de woning opzettelijk niet heeft aangekaart of dat hij het vergeten is.

Een verklaring voor het onverdeeld laten van de woning zou volgens gedaagde kunnen zijn dat A wilde dat de waardestijging van de woning deels aan haar zou toekomen als compensatie voor in het verleden aangedaan leed.

Erfrecht. Verdeling van een nalatenschap. Overeenkomst van verdeling. Vordering tot nakoming van tussen erfgenamen overeengekomen verdeling. Toedeling van een woning.

De rechter oordeelt als volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de door eiseres gestelde feiten en omstandigheden dat de woning in 1999 door gedaagde en A in onderling overleg aan B is toegedeeld.

Het verweer van gedaagde doet hier niet aan af en wordt verworpen.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

A en gedaagde B hebben beiden de akte van ontslag getekend waarbij de bank gedaagde ontslaat van haar aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld onder de voorwaarde dat de woning bij notariële akte zal worden toegedeeld aan B en dat A  zich bij die notariële akte zal verplichten alle verplichtingen aan de bank te voldoen.

Uit het feit dat de akte bepaalt dat gedaagde slechts uit de hoofdelijke aansprakelijkheid wordt ontslagen als de woning op naam van B wordt gesteld, blijkt dat A en gedaagde B de woning op naam van B hebben willen stellen.

Immers, als dat niet de bedoeling was, dan had de akte van ontslag geen enkele zin en valt er geen reden te bedenken waarom A en gedaagde B die akte getekend hebben.

De verklaring van gedaagde dat zij de akte van ontslag niet gelezen heeft en zich ook niet heeft laten voorlichten over de inhoud van die akte, is ongeloofwaardig.

Bovendien, als gedaagde de akte van ontslag niet heeft gelezen en zich ook niet heeft laten voorlichten over de inhoud van die akte, dan komt dit voor haar risico.

De rechtbank gaat uit van de bedoeling die uit de akte spreekt, dus de bedoeling dat gedaagde uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire schuld zou worden ontslagen en dat de woning op naam van B zou worden gesteld.

De levensverzekering dekte oorspronkelijk het overlijdensrisico van zowel A als gedaagde.

De aanspraken onder de levensverzekering waren verpand aan de bank.

De levensverzekering was dus door A en gedaagde aangegaan met het oog op hun beider aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld.

In dat licht bezien, valt de wijziging van de levensverzekering, waardoor het overlijdensrisico van gedaagde niet langer gedekt was, slechts te begrijpen wanneer A en gedaagde ervan uitgingen dat de overschrijving van de woning, en daarmee het ontslag van gedaagde uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld, al gerealiseerd was.

Niet betwist is dat B de woning altijd als zijn volledige eigendom in zijn aangiften inkomstenbelasting heeft vermeld.

Hieruit blijkt dat B ervan uitging dat de woning in 1999 aan hem was toegedeeld en overgedragen.

Gedaagde heeft ter zitting verklaard dat zij nooit enig deel van de woning als haar eigendom heeft opgenomen in haar aangiftes inkomstenbelasting.

De verklaring van gedaagde ter zititng ‘Mijn huidige man doet de belastingen. Het zat niet in ons systeem, ik had geen directe herinnering aan die periode. We hadden er goed naar moeten kijken’ is niet eenduidig.

Een voor de hand liggende verklaring is dat gedaagde ervan uitging dat zij geen aandeel in de woning meer had en dat zij er dus van uitging dat de verdeling van de woning geëffectueerd was.

Daarop wijst ook het volgende.

Naar aanleiding van het verzoek van eiseres van 29 november 2019 schreef gedaagde “Ik leefde in de veronderstelling dat alles rond het huis was afgehandeld” en ging zij op zoek naar de gevraagde akte van verdeling.

Ter zitting verklaarde gedaagde dat zij op zoek ging naar de akte van ontslag.

Kennelijk ging zij er dus van uit dat met de akte van ontslag de verdeling was afgehandeld.

De uitleg die gedaagde ter zitting heeft gegeven, die erop neerkomt dat zij vergeten was dat de woning onverdeeld was gebleven, is niet geloofwaardig.

Een logische verklaring voor het feit dat gedaagde in de veronderstelling verkeerde dat alles rond de woning was afgehandeld en op zoek ging naar de akte van ontslag is dat zij en A in 1999 bedoeld hebben de verdeling te regelen op de wijze als in de akte van ontslag omschreven, dus door toedeling van de woning aan B, en dat zij – evenals A – in de veronderstelling verkeerde dat die toedeling met de akte van ontslag geëffectueerd was.

Gelet op het voorgaande, staat als onvoldoende gemotiveerd betwist vast dat gedaagde en A de woning in 1999 aan B hebben toegedeeld.

Dat zij de woning aan B hebben toegedeeld zonder dat A daarvoor enige vergoeding aan gedaagde hoefde te betalen (maar met toerekening van de hypotheekschuld aan A) staat naar het oordeel van de rechtbank eveneens vast.

Eiseres heeft voorgerekend dat de waarde van de woning op het moment van de toedeling aan  nagenoeg gelijk was aan de waarde van de hypotheekschuld en dit is niet betwist.

Er was dus geen sprake van een noemenswaardige over- of onderwaarde en het ligt daarom voor de hand dat de woning zonder verrekening (maar met toerekening van de hypotheekschuld aan A) aan B is toegedeeld.

Uit het voorgaande volgt dat de primaire vordering van eiseres tot levering om niet van haar aandeel in de woning aan eiseres handelend voor zichzelf en als testamentair bewindvoerder van haar zoon) zal worden toegewezen.

De levering zal plaats moeten vinden voor een door eiseres aan te wijzen notaris op een door die notaris te bepalen plaats en tijd.

De vordering in reconventie zal worden afgewezen.

Eiseres vordert dat aan de veroordeling van gedaagde een dwangsom wordt verbonden van € 1.000,- per dag dat gedaagde in gebreke mocht blijven.

Ook vordert eiseres dat het vonnis, indien gedaagde niet aan de veroordeling voldoet, in de plaats treedt van de medewerking van gedaagde aan de leveringsakte.

Gedaagde heeft verweer gevoerd tegen de gevorderde dwangsommen maar niet tegen de vordering dat het vonnis zo nodig in de plaats treedt van haar medewerking aan de leveringsakte.

De rechtbank zal daarom bepalen dat het vonnis in de plaats treedt van de medewerking van gedaagde aan de leveringsakte indien zij niet aan de veroordeling voldoet.

Het opleggen van dwangsommen is dan niet nodig.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.