Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 12 juli 2022 uitspraak gedaan over vervangende toestemming van de rechter tot de verkoop en de levering van een woning uit een nalatenschap.
Partijen zijn neven en nichten van elkaar.
Zij zijn allen erfgenaam van hun oom, de erflater.
Appellanten komen in hoger beroep van het oordeel van de rechtbank over de afwikkeling en verdeling van de nalatenschap.
In dit hoger beroep gaat het over de verkoop van de voormalige woning van erflater, een perceel akkerland en de omvang van de nalatenschap.
Met de grief komt appellante op tegen de door de rechtbank verleende vervangende toestemming voor de verkoop van het perceel akkerbouw.
Appellante stelt zich ook ten aanzien van het perceel akkerbouw op het standpunt dat de wens om tot verdeling te komen geen gewichtige reden als bedoeld in artikel 3:174 lid 1 BW oplevert, zodat de machtiging op onjuiste gronden is verleend.
Erfrecht. Vervangende toestemming van rechter tot verkoop en levering van woning uit nalatenschap. Gewichtige reden? Vaststelling van de wijze van verdeling door rechter.
De rechter oordeelt als volgt.
Het hof stelt vast dat deze grief zich richt tegen de beslissing van de rechtbank om geïntimeerden (met het recht van substitutie) te machtigen tot het te gelde maken van het perceel akkerbouw en de verleende machtiging om – bij gebreke van medewerking – de koopakte namens appellanten te ondertekenen en te compareren bij de levering.
Anders dan de rechtbank heeft overwogen, begrijpt het hof de vordering van geïntimeerden aldus dat het gaat om een vordering tot het vaststellen van (de wijze van) verdeling als bedoeld in artikel 3:185 lid 1 BW.
De inzet van de procedure in eerste aanleg was de verdeling van de nalatenschap, waarvan het toen nog niet verkochte perceel akkerbouw deel uitmaakte.
Geïntimeerden heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep ook toegelicht, dat bij de inleidende dagvaarding een vordering tot het vaststellen van de wijze van verdeling als bedoeld in artikel 3:185 lid 1 BW is ingesteld.
De verkoop van het perceel akkerbouw en de verdeling van de opbrengst betreft de in het kader van de verdeling door de rechter te bepalen wijze van verdeling op de voet van artikel 3:185 lid 2 sub c BW.
Het hof is van oordeel dat die vordering op grond van artikel 3:185 BW kon worden toegewezen op de daartoe aangevoerde gronden, die door appellanten niet, althans onvoldoende zijn betwist.
De aanwezigheid van een gewichtige reden is daarvoor niet vereist.
Dat betekent dat de grief niet slaagt.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.