Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 9 november 2021 uitspraak gedaan in kort geding over de vraag of een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis kon worden toegekend.
Voor zover van belang voor de beoordeling van dit incident, gaat het in deze zaak om het volgende.
Geïntimeerde (69 jaar) en appellante (71 jaar) zijn broer en zus en de enige erfgenamen van hun ouders.
Hun moeder was de langstlevende en is in 2020 overleden.
Er is door de ouders geen testament opgemaakt.
Geïntimeerde en appellante hebben de nalatenschap zuiver aanvaard.
Tot de nalatenschap behoort de ouderlijke woning.
Appellante woonde met haar ouders samen in de woning en woont daar nog steeds.
De waarde van de woning is geschat tussen de € 750.000,- en € 849.000,-.
Geïntimeerde heeft in eerste aanleg in kort geding gevorderd dat de kantonrechter hem machtigt de ouderlijke woning te verkopen, dan wel appellante zal veroordelen om hieraan haar medewerking te verlenen.
Appellante wil in de woning blijven wonen of op een afgesplitst deel van het perceel in het zogenaamde ‘Koetshuis’.
De kantonrechter heeft het spoedeisend belang van geïntimeerde bij zijn vordering in voldoende mate aanwezig geacht en geïntimeerde de gevorderde machtiging verleend en de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Erfrecht. Procesrecht. Kort geding. Executiegeschil. Verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis. Maatstaf. Toetsingskader. Nieuwe feiten? Misslag? Noodtoestand?
De rechter oordeelt als volgt.
Appellante verzoekt het hof de tenuitvoerlegging van het vonnis te schorsen totdat in de hoofdzaak – het hoger beroep van de kortgedinguitspraak – is beslist, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van het incident.
Ter onderbouwing van haar verzoek stelt appellante kort gezegd dat het vonnis van de kantonrechter wat betreft de uitvoerbaarheid bij voorraad niet is gemotiveerd en dat haar belang om de woning (of een afgesplitst deel daarvan) toebedeeld te krijgen in een verdelingsprocedure en daarin te blijven wonen zwaarder weegt dan het belang van geïntimeerde bij verkoop van de woning.
De gevolgen van verkoop van de woning zijn voor appellante onomkeerbaar.
Geïntimeerde is van mening dat de kantonrechter de beslissing om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren heeft gemotiveerd met zijn overwegingen ten aanzien van de primaire vordering en het spoedeisend belang van geïntimeerde daarbij.
Verder heeft geïntimeerde aangevoerd dat hij gezien zijn leeftijd en gezondheid niet langer in staat is de zorgen voor de ouderlijke woning te dragen.
De woning verkeert volgens hem in slechte staat (dat wordt overigens door appellante betwist) en geïntimeerde vreest aansprakelijk te worden gehouden indien daardoor schade aan derden wordt veroorzaakt.
Gezien de staat van de woning is dat een reëel vooruitzicht.
Geïntimeerde is daarom van mening dat zijn belang bij de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het vonnis zwaarder dient te wegen dan het belang van appellante.
Het hof is van oordeel dat in het kortgedingvonnis de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de beslissing is gemotiveerd met het aannemen van het daarmee onlosmakelijk verbonden spoedeisend belang van geïntimeerde bij de vordering.
Gelet op de criteria die de Hoge Raad heeft gegeven in zijn arrest van 20 december 2019 (HR:2019:2026) brengt dat mee dat een vordering tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van dat kortgedingvonnis alleen dan kan worden gehonoreerd indien zich nieuwe feiten of omstandigheden voordoen van na het vonnis en die de voorzieningenrechter niet in zijn overwegingen heeft kunnen betrekken, of in het geval het vonnis zou berusten op een kennelijke misslag.
Ook een aan de zijde van appellante optredende noodtoestand zou aan uitvoerbaarheid van het vonnis in de weg kunnen staan.
Appellante heeft aan haar verzoek tot schorsing geen kennelijke misslag ten grondslag gelegd en geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd.
Evenmin heeft zij gesteld dat haar verzoek moet worden toegewezen op grond van een noodtoestand aan haar zijde.
Het voorgaande betekent dat de vordering tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring zal worden afgewezen.
De beslissing omtrent de kosten van het incident zal worden aangehouden tot de einduitspraak.
De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen om voort te procederen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het procederen binnen het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.