Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 15 juni 2021 uitspraak gedaan over de vraag of een verandering van hoedanigheid van een procespartij in hoger beroep mogelijk was.

Erflaatster was gehuwd met C.

Uit dit huwelijk zijn vijf kinderen geboren, namelijk appellante, geïntimeerde, D, E en F.

C is overleden in 2001.

Op 20 juli 2010 zijn de goederen van erflaatster door de kantonrechter te Utrecht onder bewind gesteld, met benoeming van geïntimeerde tot bewindvoerder.

Bij testament van 28 september 2010 heeft erflaatster over haar nalatenschap beschikt en geïntimeerde benoemd tot executeur.

Erfrecht. Procesrecht. Eisvermeerdering in hoger beroep. Procespartij. Verandering van hoedanigheid in hoger beroep. Ontvankelijkheid.

De rechter oordeelt als volgt.

Appellante heeft gelet op artikel 362 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in samenhang met artikel 130 Rv het recht als oorspronkelijk eiser in eerste aanleg (de gronden van) haar eis in hoger beroep te veranderen.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan een procespartij echter noch door wijziging van eis, noch anderszins, in hoger beroep of in cassatie in een andere hoedanigheid optreden dan die waarin hij zijn vordering in eerste aanleg heeft ingesteld (zie onder meer Hoge Raad 12 maart 2004, HR:2004:AN8483).

Aangenomen moet worden dat zowel wisseling van de hoedanigheid van de oorspronkelijke eiser als van de oorspronkelijke gedaagde ontoelaatbaar is (zie ook de conclusie van de advocaat-generaal van 22 februari 2019, PHR:2019:277).

Van een ontoelaatbare wisseling van hoedanigheid is ook sprake als een partij aanvankelijk uitsluitend ten behoeve van zichzelf betrokken was en vervolgens als deelgenoot in een gemeenschap optreedt (Hoge Raad 21 november 2003, HR:2003:AJ0498).

De vraag in welke hoedanigheid een eisende partij optreedt en in welke hoedanigheid een gedaagde partij in een procedure wordt betrokken, vergt uitleg van het exploot waarmee de desbetreffende instantie wordt ingeleid.

Uit de dagvaarding in eerste aanleg volgt als grondslag voor de vorderingen van appellante dat geïntimeerde in de periode waarin zij bewindvoerder was over de goederen van erflaatster, onrechtmatig heeft gehandeld jegens appellante.

Het hof leidt uit die dagvaarding en uit de verdere loop van de procedure in eerste aanleg af dat appellante in de procedure in eerste aanleg uitsluitend voor zichzelf optrad en dat zij geïntimeerde heeft betrokken uit eigen hoofde en/of in haar hoedanigheid van bewindvoerder.

In de memorie van grieven in hoger beroep formuleert appellante na wijziging van haar eis vorderingen van de nalatenschap jegens geïntimeerde.

Daaruit volgt dat appellante thans optreedt als erfgenaam – en daarmee als deelgenoot in de nalatenschap – en dat zij geïntimeerde in de procedure wenst te betrekken als erfgenaam.

Naar het oordeel van het hof levert dit zowel aan de zijde van appellante als aan de zijde van geïntimeerde een ontoelaatbare wisseling van de partijhoedanigheid op.

Daarbij geldt bovendien dat zij door een vordering van de nalatenschap in te dienen impliciet een vordering indient namens de andere erfgenamen.

Aan appellante komt echter geen zelfstandige procesbevoegdheid toe om een verklaring voor recht jegens een deelgenoot te vragen.

De eerste zin van artikel 3:171 BW bevat de regel dat, tenzij een regeling anders bepaalt, iedere deelgenoot bevoegd is tot het instellen van rechtsvorderingen ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap.

Maar deze regel ziet in beginsel slechts op vorderingen ten behoeve van de gemeenschap tegen derden en niet op vorderingen ten behoeve van de gemeenschap tegen een deelgenoot.

Vorderingen ten behoeve van de gemeenschap tegen een deelgenoot dienen op de voet van artikel 3:184 en 3:185 BW in de verdeling van de gemeenschap te worden betrokken.

Een uitzondering op het voorgaande is gerechtvaardigd indien de vordering tegen de deelgenoot zich niet zou lenen om in de verdeling van de gemeenschap te worden betrokken, maar daar is hiervan geen sprake.

De deelgenoot die op eigen naam een rechtsvordering instelt ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap dient kenbaar te maken dat hij in zijn hoedanigheid voor de gezamenlijke, zo veel mogelijk met name te noemen deelgenoten optreedt (zie Hoge Raad, 6 april 2018, HR:2018:535 en Hoge Raad, 8 september 2000, HR:2000:AA7043).

De derde vordering die appellante voor het eerst in hoger beroep heeft ingesteld, tot het vaststellen van de omvang van de nalatenschap en het aan de erfgenamen toekomend bedrag en tot veroordeling van geïntimeerde om dit aan de erfgenamen te voldoen, strekt aldus tot verdeling van de nalatenschap.

Hier geldt nog het volgende.

Appellante heeft weliswaar in haar memorie van grieven ook de andere erfgenamen genoemd, en heeft ter zitting bij het hof gezegd dat zij mede namens de andere erfgenamen optreedt.

Niet is echter gebleken dat zij door de andere erfgenamen is gemachtigd om namens de nalatenschap te procederen.

Ook de oproepingen van de andere erfgenamen die zij in het geding heeft gebracht zijn niet op juiste wijze gedaan, omdat niet is voldaan aan artikel 111 Rv (dat volgens artikel 118 Rv van overeenkomstige toepassing is) betreffende de wijze waarop de andere erfgenamen in het geding moeten verschijnen en de rechtsgevolgen als zij dat niet doen.

Het voorgaande leidt ertoe dat het hof de eiswijzigingen in hoger beroep in strijd met de goede procesorde acht en appellante niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen in hoger beroep.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het procederen in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.