De Rechtbank Rotterdam heeft op 31 maart 2021 uitspraak gedaan over een verzoek aan de rechter om tot een verdeling van een nalatenschap over te gaan.

Op 15 mei 2008 is te Rotterdam overleden erflaatster.

Erflaatster was ten tijde van haar overlijden ongehuwd en niet geregistreerd als partner in de zin van artikel 1:80a van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Uit het uittreksel uit het Centraal Testamentenregister blijkt dat erflaatster geen testament heeft opgesteld.

Haar nalatenschap vererft daarom naar de wettelijke erfgenamen, zijnde haar kinderen.

Een aantal erfgenamen stellen dat van hen niet langer gevergd kan worden dat zij in een onverdeelde nalatenschap  verblijven.

Zij wensen daarom over te gaan tot scheiding en verdeling van de nalatenschap van erflaatster.

De eisers wensen verdeling van de nalatenschap van erflaatster.

Erfrecht. Verdeling van nalatenschap. Bevel tot verdeling. Aanwijzing notaris. Benoeming onzijdig persoon voor geval één of meerdere erfgenamen niet meewerken aan verdeling.

De rechter oordeelt als volgt.

Tijdens gehouden comparitie van partijen hebben de zussen en gedaagde een aantal afspraken gemaakt waaronder het, zo mogelijk in overleg, voorstellen van een aantal taxateurs voor de taxatie van de tot de nalatenschap van erflaatster behorende onroerende zaken en het laten opmaken van een verklaring van erfrecht.

Tevens is afgesproken dat mr. K, tot augustus 2020 de advocaat van overige gedaagde, aan de kantonrechter het verzoek zou doen om de in deze procedure niet verschenen gedaagde een termijn te stellen waarbinnen hij moet verklaren of hij de nalatenschap aanvaardt of verwerpt.

Tijdens de comparitie van partijen heeft gedaagde zijn reconventionele vordering, voor zover deze betrekking heeft op de sieraden van erflaatster, ingetrokken.

De rechtbank heeft de door partijen voorgestelde taxateurs benaderd met het verzoek of deze bereid zijn de betreffende percelen te taxeren en indien zij daartoe bereid zouden zijn de rechtbank een opgave te doen van de kosten ter zake van de taxatie van de waarde van de percelen.

Van de benaderde taxateurs heeft de heer A zich op 21 oktober 2019, onder opgave van kosten, bereid verklaard de taxaties te verrichten.

De andere, op voorstel van partijen benaderde, taxateur M, heeft de rechtbank verwezen naar een collega taxateur in het de geboorteplaats van erflaatster. Deze taxateur  heeft zich op 9 januari 2020, onder opgave van kosten, eveneens bereid verklaard de benodigde taxaties te verrichten.

Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten omtrent de begrote taxatiekosten.

Gedaagde heeft bij die gelegenheid verklaard niet akkoord te gaan met de (hoogte van de) kostenbegrotingen en dat hij door persoonlijke omstandigheden niet in staat is zijn deel van de voorschotten te voldoen.

Overige gedaagde heeft verklaard geen opmerkingen te hebben ten aanzien van de kostenbegrotingen van de deskundigen.

Bij brief van hun advocaat van 28 augustus 2020 hebben de zussen de rechtbank bericht dat partijen geen overeenstemming hebben kunnen bereiken omtrent de acceptatie van de uitgebrachte offertes en de betaling van de begrote kosten, en een mondelinge behandeling verzocht.

De zussen en gedaagde zijn bij de eiswijziging uitgegaan van een verdeling van de nalatenschap over de negen wettelijke erfgenamen van erflaatster.

Gedaagde heeft zich tot op heden niet uitgelaten over de aanvaarding dan wel verwerping van de nalatenschap.

Indien hij de bij beschikking van 22 januari 2021 gestelde termijn laat verlopen zonder een keuze te hebben gedaan dan wordt hij conform artikel 4:192 lid 3 BW geacht de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard.

Mocht echter blijken dat gedaagde de nalatenschap verwerpt, en geen van zijn afstammelingen de nalatenschap zal aanvaarden, dan worden maar acht erfgenamen tot de nalatenschap geroepen en kan aan iedere erfgenaam een groter gedeelte worden toegekend.

De zussen en gedaagde zijn het erover eens dat de waarde van de onroerende zaken gelegen in de geboorteplaats van erflaatster door een deskundige bindend zal moeten worden vastgesteld en dat, indien door gedaagde gewenst, de toedeling van (beide of één van) de onroerende zaken aan hem zal plaatsvinden.

Over de persoon van de taxateur hebben de zussen en gedaagde eveneens overeenstemming bereikt.

Ook hebben zij overeenstemming bereikt dat, indien gedaagde mocht afzien van toedeling aan hem van beide of één van de onroerende zaken, de te benoemen notaris een makelaar zal aanwijzen die als verkopend makelaar zal optreden.

Nu overige gedaagden, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet op de eiswijziging hebben gereageerd zal de rechtbank de gewijzigde primaire vordering toewijzen op de wijze als hierna opgenomen.

Op grond van artikel 3:178 BW jo artikelen 677 e.v. Rv zal de rechtbank partijen bevelen tot verdeling ten overstaan van een notaris over te gaan.

Tegen de benoeming van een notaris, onzijdig persoon en de afhandeling van de kosten is door overige gedaagden geen bezwaar gemaakt.

De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en de door de zussen en gedaagde voorgestelde notaris aanwijzen en een onzijdig persoon ex artikel 3:181 BW juncto 677 lid 1 en 2 Rv benoemen voor het geval één of meer erfgenamen niet meewerkt/meewerken aan de verdeling.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.