De Rechtbank Den Haag heeft op 24 maart 2021 uitspraak gedaan over de vraag of toepassing kon worden gegeven aan een wilsrecht ter zekerheidsstelling van een vordering op de nalatenschap.
Op 15 augustus 2016 is overleden te Den Haag erflater.
Gedaagde was ten tijde van het overlijden van erflater op huwelijkse voorwaarden met hem gehuwd.
Eiser is de zoon van erflater.
Eiser vordert van de rechter gedaagde te gelasten goederen of de financiële tegenwaarde van die goederen op grond van artikel 4:21 BW over te dragen aan eiser ter hoogte van diens erfdeel al dan niet met aftrek van zijn legitieme portie, althans gedaagde te gelasten voldoende zekerheid te stellen aan eiser door overdracht van diens erfdeel al dan niet met aftrek van zijn legitieme portie, althans te bepalen wat voldoende zekerheid zou moeten zijn en daartoe gedaagde te gelasten.
Erfrecht. Wilsrechten. Wettelijke verdeling. Siefouder. Wilsrechten. Overdracht van goederen. Zekerheidsstelling. Betaling van een geldsom mogelijk?
De rechter oordeelt als volgt.
Artikel 4:21 BW bepaalt dat een kind overdracht mag vorderen van goederen die in de nalatenschap vallen en die op basis van de wettelijke verdeling eigendom zijn geworden van de stiefouder.
De achtergrond van deze wettelijke regel is tweeledig: het stelt een kind in staat het bezit te krijgen van goederen met een voor het kind affectieve waarde én het is een zekerheidsstelling voor de geldvordering op basis van de wettelijke verdeling.
Artikel 4:24 lid 2 BW bepaalt dat de verplichting tot overdracht ook geldt voor goederen die in de plaats zijn gekomen van goederen die op basis van de wettelijke verdeling eigendom zijn geworden van de stiefouder.
Gedaagde heeft de tot de nalatenschap behorende woning verkocht, zodat er alleen nog een geldsom resteert.
De wet zegt niet dat een kind ook een vordering in geld heeft op basis van artikel 4:21 BW.
Dit zou ook tekort doen aan het principe van de wettelijke verdeling.
Bovendien bepaalt artikel 4:21 BW dat de stiefouder een recht van vruchtgebruik heeft ten aanzien van het goed dat door hem/haar aan het kind moet worden overgedragen.
Aldus plukt de stiefouder wel, gedurende zijn/haar leven, de vruchten van het goed.
Bij geld is de constructie van vruchtgebruik niet mogelijk.
De conclusie is dat het wettelijk systeem niet erin voorziet dat eiser in de huidige omstandigheden een beroep kan op artikel 4:21 BW ten aanzien van de woning.
Ook aan het in dit kader gedane beroep van eiser op de redelijkheid en billijkheid gaat de rechtbank voorbij.
Eiser heeft geen feiten en of omstandigheden gesteld die een dergelijk beroep rechtvaardigen.
Gelet op het wettelijke systeem waarbij de stiefouder de vruchten moeten kunnen blijven plukken van de over te dragen goederen had eiser deze feiten en of omstandigheden wel heel nadrukkelijk moeten stellen.
Want toewijzing van zijn vordering zou betekenen dat gedaagde een geldsom aan eiser moet overdragen, waardoor zij hierover dan niet meer zelf kan beschikken.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over de wilsrechten in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.