De Rechtbank Noord-Holland heeft op 13 januari 2021 uitspraak gedaan over de vraag of een nalatenschap vereffend diende te worden na een gestelde beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap.
Partijen zijn de kinderen van de in 2016 overleden erflaatster en de in 2017 overleden erflater.
Zowel erflater als erflaatster hebben op 11 november 2014 bij testament over hun nalatenschap beschikt.
Beiden hebben de wettelijke verdeling van toepassing verklaard en elkaar over en weer tot executeur benoemd, althans in plaats van de langstlevende W en X tezamen als executeur.
Partijen zijn erfgenamen voor gelijke delen in zowel de nalatenschap van erflaatster als die van erflater.
W en X zijn executeur in de nalatenschap van erflaatster en erflater.
Erfrecht. Beneficiaire aanvaarding? Vormvereisten. Taak van executeur beëindigd? Nalatenschap ruimschoots voldoende? Vereffening noodzakelijk?
De rechter oordeelt als volgt.
Eisers hebben gesteld dat zij en Z de nalatenschap van erflater beneficiair hebben aanvaard, dat W en X daarom niet langer executeur zijn in de nalatenschap van erflater en de nalatenschap eerst dient te worden vereffend.
Daarin kunnen eiser niet worden gevolgd.
W en X hebben betwist dat de nalatenschap van erflater beneficiair is aanvaard, en aangevoerd dat eisers zich pas bij dagvaarding 1,5 jaar na overlijden van erflater op het standpunt hebben gesteld dat daarvan sprake is.
Een deel van de nalatenschap van erflater is bovendien al tussen partijen verdeeld, zodat aangenomen moet worden dat ook door eisers en Z zuiver is aanvaard, aldus W en X.
Gelet op de gemotiveerde betwisting door W en X hebben eisers niet kunnen volstaan met de niet nader onderbouwde stelling dat zij beneficiair hebben aanvaard.
Mede gelet op de vormvoorschriften die aan een dergelijke vorm van aanvaarding zijn verbonden (artikel 4:191 BW) en de door hen daarmee beoogde rechtsgevolgen, had het op de weg van eisers gelegen om nader en gedocumenteerd te onderbouwen dat de nalatenschap door hen beneficiair is aanvaard, hetgeen zij hebben nagelaten.
Zelfs als de rechtbank veronderstellende wijs aanneemt dat wel sprake is van beneficiaire aanvaarding, hebben W en X als executeurs met de in het geding gebrachte stukken, voldoende aannemelijk gemaakt dat ook de nalatenschap van erflater ruimschoots toereikend is om de schulden van de nalatenschap van erflater te voldoen.
Gelet op de korte tussenliggende tijdspanne tussen het overlijden van beide ouders, betrekt de rechtbank bij dit oordeel ook de door W en X in het geding gebrachte boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflaatster.
Dat partijen van mening verschillen over de exacte omvang van de nalatenschap van erflater maakt het vorenstaande niet anders, omdat eisers niet hebben gesteld dat de schulden van de nalatenschap de baten overtreffen.
Gelet op het bepaalde in artikel 4:202 lid 1 sub a BW wordt ook ingeval van beneficiaire aanvaarding niet aan vereffening van de nalatenschap toegekomen en is de taak van W en X als executeurs niet geëindigd (artikel 4:149, eerste lid, aanhef en onder d BW).
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over zuivere of beneficiaire aanvaarding, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.