Van onze advocaat erfrecht. De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 27 september 2017 uitspraak gedaan over het vaststellen van de wilsonbekwaamheid van erflater tijdens het opmaken van het testament. Vordering tot afgifte van het medisch dossier en doorbreking van de geheimhoudingsplicht. Artikel 7:457 BW.

Tussen partijen is in geschil of het medisch beroepsgeheim in de weg staat aan afgifte van het medisch dossier van moeder van eiser. Eiser stelt in dit verband, verkort weergegeven, dat de belangen van eiser zodanig zwaarwegend zijn dat de geheimhoudingsplicht van de Maatschap dient te worden doorbroken. Volgens eisers bestaan er voldoende concrete aanwijzingen dat moeder van eisers ten tijde van het opmaken van het testament niet wilsbekwaam was. Eiser heeft in dit verband verwezen naar de bevindingen van drs. A en naar het vonnis van 16 maart 2016. Voorts heeft eiser de navolgende aanwijzingen opgesomd:

– in de periode voor augustus 2013 hebben zowel de thuiszorg als de huisarts meerdere keren aan broer meegedeeld dat het niet langer verantwoord was dat moeder van eisers zelfstandig bleef wonen;

-moeder van eiser gebruikte ten tijde van haar onderzoek in het verzorgingshuis (oktober 2013) reeds medicijnen die voorgeschreven worden voor de behandeling van geheugenstoornissen bij patiënten met de ziekte Alzheimer (namelijk Exelon);

– drs. A heeft geconstateerd dat bij moeder sprake was van een geleidelijk ontwikkelend dementeringsproces;

– de fysiotherapeut van moeder heeft verklaard dat hem tijdens de behandeling van moeder in de periode april 2013 tot september 2013 duidelijk was geworden dat moeder dement was.

Volgens eiser volgt zijn zwaarwegend (financieel) belang voorts uit de wijziging van het testament en de onterving door moeder. Hij heeft hiertoe onder meer verwezen naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 oktober 2014 (GHARL:2014:8078). Uitsluitsel over de mentale staat van moeder ten tijde van het opmaken van het testament kan volgens eiser alleen worden verkregen door middel van nadere informatieverstrekking van de toenmalige huisarts van moeder. Er zijn geen andere behandelend artsen bekend, aldus de advocaat van eiser.

De Maatschap betwist dat de geheimhoudingsplicht in de gegeven omstandigheden dient te worden doorbroken en voert daartoe aan, samengevat weergegeven, dat het medisch beroepsgeheim een brede achtergrond kent en onder meer is neergelegd in artikel 88 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), in artikel 7:457 Burgerlijk Wetboek (BW) en in de richtlijn “Omgaan met medische gegevens” van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG).

De geheimhoudingsplicht geldt ook na het overlijden van een patiënt en dient niet alleen een individueel belang, maar ook een maatschappelijk belang, aldus de Maatschap. Uitgaande van de onterving van eiser blijkt niet dat de veronderstelde wil van moeder gericht was op afgifte van haar medisch dossier aan de onterfde kinderen. De mening van de notaris die het testament heeft opgemaakt is evenmin meegenomen in de afweging van de wederpartij. Niet gebleken is dat de notaris is bevraagd. De Maatschap zal zich voor wat betreft de afgifte refereren aan het oordeel van de voorzieningenrechter, maar stelt dat niet het volledige dossier mag worden verstrekt. Ook zullen er waarborgen aan de inzage van het dossier door prof. dr. B dienen te worden verbonden, om de inbreuk op het medisch beroepsgeheim zo veel mogelijk te beperken.

Vaststellen wilsonbekwaamheid erflater tijdens opmaken testament. Afgifte medisch dossier.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Op grond van artikel 7:457 BW dient de hulpverlener ervoor zorg te dragen dat aan anderen dan de patiënt geen informatie over de patiënt, dan wel inzage in of afschrift van (delen van) diens dossier wordt verstrekt zonder toestemming van de patiënt. Met dit belang van geheimhouding, dat ook geldt nadat de patiënt is overleden, mag niet lichtvaardig worden omgesprongen. Hierop kan slechts inbreuk worden gemaakt indien er voldoende concrete aanwijzingen bestaan dat door het beroep van de hulpverlener op zijn beroepsgeheim een andere zwaarwegend belang zou kunnen worden geschaad (Hoge Raad 20 april 2001, HR:2001:AB1201).

Het gaat er dus om of eiser een zodanig zwaarwegend belang heeft dat het beroepsgeheim moet worden doorbroken. Naar vaste rechtspraak wordt een dergelijk zwaarwegend belang aangenomen indien sprake is van een (recente) wijziging van een testament waardoor betrokkenen zijn onterfd en er concrete aanwijzingen zijn om te vermoeden dat de erflater ten tijde van de wijziging van het testament wilsonbekwaam was. Verder wordt mede in aanmerking genomen of langs andere weg dan door kennisneming van het medisch dossier opheldering over de wilsonbekwaamheid kan worden verkregen.

In dit geval is sprake van een (recente) wijziging van het testament van moeder van eiser. Uit hetgeen eiser heeft aangevoerd blijkt dat er voldoende concrete aanwijzingen bestaan om te vermoeden dat de moeder van eiser ten tijde van het verlijden van het testament wilsonbekwaam was. De Maatschap heeft dat ook niet (gemotiveerd) tegengesproken.

Voorts is voldoende aannemelijk dat het medisch dossier van moeder ertoe kan bijdragen dat opheldering wordt verschaft over de wilsbekwaamheid van moeder in de onderhavige periode en dat deze opheldering niet op andere wijze kan worden verkregen. De notaris ten overstaan van wie het testament is verleden, kan die opheldering niet in voldoende mate verschaffen. De notaris kan immers slechts verklaren wat zij heeft waargenomen. Indien de notaris bij het verlijden van het testament geen aanwijzing voor wilsonbekwaamheid heeft waargenomen, wil dat niet zeggen dat daarvan geen sprake is geweest. De notaris is geen medisch deskundige.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat in dit geval de geheimhoudingsplicht van de Maatschap moet worden doorbroken.

Wat geheim is, moet echter wel zo veel mogelijk geheim blijven. De inbreuk op het beroepsgeheim mag daarom niet verder gaan dan het belang van eiser rechtvaardigt. De voorzieningenrechter betrekt hierbij de KNMG-richtlijn “Omgaan met medische gegevens”, september 2016.

Het belang van eiser is dat prof. dr. B kennis kan nemen van gegevens uit het medisch dossier van moeder van eiser die relevant zijn voor de beoordeling van de wilsbekwaamheid ten tijde van het opmaken van het testament, rekening houdend met het feit dat volgens drs. A sprake is geweest van een zich geleidelijk ontwikkelend dementeringsproces. Hieruit volgt dat kennisneming:

– alleen zal worden toegestaan aan prof. dr. B,

– geen betrekking heeft op gegevens die klaarblijkelijk niet relevant (kunnen) zijn voor de beoordeling van de wilsbekwaamheid,

– zal worden beperkt tot gegevens uit de periode 2011 tot en met 2013.

Ter toelichting merkt de voorzieningenrechter nog het volgende op.

Het is prof. dr. B niet toegestaan een afschrift van het medisch dossier (als bijlage) bij zijn deskundigenrapport te voegen. Wel zal hij de relevante gegevens in zijn rapport mogen vermelden en bespreken. Het is aan de Maatschap om te bezien welke gegevens klaarblijkelijk niet relevant (kunnen) zijn voor de beoordeling van de wilsbekwaamheid. De voorzieningenrechter verwijst hier naar hetgeen is vermeld in de genoemde KNMG-richtlijn (p. 78-79).

De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de Maatschap zich zal houden aan wat de voorzieningenrechter in zijn vonnis beslist, ook zonder de dreiging van het verbeuren van dwangsommen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die tot een ander oordeel nopen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over de wilsbekwaamheid van erflater tijdens het opmaken van het testament, over de nietigheid van een testament op grond van wilsonbekwaamheid of over het opvragen van het medisch dossier, belt u dan gerust onze advocaat erfrecht op 020-3980150.