Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over het recht van eenieder om afscheid te kunnen nemen van een overleden ouder.
Appellant vorderde in eerste aanleg veroordeling van geïntimeerde tot betaling van € 15.000 aan immateriële schadevergoeding, met rente.
Samengevat heeft appellant aan deze vordering ten grondslag gelegd dat geïntimeerde hem de mogelijkheid heeft ontnomen om afscheid te nemen van hun moeder, waardoor hij immateriële schade heeft geleden, die geïntimeerde moet vergoeden.
Appellant legt, in de kern, het volgende aan zijn grieven ten grondslag.
Appellant heeft ernstige immateriële schade geleden doordat hij de kerk vóór afloop van de afscheidsdienst heeft moeten verlaten op verzoek van de uitvaartverzorger, welk verzoek is gedaan namens geïntimeerde.
Dit verzoek was in strijd met artikel 6:162 BW en met artikel 8 EVRM, dat recht geeft op het uitoefenen van ‘family life’, en daarom onrechtmatig jegens hem.
Appellant is door de publiekelijke weigering ernstig geschaad, psychisch getekend en blijvend geraakt in zijn rouwproces.
Ter onderbouwing van zijn emotionele schade wijst appellant er (onder meer) op dat hij een hernia heeft.
Erfrecht. Verstoorde familieverhoudingen. Begrafenis. Recht om persoonlijk afscheid te nemen van een overleden ouder. Onrechtmatige daad. Immateriële schade. Smartengeld. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Het recht om afscheid te nemen van een overleden ouder is een fundamenteel onderdeel van het in artikel 8 EVRM verankerde recht op ‘family life’.
Dit mensenrecht kan doorwerken in de verhouding tussen appellant en geïntimeerde via de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm van artikel 6:162 BW.
Of geïntimeerde heeft gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt als bedoeld in artikel 6:162 BW, moet worden vastgesteld aan de hand van de omstandigheden van het geval. In dat verband is het volgende van belang.
Geïntimeerde heeft appellant op 3 april 2023, na het overlijden van moeder op 31 maart 2023, een bericht gestuurd en gevraagd naar zijn adres, zodat zij hem een rouwkaart kon sturen.
Appellant heeft daarop geantwoord met zijn adres.
Appellant heeft enige dagen later de rouwkaart ontvangen.
De verstandhouding tussen appellant en geïntimeerde was op dat moment ernstig verstoord na het voorval van 11 december 2022, waarvan een politiedossier is opgemaakt.
Anders dan appellant meent, mocht hij daarom niet erop vertrouwen dat hij zonder meer welkom was bij de afscheidsdienst.
De ontvangst van de rouwkaart, waarop hij met zijn naam als eerste van de twee kinderen werd vermeld, of de daarin in algemene bewoordingen gestelde uitnodiging om de afscheidsdienst bij te wonen, maken dat niet anders.
Gegeven de verstoorde familieverhoudingen en in het bijzonder het conflict dat tussen de twee kinderen bestond, had appellant dat kunnen navragen bij geïntimeerde.
Appellant heeft dat niet gedaan en is zonder vooraankondiging in de kerk verschenen.
Het hof gaat ervan uit dat tussen geïntimeerde en appellant een pijnlijk misverstand is ontstaan over het al dan niet welkom zijn van appellant bij de afscheidsdienst.
Dit maakt het handelen van geïntimeerde echter nog niet onrechtmatig, zoals het hof hierna verder zal toelichten.
De aanwezigheid van appellant op de eerste rij, voorin in de kerk, bracht geïntimeerde van haar stuk.
De kantonrechter is ervan uitgegaan dat het verzoek aan appellant om de afscheidsdienst te verlaten, dat hem via de uitvaartverzorger heeft bereikt, vooral was gedaan vanuit de vrees van geïntimeerde dat de onaangekondigde aanwezigheid van appellant een waardige afscheidsdienst in de weg zou staan, gezien de verstandhouding tussen partijen.
Ook het hof gaat ervan uit dat het verzoek is gedaan ter voorkoming van (verdere) verstoring dan wel escalatie van de familieverhoudingen.
Verder is van belang dat er een alternatieve, zinvolle gelegenheid was voor appellant om afscheid te nemen van moeder, zoals hierna zal worden toegelicht.
Tegen deze achtergrond kan het verzoek de afscheidsdienst te verlaten, waaraan appellant vrijwillig heeft voldaan, niet als onrechtmatig jegens hem worden aangemerkt.
Bij dit oordeel heeft het hof mede in ogenschouw genomen dat óók appellant – naar eigen zeggen – het in niemands belang en ook niet veilig vond als er ruzie tijdens de afscheidsdienst zou ontstaan.
De stelling dat geïntimeerde haar rol als uitvaartexecuteur heeft misbruikt door appellant het fundamentele recht op afscheid te ontzeggen, mist ook om de volgende redenen doel.
De stelling van appellant in de inleidende dagvaarding dat de begrafenis op dezelfde dag plaatsvond als de afscheidsdienst, is niet juist.
Ook zijn stelling dat hij door geïntimeerde bewust en met opzet bij de afscheidsdienst voor een voldongen feit werd geplaatst, waardoor hij geen persoonlijk afscheid van moeder heeft kunnen nemen, is niet juist.
Geïntimeerde heeft appellant een rouwkaart toegestuurd.
Uit de rouwkaart bleek dat de afscheidsdienst op 10 april 2023 zou plaatsvinden en de crematie pas de dag daarna.
Appellant had dus in overleg met geïntimeerde een moment kunnen afspreken waarop hij voorafgaand aan de crematie persoonlijk afscheid van moeder kon nemen.
Geïntimeerde heeft naar voren gebracht, en appellant heeft onvoldoende betwist, dat geïntimeerde aan een dergelijk verzoek haar medewerking zou hebben verleend.
Appellant heeft zijn wens om afscheid te nemen van moeder echter niet aan geïntimeerde of de uitvaartverzorger kenbaar gemaakt, ook niet nadat hem was verzocht de kerk vóór afloop van de afscheidsdienst te verlaten.
De mogelijkheid om persoonlijk afscheid te nemen van moeder is dáárdoor voorbijgegaan, en niet doordat geïntimeerde hem die mogelijkheid heeft ontzegd.
Van handelen van geïntimeerde in strijd met de ongeschreven maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm van artikel 6:162 BW is ook anderszins geen sprake.
Het voorgaande betekent dat geïntimeerde niet gehouden is tot betaling van schadevergoeding aan appellant.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat verdeling erfenis over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat verdeling erfenis op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de verdeling van een erfenis, bezoek dan onze website over de verdeling van een erfenis. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.